07 februari 2018

Het feestmaal werd opgediend volgens de Egyptische welvoeglijkheid.

De maaltijd die opgediend werd was een grote feestmaaltijd zoals aan koninklijke hoven klaargemaakt werd onder leiding van de opperbakker in de bakkeuken. Jozef zei immers het “lechem”, het brood, op te dienen. Dit gevarieerde aanbod van brood maakte een groot deel uit van de voorgeschotelde maaltijd. Brood is een ruim op te vatten benaming die gebruikt wordt voor graanproducten die gemalen werden en bereid werden1 maar ook voor het andere bereidde voedsel zoals vlees2. Dit is nog een aanwijzing dat het om een maaltijd gaat die begint in de late namiddag omwille van het vele voorbereidingswerk. Het is immers ook gebruikelijk in die streken dat de hoofdmaaltijd het avondmaal is. Dit geldt ook bij de stam van Jakob3. Genesis 43,32-34: 32 Men diende afzonderlijk op voor Jozef, afzonderlijk voor zijn broers en afzonderlijk voor de Egyptenaren die bij hem te gast waren, want het is voor de Egyptenaren niet mogelijk om met Hebreeën samen te eten: zij hebben daar een afkeer van. Bij het opdienen van het avondeten werd het voedsel op verschillende tafels geplaatst. Er werd dan ook afzonderlijk opgediend en ditbroodmaaltijd,avondmaal,graanproducten,bereid voedsel,afzonderlijk opgediend,egyptische maaltijd verschilt,Hebreeër in zijn hart,Potifar eet afzonderlijk, wellicht omdat het voedsel verschilt naargelang de personen. Jozef eet iets anders dan zijn elf broers en de Egyptenaren die ook te gast waren aan tafel krijgen dan nog iets anders voorgeschoteld.

Sommige denken dat Jozef die door zijn huwelijk tot een Egyptisch priestergeslacht4 gerekend werd speciaal voedsel voorgeschoteld kreeg. Om zijn priesterstatus te bewijzen verwijzen ze ook naar de zegen die Jozef uitsprak over Benjamin. De Egyptische priester zouden volgens de religieuze voedingswetten bijvoorbeeld niets mogen eten dat ingevoerd was uit een ander land.

Dit is echter een status die opgedrongen is aan Jozef. We denken dat Jozef in zijn hart Hebreeër gebleven is en dat bewijzen onder andere de Hebreeuwse namen van zijn zonen5 en de behandeling van zijn broers.

De verklaring dat de Egyptenaren niet samen eten met de Hebreeërs ligt wellicht in hun afkeer van de manier waarop het nomadenvolk omgaat met het voedsel. De keuze van het voedsel, de bereiding en het eten zelf waren anders. We hadden ook iets in die zin kunnen vermoeden gedurende de diensttijd van Jozef in het huis Potifar. Jozef mocht toen alles beheren behalve het eten6 van zijn meester. Toen dachten we dat dit de opbrengsten waren van het werk van alle dienaren onder leiding van Jozef dat hij niet mocht beheren. Dit betekende echter eerder dat Jozef geen verantwoordelijkheid nam over de bereiding en het opdienen van het voedsel. Er werd daar geen reden voor vermeld op dat moment.

De beoordeling van de Hebreeuwen kwam echter duidelijker naar voren in de taal van de echtgenote van Potifar. Zij liet iedereen in haar omgeving begrijpen dat het volk van de Hebreeuwen hun grenzen moeten kennen en dat ze uiteindelijk maar dienaars en slaven zijn. Jozef werd afgeschilderd als zou hij door zijn houding de spot drijven met de Egyptenaren. Haar verhaal over zijn vrijpostig gedrag werd door haar gekleurd als een poging tot verkrachting. De afkeer om samen te eten zouden we nu vertalen als discriminatie op basis van ras en levensgewoonten.

 

1 zie bijdrage: De bakker heeft een ander droomverhaal. Genesis 40,16-17.

2 zie bijdrage: Jozef dient verstoten hovelingen van farao in de gevangenis.

3 Genesis 25,34; Genesis 31,54.

4 Genesis 41,45.

5 Genesis 41,51-52.

6 Genesis 39,6.

Post een commentaar