15 februari 2018

Stuntelige reactie van Juda.

Met hun rug tegen de muur en gebukt onder al die voor hen onverklaarbare toestanden waarin de broers terecht kwamen, voelen ze zich zeer onzeker. Ze zijn vol onrust over wat hen als kleine familie te wachten staat in dat grote en machtige Egypte. Dat land met twee gezichten: het rijkelijk overschot aan voedsel en de onderdrukkende macht. Zelfs Jozef gebruikt die macht maar dan niet om te onderdrukken of uit te buiten. Zijn verborgen agenda is inzicht te geven aan zijn broers in wat een goed leven van een besnedene van hart zou moeten zijn en in de fouten die ze daartegen gemaakt hebben. Genesis 44,16-17: 16 Juda antwoordde: ‘Wat kunnen wij tegen onze heer zeggen, wat kunnen wij aanvoeren en hoe kunnen wij onszelf rechtvaardigen? God heeft de schuld van uw dienaren aan het licht gebracht. Wij zijn dus de slaven van mijn heer, wij allemaal, samen met degene bij wie de beker gevonden is.’ Het betoog van Juda, die nu het voortouw neemt, begint met een aantal vragen waaruit hun onmacht naar voren komt. Wat kunnen we zeggen tegen onze heer? Doordat het Hebreeuwse woord “adon” zowel voor menselijke als goddelijke heerser gebruikt wordt, zit ook in het spreken van Juda een algemene benadering die niet uitsluitend naar de diefstal van de beker verwijst. Juda gaat verder met zijn vragen. Welke argumenten kunnen we aanvoeren? Hoe kunnen we ons nog rechtvaardigen? Zij begrijpen dat ze geen kant meer uit kunnen omdat ze tot het besef gekomen zijn dat al hun fouten ook dezeJuda,kleine familie, groot en machtig Egypte,inzicht in goed leven,onmacht,Simeon en Levi,Ruben,vader Jakob bedrogen,verkoop van Jozef,mantel met bloed,inzicht op een speciale manier,adon, van lang geleden afgerekend worden1. De moorden in Sichem waar Simeon en Levi zwaar in de fout gingen2, het vergrijp van Ruben die met de bijvrouw van zijn vader sliep3, maar vooral het laten verdwijnen van hun eigen broer met daarbovenop het bedrog van hun vader met de bebloede mantel4. Dit was meer dan twintig jaar geleden. Deze fouten waarvan ze zich stilaan bewust werden, blijven hen achtervolgen in hun gedachten en maken hen angstig. Het is ook door deze stapsgewijze bewustwording dat Juda, de eerst opeenvolgende zoon die ook al heel wat levenslessen als stamvader kreeg, nu nederig het woord durft te nemen. Diezelfde Juda had ook zijn vader verzekerd terug te komen met Benjamin en is daardoor ook de woordvoerder van de zonen van Jakob.

De kernzin gaat over Elohim die de schuld van de dienaren van Jozef aan het licht heeft gebracht. Na hun drie dagen gevangenis kwam de ommekeer en kregen ze op een speciale manier inzicht in hun eigen onbetrouwbaarheid. Dit kwam door de ervaring van hun slechte behandeling door de Egyptische meester die hen steevast als spionnen behandelde. Bij hun angstervaring dachten ze aan de angstige ogen van hun broer Jozef die ze ook hadden gevangen gezet. Na meer dan twintig jaar komen de gewetensvragen bij hen op. Wie gaat nu een broer laten verdwijnen en wat zijn daar de gevolgen van? Wat heeft die schuldenlast tot gevolg? Juda wil dan een conclusie opdringen aan Jozef. Wij staan met zijn allen in het krijt bij de heer, opnieuw “adon”, en we worden dus met zijn allen slaven. Dit is het logische gevolg van bij het ondergaan van al die onverklaarbare toestanden waarin de broers terechtkwamen. We worden nu allen slaven zoals wij ook Jozef het slavendom ingejaagd hebben. Jozef begrijpt zonder twijfel de achterliggende redenering van zijn broers.

 

1 Genesis 42,22 en Genesis 9,5-6.

2 Genesis 34,30.

3 Genesis 35,22.

4 Genesis 37,19-34.

Post een commentaar