26 januari 2017

De zegen voor Esau ontvangen door Jakob.

Alles verloopt zoals voorzien en het speciale moment van de zegen breekt aan. verwisselode zegen,reuktest,materiële zegen,voorspoed en macht,elohim,zegen voor alle geslachten,universele en eeuwige zegen,perssoonlijke zegenGenesis 27,26-29: 26 Daarop sprak zijn vader Isaak tot hem: ‘Kom hier, mijn zoon, en kus mij.’ 27 Hij kwam naderbij en kuste hem. Toen Isaak de geur van zijn kleren rook, sprak hij over hem deze zegen uit: ‘Ja, de geur van mijn zoon is als de geur van een akker die door de Heer is gezegend. 28 Dauw van de hemel zal God je geven, vruchtbare grond, met overvloed van koren en most. 29 Volken zullen je dienen en natiën voor je buigen; je moet heersen over je broers, en de zonen van je moeder moeten voor jou buigen! Wie jou vervloekt, zal vervloekt zijn; wie jou zegent, zal gezegend zijn!’ Isaak vraagt een kus van zijn zoon en ruikt Esau. De kledij van Esau speelt toch nog een rol als laatste zintuigelijke test voor de blinde Isaak. Hij ruikt de kleren van Esau en spreekt de zegen uit. Zelfs de geur van de kleren van Esau straalt geen heiligheid uit. Die geur inspireert Isaak tot een zeer materiële zegen. De natuur zal hem voorspoed geven zoals voorzien in de goddelijke scheppingsorde en macht van de eerstgeborene van Isaak zal volken onderwerpen. Opmerkelijke verwijzing in de Hebreeuwse tekst is het gebruik van “Elohim” in deze passage1. Dit maakt de binding met het scheppingsverhaal nog intenser. Isaak geeft hem verder in die zegen de opdracht om ook nog te heersen over de stam van Abraham. Dit wordt nog eens benadrukt door te stellen dat hij zijn macht zal ontplooien over de zonen van zijn moeder. De zegen voor Esau bedoeld komt nu over Jakob.

De eindformule van de zegening nu uitgesproken door Isaak klinkt: Wie jou vervloekt, zal vervloekt zijn; wie jou zegent, zal gezegend zijn! Alleen in dit laatste stuk zit een gelijkenis met de zegen aan Abraham. Genesis 12,3: 3 ‘Ik zal degenen zegenen die u zegenen, maar degene die u verwenst zal Ik vervloeken. Om u zullen alle geslachten op aarde zich gezegend noemen. ’Onafgezien van de volgorde van het zegenen en vervloeken ontbreekt bij de zegen, die Isaak uitspreekt, het universele aspect van de zegen. De zegen van Abraham is bedoeld voor alle verwisselode zegen,reuktest,materiële zegen,voorspoed en macht,elohim,zegen voor alle geslachten,universele en eeuwige zegen,perssoonlijke zegengeslachten waar de zegen van Isaak alleen de belangen verdedigt van de gezegende en dat er geen toekomstperspectief in verweven zit. Dit universele vinden we ook in de zegen die Isaak kreeg in Genesis 26,4: 4 Ik zal uw nakomelingen talrijk maken als de sterren aan de hemel, en aan uw nageslacht zal Ik heel dit gebied schenken. Door uw nakomelingen zal zegen komen over alle volken van de aarde. Deze zegen is ook niet beperkt tot de Hebreeuwen en is meer dan voorspoed. Deze zegen is ook meer dan deze van de scheppingsorde, zoals deze bij de zegen van Isaak aan bod komt, met al de mogelijkheden die gegeven zijn aan de mensen om te leven. Het gaat daarentegen bij de zegeningen van Abraham en Isaak over de universele en eeuwige zegen van het besneden van hart zijn waarin de impuls om steeds op zoek te gaan naar een “beter leven” vervat zit. Deze inhoud missen we bij deze zegen van Isaak die bedoeld was voor Esau. Heel het zorgvuldig opgezette bedrog leidt uiteindelijk niet naar het bedoelde resultaat. We krijgen een zegen buiten het verbond te horen. Deze dubbelzinnige passage lijkt anderzijds eerder arrogant bedoeld om de wereldlijke macht van Israël als heerser van andere volken te beklemtonen. Een wensdroom van de priester-schrijver van Jeruzalem?

 

1 vers 28.

25 januari 2017

Isaak blijft zoeken naar de waarheid maar krijgt leugen.

Het onderscheidingsvermogen van Isaak leek verward. Genesis 27,23-25: 23 Hij herkende Jakob niet, omdat zijn handen even behaard waren als die van zijn broer waarheid zoeken,leugen krijgen,jakob zegt dat hij esau is,de voorwaarde voor de zegen is wildgebraad,voedsel en drankberseba vruchtbare streek,droomorakel,eersteling is jakobEsau. Toen was hij bereid hem zijn zegen te geven, 24 en hij vroeg nog eens: ‘Ben jij werkelijk mijn zoon Esau?’ Hij antwoordde: ‘Dat ben ik.’ 25 Toen sprak Isaak: ‘Dien dan maar op. Ik wil eten van het wildbraad van mijn zoon; dan zal ik de kracht krijgen om je mijn zegen te geven.’ Jakob diende op en zijn vader begon te eten; daarna bracht hij hem wijn en hij dronk. Door de schrijver wordt een lichte twijfel gesuggereerd of het nu wel Jakob dan wel Esau was die voor hem stond. Die twijfel werd weggewerkt door de vraag van Isaak. Nu wordt Jakob gedwongen tot een grove leugen en hij identificeert zich als Esau met de woorden “ik ben het”.

Isaak komt tot de slotsom dat alles nu mag doorgaan zoals hij het had voorzien. Hij vroeg om het gebraad op te dienen en herhaalt nog eens dat de reden van opdracht was hem sterk te maken. Als hij op krachten was, zou hij dan de zegen uitspreken. Isaak wordt het eten, dat zorgvuldig door Rebekka naar zijn smaak was bereid, voorgeschoteld en een beker wijn wordt hem ongevraagd uitgeschonken. Zoals steeds wordt alles hem aangereikt. Het verbond, zijn vrouw, het land nabij Gerar, alles werd hem aan de voeten gelegd. Nu worden voedsel en drank voorgeschoteld.

Wild was in de gastronomie van toen ook zonder wijn nauwelijks denkbaar. De waarheid zoeken,leugen krijgen,jakob zegt dat hij esau is,de voorwaarde voor de zegen is wildgebraad,voedsel en drankberseba vruchtbare streek,droomorakel,eersteling is jakobbijgeschonken hartige wijn kwam helemaal tot zijn recht in contrast met de eerder zurige wijn die de saus en het vlees optrekt in smaak en het de geur van de wildernis geeft. Deze wijnen komen ongetwijfeld van de oogst uit de wijngaarden die onderhouden werden door Jakob. Dit was een traditie1 bij de Hebreeuwen. De streek van Berseba, waar zijn toen al enige tijd woonden, was vruchtbaar en het klimaat was er goed voor de teelt van groenten. Op de hoger gelegen hellingen werden dan ongetwijfeld wijngaarden aangelegd. De aartsvader Isaak eet en drinkt zonder het te weten van de opbrengst van zijn zoon Jakob, zijn rustige zoon, die bij zijn tenten bleef2. We kunnen hem best voorstellen in een tafereel als een gezette burger die zichtbaar geniet van wat hem aangeboden is. Rebekka had Jakob verwittigd toch niet teveel wijn te schenken. Net genoeg om wat moed te scheppen en zeker niet teveel om niet in een slaaproes af te glijden zoals Noach of om de controle te verliezen over zijn daden zoals Lot.

Rebekka kon toezien hoe haar favoriete zoon alles volgens haar plannetje uitvoerde. Haar zou niets te verwijten zijn omdat ze handelde in de lijn van wat moest gebeuren volgens haar droomorakel. Jakob moest en zou de opvolger worden en daarom moest hij de eersteling worden. Zo droeg hij de goddelijke zegen voor heel de mensheid hoewel hij niet de eerstgeborene was in de logica van het menselijk denken.

 

1 Genesis 9,20; Genesis 19,30-36.

2 Genesis 25,27b.

24 januari 2017

Het bedrog van Jakob.

De blinde Isaak stelt enkele kritische vragen als Jakob nog dezelfde dag bij hem blinde isaak,kritische vragen,uitleg verraadt jakob,liegen,bedriegen,jakob de bedrieger,manier van spreken,ruwheid,behaard zijn,geur van heilige gewadenkomt met het bestelde wildgebraad. Genesis 27,20-22: 20 Maar Isaak zei tegen zijn zoon: ‘Hoe heb je dat wild zo gauw kunnen vinden, mijn zoon?’ Jakob antwoordde: ‘De Heer uw God heeft het op mijn weg gebracht.’ 21 Daarop zei Isaak tegen Jakob: ‘Kom eens wat dichterbij, ik wil je aanraken, mijn zoon, om te zien of je werkelijk mijn zoon Esau bent.’ 22 Jakob kwam bij zijn vader Isaak staan. Deze raakte hem aan en zei: ‘De stem is de stem van Jakob, maar de handen zijn de handen van Esau.’ Verbazend snel werd Isaak bediend. De repliek die Jakob geeft, verraadt hem en wekt nog meer twijfels op. Isaak verwacht niet dat Esau op welke manier dan ook de Heer zou betrekken bij zijn jachtpartij. Als Esau jaagt is dat een illustratie van zijn eigen kunnen en bewijst hij daarmee zijn kracht om zo aanspraak te kunnen maken op de leiding van het volk van Abraham.

Verdere verificatie is zeker nodig omdat Isaak terecht begint te twijfelen. Zo snel terug van de jacht en dan nog de uitleg dat dit te danken is aan mijn God, zijn beide gebeurtenissen die de aartsvader niet verwacht. Als zijn ogen niet zien dan werkt zijn kritische geest nog heel goed. Nu moeten de andere zintuigen, reuk en tastzin, hem helpen zijn blindheid te compenseren. Isaak doet er alles aan om achter de waarheid te komen en Jakob stapelt de leugens op om hem te bedriegen. Jakob probeert op deze manier het orakel van de Ene te realiseren. Zijn moeder, Rebekka, vertelde hem dat, volgens deze godsspraak, hij de eersteling zou van het volk van Abraham.

De oudste zal dienstbaar zijn aan de jongste1. Dat dit een projectie is naar de verre geschiedenis wordt niet in acht genomen. Jakob denkt net als zijn grootvader dat hij zelf actie moet ondernemen en dat het doel de middelen rechtvaardigt. Waar het verhaal met linzensoep hem nog afschildert als listig en geslepen is hij nu een echte blinde isaak,kritische vragen,uitleg verraadt jakob,liegen,bedriegen,jakob de bedrieger,manier van spreken,ruwheid,behaard zijn,geur van heilige gewadenbedrieger.

Isaak wil zien met zijn tastzin maar Rebekka had dit voorzien en had alles in het werk gesteld om de werkelijkheid te verstoppen.

Het gehoor van Isaak is nog zeer goed. Hij herkent de stem van Jakob. De Hebreeuwse tekst gebruikt voor stem het woord “qol”. Dat is ook taal en manier van spreken. Ook geblaat is een vertaling van “qol” maar deze is hier niet op zijn plaats omdat de schrijver Jakob zeker niet wil voorstellen als een ruwe geitenbok. Niet alleen de klankkleur maar vooral ook de inhoud van wat Jakob zei, doen Isaak vermoeden dat er iets was dat niet klopte. De reuk van het gebraad en het onweerstaanbaar verlangen naar lekkers heeft de eerste bemerking van Isaak over de snelheid waarmee zijn wens vervuld werd, verdoezeld. Hoewel hij nu nog twijfelt door het spreken van Jakob, laat hij zich toch bedriegen. Het enige waar hij niet aan twijfelt, zijn de handen. Het zijn precies deze handen die in de huid van een bokje verstopt zijn. De ruwheid en het behaard zijn als een geitenbok zijn de argumenten die Isaak belangrijk lijken. De kledij, “beged” in het Hebreeuws2, die bestemd is voor speciale gelegenheden, roept niets op bij Isaak. Isaak reageert niet op die geur van heiligheid. Dit sacrale dat hier aan de gewaden wordt toegeëigend, leeft alleen bij Rebekka en Jakob. Deze uitleg van de geur van de gewaden ontsnapt aan de blinde Isaak.

 

1 Genesis 25,23 (laatste zin).

2 zie bijdrage: Jakob stemt in en Rebekka zet alles in scene.