10 januari 2017

Tijd om een akkoord te beklinken.

Genesis 26,30-31: 30 Hierop richtte Isaak voor hen een feestmaal aan en zij aten en akkoord beklinken,slachten van offerdieren,ruilkoop in twee loten,berith en barar of bara,voeden,dankbaarheid uitgedrukt door een offer,mishteh en feest met eten en drinken,shaqahdronken. 31 De volgende ochtend legden zij aan elkaar hun eed af. Toen deed Isaak hen uitgeleide en zij gingen in vrede van hem weg. Het afsluiten van een verbond was vaak gepaard met het slachten van dieren die dan ook geofferd werden op het altaar. Het altaar had Isaak al opgericht in Berseba. Abimelek en zijn delegatie dienden niet terug te keren naar Gerar met de dieren van de overeenkomst zoals dit was bij de overeenkomst met Abraham die meer leek op een ruilkoop in twee loten. Genesis 21,27-30: 27 Daarop haalde Abraham schapen en runderen, bood die Abimelek aan, en zij sloten een verbond met elkaar. 28 Maar Abraham zette zeven lammeren apart. 29 Toen vroeg Abimelek: ‘Wat betekenen die zeven lammeren die u apart hebt gezet?’ 30 Hij antwoordde: ‘Deze zeven lammeren moet u van mij aannemen; zij moeten als bewijs dienen dat ik deze put gegraven heb.’ Die overeenkomst noemde een “berith” in het Hebreeuws, vertaald een verbond. Toen stond dit woord in relatie tot “barah” of “barar” dat vlees te eten geven beduidt. Er was toen geen sprake van een gezamenlijk eetmaal. Er is een subtiel verschil in woordgebruik in het Hebreeuws tussen het geven van levende dieren en het aanbieden van bereid vlees.

Bij Isaak komt er wel een feestmaaltijd met vlees dat klaargemaakt is op een altaar. Het woord verbond, “berith”, staat in deze gevallen in relatie tot de stam “bara”. Voeden en te eten geven is nu de betekenis van het te koppelen woord dat dezelfde stam heeft maar verschilt in betekenis. Deze actie is gelijklopend met het oude verbond van Abraham met de Ene. De bereiding van het vlees wordt gesymboliseerd door de wandelende oven en de fakkel. Genesis 15,17-18: 17 Toen de zon was ondergegaan en het helemaal donker was geworden, zag Abram een rokende oven en een vurige fakkel, die tussen de doormidden gesneden stukken door gingen. 18 Op die dag sloot de heer een verbond met Abram. Hij zei: ‘Aan uw nakomelingen schenk Ik dit land, vanaf de beek van Egypte tot aan de Grote Rivier, akkoord beklinken,slachten van offerdieren,ruilkoop in twee loten,berith en barar of bara,voeden,dankbaarheid uitgedrukt door een offer,mishteh en feest met eten en drinken,shaqahde Eufraat. Het eten van het bereide vlees was steeds een feest en bracht mensen bij elkaar terwijl de overeenkomst ook verwees naar Jahweh, die deze keer uitzonderlijk met de naam van de God van de Hebreeuwen genoemd werd door Abimelek. Dit lijkt een herschrijving van priesterlijke aard te zijn. De dankbaarheid van de stam van Isaak werd uitgedrukt in een offer voor de Ene. Eindelijk kan Isaak nu rustig verder aan de toekomst bouwen in een gebied dat mogelijkheden tot expansie gaf. Bij dit dankfeest worden ook Abimelek en zijn gevolg betrokken in naam van het volk van Gerar. Iedereen tevreden.

Het was een feest, “mishteh” in het Hebreeuws waar gegeten en gedronken werd. Dat drinken zorgde dat het akkoord beklonken werd. Dit woordenspel zit er ook in het Hebreeuws in. “Shathah” dat zeker betekent komt van het oude werkwoord “shaqah” dat te drinken geven betekent. Alles was geklonken en beklonken op een dag en de wederzijdse nuchtere eed werd als eerste werk in de vroege ochtend van de volgende dag gezworen.

09 januari 2017

Vreedzaam samenleven met andere volken vergt toegeeflijkheid van het Godsvolk.

Na de maatregelen ingegeven door de angst voor de Hebreeuwen worden voor alle vreedzaam samenleven,angst voor vreemde hebreeuwen,achuzzat is bezit,pikol is de mond van allen,verbond uit veiligheidsoverwegingen,pesterijen,het land van berseba,bezit veilig stellenduidelijkheid nu goede afspraken gemaakt tussen Isaak en Abimelek. Genesis 26,26-29: 26 Nu ging Abimelek vanuit Gerar naar hem toe, in gezelschap van zijn vertrouweling Achuzzat en zijn legeroverste Pikol. 27 Isaak vroeg hem: ‘Waarom komt u naar mij toe? U bent mij toch vijandig gezind en u hebt mij toch weggejaagd?’ 28 Zij antwoordden: ‘Wij zien nu duidelijk dat de Heer met u is, en wij dachten: Laat er nu een eed zijn tussen ons. Laat ons een verbond sluiten, 29 dat u ons geen kwaad zult aandoen; wij hebben het u ook niet lastig gemaakt, maar u enkel goed gedaan en u ongedeerd laten gaan. En nu rust de zegen van de Heer op u.’ Abimelek die Isaak en zijn stam weggestuurd had, neemt nu het initiatief om te gaan praten met Isaak over hun onderlinge relatie. Hij is vergezeld van Achuzzat. Weer een naam met een betekenis. Achuzzat betekent bezit. Als bezit is zijn vertrouweling is, weten we waar het Abimelek om te doen is. Ook Pikol de legeroverste vergezelde hem. De betekenis van de naam Pikol is dan de “mond van allen”. Nu beseffen we ook dat de koning spreekt in naam van alle burgers van Gerar. Met deze achtergrondinformatie hebben we de reactie van Isaak door. Hij weet al te goed dat de aanleiding van de vijandige houding de afgunst is van de bevolking van Gerar. Op hun grond dicht bij de stad en met hun watervoorraden hadden de Hebreeuwen een voorspoedig bestaan opgebouwd. Daarom vraagt Isaak aan Abimelek wat hij eigenlijk nog komt bespreken. De angst voor het verlies van bezit dreef de herders van Gerar om de Hebreeuwen telkens verder weg te jagen. De namen van de putten waarover twist ontstond, waren ook overduidelijke aanwijzingen. Esek staat voor strijd en verdringing en Sitna betekent aanklacht en beschuldiging.

De argumentatie van Abimelek voor het verbond is ingegeven uit veiligheidsoverwegingen voor zijn eigen volk. Om Isaak goed te stemmen na zijn terechte opmerkingen herinnert de koning van Gerar hem aan de aanvankelijke gastvrijheid die aan zijn stam geboden werd en aan de mogelijkheid die aan de vreedzaam samenleven,angst voor vreemde hebreeuwen,achuzzat is bezit,pikol is de mond van allen,verbond uit veiligheidsoverwegingen,pesterijen,het land van berseba,bezit veilig stellenHebreeuwen gegeven werd om zonder geweld weg te trekken uit de nabijheid van Gerar. Over de pesterijen van de herders die putten hadden dichtgegooid en hen steeds verder reven zwijgt hij. Net zoals zijn voorvader lijkt hij niet op de hoogte te zijn van de acties van zijn onderdanen. Genesis 21,25-26: 25 Abraham beklaagde er zich bij Abimelek over, dat zijn knechten zich een waterput hadden toegeëigend. 26 Abimelek zei: ‘Ik weet niet wie dat gedaan heeft; u hebt er mij nooit over gesproken en ik heb er tot nu toe niets over gehoord.’ Abimelek bevestigt Isaak in zijn actuele verblijfplaats en wijst hem op de mogelijkheden die hij er heeft door de zegen van de Heer. Isaak weet zich ondertussen ook gezegend na de verschijning van de Ene die hem een nageslacht beloofde. Nu krijgt hij ook in akkoord met de Filistijnen het land van Berseba ter beschikking zolang hij maar rustig blijft en op zijn beurt de bewoners van Gerar ongemoeid laat. Onder ede wordt dit verbond gesloten. De Hebreeuwen kunnen over deze regio beschikken en hun tenten daar opslaan zolang ze maar Abimelek en zijn volk geen kwaad aandoen. Zo sprak Abimelek in naam van zijn volk dat zijn bezittingen wil veilig stellen.

06 januari 2017

Berseba geeft nieuwe perspectieven.

Eens in Berseba komt Isaak weer in bekend gebied. Voor zijn geboorte waren Abraham en Sara uitgeweken naar Gerar. Toen vertrokken ze vandaar om zich een berseba biedt perspectief,berg moria,egypte,heer,altaar,put graven,zegen van el shadday,binding met de eneeind verder te vestigen in Berseba. Het is vanuit Berseba dat vader Abraham het offer van zijn zoon Isaak ging brengen op de berg Moria. Isaak werd er als jongeling gebonden als offer voor de Ene maar een ram werd het offerdier. Sedert die binding heeft Jahweh Isaak niet meer uit het oog verloren. Daarnet in vers 2 kreeg hij nog het advies om niet door te reizen naar Egypte maar nu volgt de zegening als aartsvader een tijdje nadat Abraham overleden was. Genesis 26,24-25: 24 Op een nacht verscheen hem de Heer en zei: ‘Ik ben de God van uw vader Abraham; vrees niet, want Ik sta u bij. Ik zal u zegenen en uw nakomelingen talrijk maken omwille van mijn dienaar Abraham.’ 25 Isaak richtte op die plaats een altaar op en riep de naam van de Heer aan. Hij sloeg daar zijn tent op en zijn knechten groeven er een put.

Dicht bij de eik1 die Abraham geplant had in Berseba en waar hij de Heer aangeroepen heeft krijgt Isaak nu een verschijning. Deze plaats was een baken voor Isaak waar veel herinneringen weer naar boven kwamen.

Isaak wordt door die nieuwe verschijning nu helemaal bevestigd als nieuwe stamvader. Hij krijgt omwille van de beloften van Jahweh aan Abraham, die nu overleden is, de zegen van een groot nageslacht. Om deze droom in herinnering te houden wordt op die plaats een altaar opgericht. Net als zijn vader riep Isaak hier in Berseba ook de naam van de Heer aan. De Ene verzekert dat Isaak zich geen zorgen hoeft te maken want Hij zal hem bijstaan. Isaak heeft op zijn levensweg een aantal engelen ontmoet die hem de weg wezen. Zelf was hij niet zo ondernemend als zijn vader, Abraham. Ook deze keer is hij gedwee vertrokken uit de omgeving van Gerar en heeft hij zich laten verjagen richting Berseba. Wat hij nu wel zelf doet, is een altaar. Opnieuw neemt hij het initiatief om contact te nemen met de bovenwereldse realiteit. Zijn binding met de zaak van de Ene komt toch telkens weer naar voor en wordt hier uiteindelijk bevestigd met de zegen.berseba biedt perspectief,berg moria,egypte,heer,altaar,put graven,zegen van el shadday,binding met de ene

Isaak vestigt zich in Berseba en er wordt door zijn knechten nog een put gegraven. Het is zonder twijfel de bedoeling van de stam om daar nog een hele tijd te verblijven want ze passen de plaatselijke infrastructuur aan hun behoeften aan. Uit het verhaal van de tweeling van Isaak en Rebekka weten we dat ze als jong volwassenen2 in de streek opgroeiden. Esau was een jager en dit zegt ons dat er in de nabijheid van deze nederzetting toch wildernis was waar wilde dieren leefden. De jongere Jakob was dan de man die niet op avontuur ging maar de boer die gewassen teelde, het vee kweekte en die de kudden liet grazen op de weiden. Hun nieuwe woonplaats moet wellicht voor niets onderdoen vergeleken met het gebied waar ze zich eerst een tijdlang vestigden in de nabijheid van de stadmuren van Gerar. De vele waterputten en de mogelijkheid om in de streek van Berseba met een steeds groter volk te verblijven leert ons dat dit geen woestijn is, maar dat het een gebied is dat bevloeid werd.

1 Genesis 21,33

2 Bij het overlijden van Abraham waren ze wellicht 15 jaar en pas nadien zijn ze in etappes vertrokken richting Berseba want de putten werden dichtgegooid na de dood van Abraham in vers 17.