15 januari 2018

De broers en Jozef krijgen inzicht in wat onterecht is.

Gedurende de drie dagen dat de tien broers van Jozef samen in hechtenis zaten beginnen sommige zaken duidelijk te worden. Nu pas als ze hun gevangenschap ondergaan, kunnen ze zich voorstellen wat het moet betekend hebben voor hun broer Jozef die ze in de tijd gekerkerd hadden in de put van Dotan. Genesis 42,21-24: 21 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Helaas, wij hebben dit aan onze broer verdiend. Wij zagen hoe hij angstig om genade smeekte, maar wij hebben niet willen luisteren. Daarom treft ons dit ongeluk.’ 22 En Ruben zei: ‘Ik had jullie toch gezegd, je niet aan de jongen te vergrijpen, maar jullie wilden niet luisteren. En nu zien we hoe zijn bloed wordt teruggeëist.’ 23 Omdat zij zich van een tolk bedienden wisten zij niet dat Jozef hen verstond. 24 Hij wendde zich van hen af, en de tranen sprongen hem in de ogen. Maar daarna kwam hij bij hen terug en zette het gesprek met hen voort. Eén van hen, Simeon, liet hij grijpen en voor hun ogen in boeien slaan. Hun gevangenisstraf en hun vergeefse angstig smeken om dan toch maar vrijgesproken te worden van de valse beschuldiging spionnen te zijn, doet hen beseffen hoe Jozef zich moet gevoeld hebben toen ze hem uit afgunst en angst voor hun bezit vastgrepen en gevangen zetten in een put. Dit beeld was ontegensprekelijk in hun geheugen gegrift. Het was op hun netvlies gebrand en liet hen niet meer los. Ze vertellen nu over hun hun persoonlijke herinneringen toen ze Jozef in de kerker gooiden en het deksel afsloten. We hebben inderdaad niet gelezen in het verhaal1 dat Jozef hen angstig om genade had gesmeekt. Zij hadden toen geen oren naar dit smeken zoals Jozef nu ook geen oren heeft naar hun angstig smeken bij de onterechte beschuldigingen die hen nu te beurt valt.drie dagen hechtenis,angstig smeken,put van Dotan,Ruben,Simeon,tegenslag beschouwd als straf,inzicht in wat zijn broers met hem deden,verdiende straf voor het vergieten van bloed,

Omdat de gesprekken tussen Jozef en de tien broers normaal via een tolk verliepen, hadden ze geen vermoeden dat Jozef Hebreeuws verstond. Hun hele gedachtewisseling over wat vroeger gebeurd was, trof Jozef diep. Hij hoorde nu hoe de broers onderling hadden geredetwist in het huis van bewaring3 over zijn lot. De verdediging van Jozef door Ruben als verantwoordelijke oudste zoon hoort Jozef nu voor het eerst. Jozef kreeg het moeilijk zijn emoties in de hand te houden en wendde zijn gelaat af van zijn broers omdat ze niet zouden merken dat de details van hun discussies in de gevangenis hem tot tranen toe hadden bewogen. Tot nu had hij geen zicht op de verwikkelingen en de samenzwering tussen zijn broers die tot de verkoop als slaaf hebben geleid. Na al die tijd zag hij de barbaarsheid van het plan van Simeon in, die zijn broers aanzette om Jozef te doden. Dit voornemen werd door Ruben gedwarsboomd. Hij vroeg het bloed van Jozef niet te vergieten. Omdat Ruben niet heeft kunnen verhinderen dat Jozef dan toch weggevoerd werd en niet meer terugkwam dachten ze dat Jozef ondertussen gestorven was. Daarom ondergaan ze hun hechtenis als verdiende straf uit het bovennatuurlijke voor het vergieten van het bloed van Jozef4.

In die drie dagen gevangenschap van de tien zonen van Jakob gebeurt er iets heel bijzonder. Zowel Jozef als zijn broers krijgen inzicht. De tien erkennen dat ze schuldig zijn. De mate van de verantwoordelijkheid van zijn broers heeft Jozef, dank zij de begrepen gesprekken uit de gevangenis, kunnen beoordelen. Jozef neemt daarom de juiste beslissing om Simeon, de harteloze aanstoker5, in de boeien te laten slaan. De stoere bruut, voor wie iedereen bang was, wordt nu vernederd voor de ogen van zijn negen broers en geboeid.

 

1 Genesis 37,19-30.

2 zie Genesis 37,22-24.

3 afgeleid van “bayith” in het Hebreeuws en dat betekent kerker (zie bajes uit het Jiddisch).

4 Genesis 5,10-11; Genesis 9,5-6.

5 Genesis 34,25-26.

12 januari 2018

De ommekeer van de derde dag.

Alles neemt voor mensen een bovennatuurlijke en onverklaarbare wending na drie dagen. De tien broers, die nu ook een gevangenschap ervaren die hen ten onrechte wordt opgelegd, denken terug aan het onrecht dat zij hun broer Jozef hebben aangedaan. Jozef van zij kant komt met een nieuw voorstel dat veel begrip toont voor zijn broers en zijn familie. Genesis 42,18-20: 18 Op de derde dag zei Jozef tegen hen: ‘Als u in leven wilt blijven, doe dan wat ik nu ga zeggen, want ik ben een godvrezend man. 19 Als u betrouwbaar bent, laat dan één van uw broers achter in de gevangenis; de anderen kunnen gaan en graan meenemen voor de honger van uw families; 20 maar u moet uw jongste broer bij mij brengen. Dan zal de waarheid van uw woorden blijken en zult u niet sterven.’ Dat deden zij. De toonommekeer van de derde dag,bovennatuurlijke wending,onterechte gevangenisstraf,goedheid als godvrezende,ontzag,andere logica,onstuitbare van de derde dag,goed leven,besneden van hart,goddelijke dimensie raakt aan menselijk bestaan, van Jozef blijft streng maar zijn goedheid als “godvrezende” krijgt veel meer ruimte. De uitdrukking vrees en angst voor de Ene schrikt ons telkens weer af. We hebben het liever over ontzag en eerbied waarmee we aanvaarden dat er een andere dimensie bestaat dan de menselijke logica, die meegaat met het leven en het oordeel van farao. Deze menselijke manier van denken en doen zijn ook hier in het verhaal van de broers van Jozef in Egypte vrijheidsberoving en dreiging met ellende en dood. Als we in een zwak vertrouwen leven kan dit ontzag inderdaad bezoedeld worden door angst. Deze angst remt onze openheid voor de Ene en jaagt ons in ritten en manoeuvres om ons te verdedigen. De vertrouwvolle Abraham, icoon van de gelovige mens, hoorde immers de Ene in Genesis 15,11 zeggen dat hij niet hoefde te vrezen. De god van Abraham, de onverwoestbare en onstuitbare El Shadday met een hart voor mensen, stond hem immers bij, was zijn schild, in zijn vergankelijk menszijn. Op “de derde dag” gebeurt in de Bijbel meestal dat onstuitbare, bovennatuurlijke dat fundamenteel bepalend is in het leven van een gelovige. Een vertrouwvolle besnedene van hart krijgt door zijn openheid het volle leven aangereikt. Ook hier bij Jozef en zijn tien broers komt er een wending uit een situatie die ogenschijnlijk vastzat. Er wordt opnieuw perspectief gegeven aan het “goed leven” doordat inzichten vrijgemaakt worden. De derde dag is de dag van de kentering waar er geleefd wordt naar de nomen van het besneden hart. Jozef laat het levengevende voedsel vertrekken naar de stam van zijn vader Jakob. De broers mogen samen vertrekken om de risico’s onderweg het hoofd te kunnen bieden. De broers beseffen na hun onterechte gevangenschap hoe het voelt om afgesneden te worden van hun familie. Ze ervaren hun gevangenisstraf als een vingerwijzing van de Ene. Er komt ook nog perspectief voor de vrijspraak van spionage nadat de broers Benjamin naar Jozef zouden brengen. Dan zal immers de waarheid van hun woorden blijken. De menselijke waardigheid krijgt weer een gezond profiel in weerwil van een blijkbaar vastzittende situatie. Alles beweegt in een grote eenheid waarin de ontzaglijk goddelijke dimensie raakt aan het menselijke bestaan. Het hele gebeuren op deze derde dag is ontzagwekkend. Dit is veel groter dan de logica van de eed op het leven van farao voor hen die er voor openstaan.

1 Genesis 15,1: 1 Na deze gebeurtenissen klonk het woord van Jahwe in een visioen tot Abram: `Gij moet niet vrezen, Abram, Ik zal uw schild zijn. Uw loon zal zeer groot zijn!'

11 januari 2018

Een risicovolle bewijslast.

Jozef maakt het zijn broers niet gemakkelijk en dit vers is bijna de herhaling van het vorige. Dit geeft aan dat het hier om een moeilijke kwestie gaat waarop geen uitzondering geduld wordt. Het is de bevestiging van de eerste uitspraak van Jozef in naam van farao maar nu krijgt één van de broers de toelating om Benjamin op te halen. Aanvankelijk zouden alle broers vastgehouden worden in Egypte. Genesis 42,16- 16 Laat dus één van u die broer gaan halen; ondertussen blijven de anderen hier als gevangenen. Zo komt vast te staan of u inderdaad de waarheid spreekt. Zo niet, bij het leven van de farao, dan bent u spionnen.’ De eed die Jozef zweert is op het “leven” van farao. Dit gebeurde vaker in de Bijbel1. Zowaar de farao leeft biedt rechtszekerheid aan de uitspraak van Jozef in het gebied waar het recht van de farao, die in Egypte de vertegenwoordiger is van de oppergod Ra, geldt. Als Jozef,zonen van Jakob,moeilijke kwestie,Benjamin ophalen,zowaar farao leeft,eed van rechtszekerheid,bedreiging,nieamnd zo verstandig of wijs als Jozef door Elohim,gedelegeerd gezag,geen wrok,drie dagen hechtenis,betrouwbaarheid,aangestelde van farao aanvaardt Jozef zijn hoogste gezag omdat zijn eigen zeggenschap van hem afhankelijk is.

Farao zal zonder twijfel bij het ontbreken van het bewijs de vermeende spionnen laten hangen ter gelegenheid van een of andere openbare feestdag omdat ze een bedreiging vormen voor het land en voor zijn eigen leven. Zo zeker is het dat Farao leeft om te straffen of te wreken om zijn gezag te bestendigen. Hij zou ongetwijfeld Jozef volgen in zijn redenering zoals hij hem ook volgde in de wijsheid om Egypte te redden van de ondergang door gebrek aan voedsel. Genesis 41,39-42: 39 En Farao zei tot Jozef: `Aangezien God u al die dingen heeft bekend gemaakt, is er niemand zo verstandig en wijs als u. 40 U zult dus de leiding over mijn huis krijgen en aan uw bevel zal heel mijn volk zich onderwerpen; alleen door mijn koningstroon zal ik uw meerdere zijn.' 41 Verder zei Farao tot Jozef: `Ik stel u hierbij aan over geheel Egypte.' 42 En hij trok de zegelring van zijn vinger, stak die aan Jozefs hand, liet hem linnen kleren aantrekken en hing een gouden ketting om zijn hals. De ring en de gouden ketting, die Jozef omwille van zijn wijsheid om de hals droeg, waren een symbool voor het delegeerde gezag2 in het Midden-Oosten.

Jozef volgt als dienaar van farao vastberaden de Egyptische lijn in zijn uitspraken. Toch draait hij de gewenste bewijsvoering naar zijn hand en wil hij meer te weet komen over het “shalom” van Benjamin. Hem naar Egypte laten komen is daarom een goed idee. We kunnen Jozef niet in de schoenen schuiven haatgevoelens te koesteren jegens zijn broers maar hij is evenmin in eerste instantie lief voor zijn broers. Genesis 42,17: 17 Daarop liet hij ze voor drie dagen gevangen zetten. Zijn bedoeling was wellicht hen te dwingen na te denken over hun betrouwbaarheid en hen de tijd te geven de gevoelens van hun hart grondig te onderzoeken. Daarom zaten ze alle tien eerst drie dagen in hechtenis. De tijd dat er een bovennatuurlijke ommekeer in hun denken kon komen.

Een van hen mag nadien alleen de risicovolle reis naar Kanaän ondernemen om Benjamin op te halen als bewijs van hun familieverhaal.

 

1 1 Samuel 17,55; 2 Samuel 14,19; Ezechiël 33,1.

2  Ester 3,10; Daniël 5,7 en 16.