12 januari 2018

De ommekeer van de derde dag.

Alles neemt voor mensen een bovennatuurlijke en onverklaarbare wending na drie dagen. De tien broers, die nu ook een gevangenschap ervaren die hen ten onrechte wordt opgelegd, denken terug aan het onrecht dat zij hun broer Jozef hebben aangedaan. Jozef van zij kant komt met een nieuw voorstel dat veel begrip toont voor zijn broers en zijn familie. Genesis 42,18-20: 18 Op de derde dag zei Jozef tegen hen: ‘Als u in leven wilt blijven, doe dan wat ik nu ga zeggen, want ik ben een godvrezend man. 19 Als u betrouwbaar bent, laat dan één van uw broers achter in de gevangenis; de anderen kunnen gaan en graan meenemen voor de honger van uw families; 20 maar u moet uw jongste broer bij mij brengen. Dan zal de waarheid van uw woorden blijken en zult u niet sterven.’ Dat deden zij. De toonommekeer van de derde dag,bovennatuurlijke wending,onterechte gevangenisstraf,goedheid als godvrezende,ontzag,andere logica,onstuitbare van de derde dag,goed leven,besneden van hart,goddelijke dimensie raakt aan menselijk bestaan, van Jozef blijft streng maar zijn goedheid als “godvrezende” krijgt veel meer ruimte. De uitdrukking vrees en angst voor de Ene schrikt ons telkens weer af. We hebben het liever over ontzag en eerbied waarmee we aanvaarden dat er een andere dimensie bestaat dan de menselijke logica, die meegaat met het leven en het oordeel van farao. Deze menselijke manier van denken en doen zijn ook hier in het verhaal van de broers van Jozef in Egypte vrijheidsberoving en dreiging met ellende en dood. Als we in een zwak vertrouwen leven kan dit ontzag inderdaad bezoedeld worden door angst. Deze angst remt onze openheid voor de Ene en jaagt ons in ritten en manoeuvres om ons te verdedigen. De vertrouwvolle Abraham, icoon van de gelovige mens, hoorde immers de Ene in Genesis 15,11 zeggen dat hij niet hoefde te vrezen. De god van Abraham, de onverwoestbare en onstuitbare El Shadday met een hart voor mensen, stond hem immers bij, was zijn schild, in zijn vergankelijk menszijn. Op “de derde dag” gebeurt in de Bijbel meestal dat onstuitbare, bovennatuurlijke dat fundamenteel bepalend is in het leven van een gelovige. Een vertrouwvolle besnedene van hart krijgt door zijn openheid het volle leven aangereikt. Ook hier bij Jozef en zijn tien broers komt er een wending uit een situatie die ogenschijnlijk vastzat. Er wordt opnieuw perspectief gegeven aan het “goed leven” doordat inzichten vrijgemaakt worden. De derde dag is de dag van de kentering waar er geleefd wordt naar de nomen van het besneden hart. Jozef laat het levengevende voedsel vertrekken naar de stam van zijn vader Jakob. De broers mogen samen vertrekken om de risico’s onderweg het hoofd te kunnen bieden. De broers beseffen na hun onterechte gevangenschap hoe het voelt om afgesneden te worden van hun familie. Ze ervaren hun gevangenisstraf als een vingerwijzing van de Ene. Er komt ook nog perspectief voor de vrijspraak van spionage nadat de broers Benjamin naar Jozef zouden brengen. Dan zal immers de waarheid van hun woorden blijken. De menselijke waardigheid krijgt weer een gezond profiel in weerwil van een blijkbaar vastzittende situatie. Alles beweegt in een grote eenheid waarin de ontzaglijk goddelijke dimensie raakt aan het menselijke bestaan. Het hele gebeuren op deze derde dag is ontzagwekkend. Dit is veel groter dan de logica van de eed op het leven van farao voor hen die er voor openstaan.

1 Genesis 15,1: 1 Na deze gebeurtenissen klonk het woord van Jahwe in een visioen tot Abram: `Gij moet niet vrezen, Abram, Ik zal uw schild zijn. Uw loon zal zeer groot zijn!'

11 januari 2018

Een risicovolle bewijslast.

Jozef maakt het zijn broers niet gemakkelijk en dit vers is bijna de herhaling van het vorige. Dit geeft aan dat het hier om een moeilijke kwestie gaat waarop geen uitzondering geduld wordt. Het is de bevestiging van de eerste uitspraak van Jozef in naam van farao maar nu krijgt één van de broers de toelating om Benjamin op te halen. Aanvankelijk zouden alle broers vastgehouden worden in Egypte. Genesis 42,16- 16 Laat dus één van u die broer gaan halen; ondertussen blijven de anderen hier als gevangenen. Zo komt vast te staan of u inderdaad de waarheid spreekt. Zo niet, bij het leven van de farao, dan bent u spionnen.’ De eed die Jozef zweert is op het “leven” van farao. Dit gebeurde vaker in de Bijbel1. Zowaar de farao leeft biedt rechtszekerheid aan de uitspraak van Jozef in het gebied waar het recht van de farao, die in Egypte de vertegenwoordiger is van de oppergod Ra, geldt. Als Jozef,zonen van Jakob,moeilijke kwestie,Benjamin ophalen,zowaar farao leeft,eed van rechtszekerheid,bedreiging,nieamnd zo verstandig of wijs als Jozef door Elohim,gedelegeerd gezag,geen wrok,drie dagen hechtenis,betrouwbaarheid,aangestelde van farao aanvaardt Jozef zijn hoogste gezag omdat zijn eigen zeggenschap van hem afhankelijk is.

Farao zal zonder twijfel bij het ontbreken van het bewijs de vermeende spionnen laten hangen ter gelegenheid van een of andere openbare feestdag omdat ze een bedreiging vormen voor het land en voor zijn eigen leven. Zo zeker is het dat Farao leeft om te straffen of te wreken om zijn gezag te bestendigen. Hij zou ongetwijfeld Jozef volgen in zijn redenering zoals hij hem ook volgde in de wijsheid om Egypte te redden van de ondergang door gebrek aan voedsel. Genesis 41,39-42: 39 En Farao zei tot Jozef: `Aangezien God u al die dingen heeft bekend gemaakt, is er niemand zo verstandig en wijs als u. 40 U zult dus de leiding over mijn huis krijgen en aan uw bevel zal heel mijn volk zich onderwerpen; alleen door mijn koningstroon zal ik uw meerdere zijn.' 41 Verder zei Farao tot Jozef: `Ik stel u hierbij aan over geheel Egypte.' 42 En hij trok de zegelring van zijn vinger, stak die aan Jozefs hand, liet hem linnen kleren aantrekken en hing een gouden ketting om zijn hals. De ring en de gouden ketting, die Jozef omwille van zijn wijsheid om de hals droeg, waren een symbool voor het delegeerde gezag2 in het Midden-Oosten.

Jozef volgt als dienaar van farao vastberaden de Egyptische lijn in zijn uitspraken. Toch draait hij de gewenste bewijsvoering naar zijn hand en wil hij meer te weet komen over het “shalom” van Benjamin. Hem naar Egypte laten komen is daarom een goed idee. We kunnen Jozef niet in de schoenen schuiven haatgevoelens te koesteren jegens zijn broers maar hij is evenmin in eerste instantie lief voor zijn broers. Genesis 42,17: 17 Daarop liet hij ze voor drie dagen gevangen zetten. Zijn bedoeling was wellicht hen te dwingen na te denken over hun betrouwbaarheid en hen de tijd te geven de gevoelens van hun hart grondig te onderzoeken. Daarom zaten ze alle tien eerst drie dagen in hechtenis. De tijd dat er een bovennatuurlijke ommekeer in hun denken kon komen.

Een van hen mag nadien alleen de risicovolle reis naar Kanaän ondernemen om Benjamin op te halen als bewijs van hun familieverhaal.

 

1 1 Samuel 17,55; 2 Samuel 14,19; Ezechiël 33,1.

2  Ester 3,10; Daniël 5,7 en 16.

10 januari 2018

“Jullie zijn spionnen.”

Het werkwoord “nakar” van vers 8 dat op het eerste zicht vertaald werd met dat ze Jozef niet herkenden lijkt nu eerder op het feit dat hij zich niet wil te kennen geven. Dit is ook een goede vertaling van dit Hebreeuwse woord. De kleine woordenschat van het Hebreeuws is vaker de aanleiding tot veel wisselende vertalingen. Daarom ook speelt Jozef het hard en heeft geen oren naar de verdediging van zijn broers, die beweren dat ze betrouwbare mensen zijn. Jozef wil ze laten inzien na wat hij weet over hen1 dat ze niet zo oprecht zijn als ze willen laten uitschijnen. Genesis 42,12-16: 12 Maar hij zei tegen hen: ‘Nee, nee! U probeert te weten te komen waar het land open en onbeschermd ligt.’ 13 Zij antwoordden: ‘Uw dienaren waren met twaalven. Wij zijn broers, zonen van één man in Kanaän; de jongste is bij vader gebleven, en één is er niet meer.’ 14 Nu zei Jozef tegen hen: ‘Ik blijf bij wat ik gezegd heb: u bent spionnen. 15 Maar op één manier kan uw betrouwbaarheid blijken: bij het leven van de farao, u komt hier niet vandaan, tenzij uw jongste broer hier verschijnt. Door de opgevoerde druk door Jozef op de zonen van Jakob moeten ze alle mogelijke argumenten naar boven halen om hem te overtuigen dat zij geen spionnen zijn. Ze vertellen dat ze met twaalf waren en geven Jozef nog meer details om hem te overtuigen. Zo verneemt Jozef,zonen van Jakob,spionnen,neemt verdediging niet in acht,details over de familie,Benjamin,Jakob nog in leven,Jozef van de aardbol verdwenen,Henoch,ayin,bewijslast,Jozef meer over zijn vader en zijn jongst broer, die achtergebleven waren. Hij hoort dat zijn vader nog leeft en dat zijn volle broer, Benjamin, bij zijn vader is. Dit maakt hem ongetwijfeld blij maar hij laat da niet merken. Terwijl ze hun betrouwbaarheid proberen te bewijzen zijn ze ook Jozef aan het beliegen. Ze maken hem wijs dat er een zoon gestorven is. Jozef, de levende zoon van Jakob, krijgt zo de bevestiging dat zijn broers hem zeker op dit punt beliegen maar dat ze hem anderzijds zeker niet herkend hebben. Ze zeggen dat er een van de zonen “ayin” was, weg was zoals Henoch2, zonder lichaam achter te laten. Het was inderdaad ook hun bedoeling ook dat Jozef voorgoed uit hun leven te bannen omdat ze hem als een bedreiging beschouwden. Na al die jaren hoopten ze dan inderdaad dat hij van de aardbol zou verdwenen zijn op de een of andere manier. Ze hielden hun wensen voor waarheid. Jozef wist dat dit een ijdele wens was.

Jozef houdt voet bij stuk en aanvaardt hun uitleg niet als waarheid. Hij blijft duidelijk bij zijn vorige stelling en legt de materiële bewijslast bij zijn broers. Ze moeten bewijzen wat ze Jozef vertellen. Doordat ze meer over hun gezin vertelden in hun argumentatie, krijgt Jozef de gelegenheid om hen een bewijs te vragen. Er is nog een zoon die thuis is en dat kunnen ze bewijzen door hem naar Jozef te brengen. Jozef treedt hier op als een rechter die in naam van farao de voorwaarden stelt. Om zijn jongste - “qatan” in het Hebreeuws is ook “kleinste”- broer na al die jaren terug te zien. Hij wil er zich van te vergewissen dat de kleine, die onderhand toch meer dan twintig jaar moet zijn, in “shalom” leeft en niet belaagd werd door zijn broers. Daarom vraagt hij hen Benjamin te halen. Hij kan al zijn broers niet vrijlaten omdat ze nog steeds beschuldigd zijn van spionage zolang niet bewezen is dat ze nu wel betrouwbaar zijn. Dit kunnen ze voor Jozef aan tonen door hun broer, die nog in Kanaän is bij zijn vader, naar Egypte e laten komen.

 

1 Genesis 34,24-26; Genesis 37,18-33.

2 Genesis 5,24.