18 oktober 2017

Hoe kan het tweeslachtige Egypte nu meer hoop geven?

Voor ons kan het verhaal van Jozef verder gaan en staat de eindmededeling van dit hoofdstuk in schril contrast met de verlamming in de hopeloze geest van Jakob. Hij blijft overtuigd dat Jozef niet meer leeft en dat de wijsheid van zijn oude dag geen vruchten zal afwerpen in de verdere generaties van zijn volk. Genesis 37,36: 36 Intussen hadden de Midjanieten Jozef in Egypte verkocht aan een zekere Potifar, een hoveling van de farao, de overste van de lijfwacht. Door de leugen van de zonen van Jakob verdwijnt alle hoop bij Jakob. Maar wij weten dat Jozef nog leeft en dat de Ene, zijn verbond steeds trouw, op welke manier dan ook zijn volk zal blijven steunen. We hebben al meer dan eens ervaren in de verhalen van de Schrift dat wat de mensen ook misdoen er toch een weg ten goede open gaat. De egypte,hopelooze situatie,wijsheid van oude dag,potifar,hoveling van farao,farao zonder naam,jozef leeft,verbond trouw,weg ten goede,el shadday,overvloed en onderdanigheid,eunuch,slaaf,einde verbond voor de lezersEne blijft de onweerstaanbare El Shadday, die de hoop op een beter leven steeds mogelijk maakt. De doortrapte handelaars van de woestijn, de Midjanieten, verkopen de slaven uit de karavanen aan Egypte. Zo komt ook Jozef in Egypte terecht. Een tweeslachtig land dat een zeer slechte reputatie heeft bij de Hebreeuwen. De lessen uit het verhaal over Abraham in Sara in Egypte leven verder bij Israël. Egypte is een land van overvloed waar men kritiekloze onderdanigheid verschuldigd is aan een farao-systeem. In dat denkpatroon is geen ruimte om het betere leven, dat de Ene in zijn verbond voorstelt, waar te maken. Als we dan nog eens een van de mogelijke vertalingen1 uit het Egyptisch van Potifar daar naast zetten, merken we dat er een andere god heerst in het land waar Jozef nu als slaaf toegekomen is. Potifar betekent gegeven door Re of gewijd aan Re, de Egyptische zonnegod. Potifar zou een priester van Re - op zijn minst een volgeling - kunnen zijn aan het hof van de farao zonder naam. De vele mogelijke vertalingen bezorgen ons een veelzijdige interpretatie van de tekst. De functie van Potifar als "saris" dat zowel officier, kamerheer, vertrouweling als eunuch betekent, kunnen we lezen als officier van de eunuchen. In die tijd en ook later waren dienaars in de paleizen veelal castraten. Het is eigen aan de Bijbelse teksten dat er een verdoken spottende scherts zit in de Hebreeuwse benadering als kwinkslag van de onderdrukte. Hier zetten Potifar op dezelfde lijn van de eunuchen.

De jongeling Jozef door Potifar aangekocht als slaaf zal wellicht hetzelfde lot ondergaan als de ander eunuchen in dienst van farao. Waar er voor de toehoorders van het verhaal misschien nog toekomst was voor Jozef die in leven bleef, blijkt nu dat hij wellicht geen kans zal hebben op erfgenamen van het verbond. Niet alleen Jakob kan niet meer geloven in de toekomst van het volk binnen het verbond met de Ene. Nu kunnen ook de lezers van het verhaal geen toekomst meer zien voor het volk van de Ene. Alles zit tegen. Het tweeslachtige land Egypte en Potifar met zijn eunuchen. In de logica van de mensen is geen vervolg meer mogelijk voor het verhaal van de Ene en zijn volk Israël. Opnieuw reden genoeg om hopeloos de moed op te geven en niet verder te werken aan dat Rijk dat er is maar niet meer gezien wordt. Maar met een god die bij de aartsvaders ook El Shadday noemt is er geen opgeven nodig want hij is onstuitbaar in zijn liefde voor de mens. Voor Noach, Abraham en Jakob was er ook uitkomst toen niemand dat nog mogelijk achtte. De Bijbel geeft ons verhalen van hoop door de onmetelijke genade van een goede god die heil brengt2. Er komt beslist een oplossing. Maar dewelke?

 

1 Enkele andere naamverklaringen - afgeleid uit de samenstellende Koptische woorden van Potifar: vader van de koning of van het paleis. - naar gelijkenis met 2 Koningen 25,8: commandant van de lijfwacht en adjudant van de koning, die ook de leiding had over het uitvoeren van doodvonnissen.  - keukenmeester die bevel had over de slachters van de dieren.

2 Psalm 102.

17 oktober 2017

Stamvader Israël denkt aan zijn einde en aan dat van het verbond.

Het licht dat inzicht geeft wordt bij Jakob verduisterd door het onmetelijk menselijk verdriet bij het verlies van een kind. Genesis 37,35: 35 Al zijn zonen en dochters deden hun best om hem te troosten, maar hij liet zich niet troosten en zei: "Treurend daal ik af naar mijn zoon in het dodenrijk." En zijn vader bleef hem bewenen. Het eensgezind rouwbeklag van zijn zonen en zijn dochters kan Jakob niet troosten. Al zijn zonen en dochters, alle van hart besneden mannen en vrouwen van de hele stam van Israël, rouwen oprecht mee met aartsvader Jakob met uitzondering van de elf zonen van Jakob die niet oprecht kunnen deelnemen in hun rouwbeklag. Wat een pijnlijke vertoning is het te weten dat je broer leeft en voor de ogen van je vader te rouwen voor hem. We weten dat er en boodschapper toekwam in Hebron gestuurd door de broers vanuit Dotan. De terugkomst van de broers zal maar kunnen nadat Jakob het kleed van Jozef herkend heeft. Jakob staat alleen met zijn stamgenoten en zonder zijn eigen kinderen met zijn verdriet over de dood van Jozef. Hij zijn geliefde zoon zelfs niet kan begraven in het familiegraf van Makpela1. Zijn zonen die nog in Dotan zijn, hebben geen oog en vooral geen hart voor het onnodige verdriet van hun vader. Ze beseffen niet wat ze hebben aangericht maar dat is hun zorg niet. Voor hen leeft hun broer ergens anders als meegevoerde slaaf. Het was ook hun beslissing om Jozef te laten verdwijnen uit hun leven omdat ze afgunstig waren en bang werden dat Jozef een bedreiging zou vormen voor hun erfenis. De dubbele houding van Ruben was de meest opmerkelijke. Enerzijds zou hij, als Jozef als erfgenaam aangesteld wordt, het grootste materieel verlies boeken. Anderzijds is hij de oudste broer die zijn einde van verbond,israël,onmetelijk menselijk verdriet bij verlies van een kind,oprecht rouwen,vertoning,onnodig verdriet,harteloos,dubbele houding vn ruben,vloek ontlopen,leven wordt zinloos,sheol,geen opvolging,vermeende doodverantwoordelijkheid wil opnemen voor zijn jongere broer en hem behouden wil teruggeven aan zijn vader. Nu komt zijn drang naar bezit naar boven en speelt hij mee in het toneelstuk opgezet door zijn jongere broers om hem vrij te pleiten van zijn verantwoordelijkheid en om de vloek van zijn vader te ontlopen.

Het verlies van zijn geliefde zoon maakt Jakob zo neerslachtig dat hij geen zin meer heeft om te leven omdat hij niet meer kan geloven in het verbond en de trouw daaraan van de Ene. Hij wil afdalen naar "sheol", de dodenwereld, het schimmenrijk. Woorden van Jesaja 38,18-19: 18 Het dodenrijk brengt U geen lof, de doden prijzen U niet. Wie in het graf is afgedaald hoopt niet meer op uw trouw. 19 Levende mensen alleen kunnen U loven, zoals ik heden doe. Een vader alleen maakt zijn zonen bekend met uw trouw. Door Jesaja wordt het begrip "sheol" in een bredere context gezet. Dit zou, betrokken op Jakob, het einde van het verbond van de Ene voor Jozef en voor hemzelf kunnen betekenen. Jakob ziet geen uitweg meer voor zijn opvolging als stamvader. Zijn drie oudste zonen hebben hem zo hard ontgoocheld dat hij onmogelijk de voortzetting van het verbond aan hen kan toevertrouwen. Jozef daarentegen was goed voorbereid. Hij zou de stamvader van Israël kunnen worden. Bij de vermeende dood van Jozef in de ogen van Jakob, houdt de droom van Israël op te bestaan. Hij wordt opnieuw een Jakob die deze keer niet door de bezitsdrang maar door het verdriet verblind is en daardoor de zin van zijn leven niet meer inziet en is hij ontroostbaar. Het is op zijn minst een aankondiging van een zelfmoord door Jakob maar wel een eindpunt van de geschiedenis van de Ene met zijn volk.

 

1 Genesis 23,19.

16 oktober 2017

Een boodschapper brengt de mantel van Jozef naar Jakob.

De zonen van Jakob gaan opnieuw aan het werk en laten hun kudden grazen in de weiden rond Dotan. Het is voor hen belangrijk dat het vee "shalom" is. Dit maakt hen rijker. Voor hun broer Jozef is er geen "shalom". Hij is volgens hen de bedreiging van hun toekomstig bezit. Genesis 37,32: 32 Toen lieten zij het naar hun vader brengen met de boodschap: "Dit hebben we gevonden. Kijk eens goed. Is het misschien het kleed van uw zoon?" Alsof het over een onbelangrijk gegeven gaat en ze geen tijd kunnen uittrekken om hun vader in te lichten, lieten ze het bebloede kleed door een knecht aan hun vader bezorgen. Ze geven die bode de opdracht uit te leggen dat ze dit kleed ergens gevonden hebben. Ze laten hem ook zeggen dat ze twijfelen of dit wel de mantel van hun broer kan zijn. Valser kan het niet want ze hebben zelf het kleurige kleed van Jozef afgenomen zodra hij ben hen aankwam. Dit was niet zomaar een kleed, het stond symbool voor wat Jozef was. Hij was bekleed met de wijsheid van de Israël, zoals Jakob noemt na de ervaring van Peniël. Meer dan eens hebben ze Jozef in dit kleed gezien. Ze herkenden hem zelfs in de verte toen hij aankwam in Dotan door dat speciale kleed.

De broers laten vader Jakob zelf tot de conclusie komen over het niet terugkeren van Jozef. Ze hoeven hem dan ook niets te vertellen over de verdwenen Jozef. Doordat ze een knecht sturen met de mantel en de boodschap, ontwijken ze een heftige aanvaring en veel vragen. Heel ver van Hebron, nog verder dan Sichem, houden ze zich bij schuil achter hun opdracht het vee te hoeden van hun vader. Zij die geen hoeders geweest zijn van hun broer blijven heel neutraal en afzijdig en hebben geen oog voor het verdriet dat zij hun vader hebben aangedaan.vee shalom,mantel van jozef,boodschapper,mantel met bloed,wijsheid van israël,peniël,vijandig levend wezen,kleren scheuren,zak uit grof geweven stof,strijden met de ene,alle hoop verloren,opvolger voor het verbond,onmacht,protest,verontwaardiging

Bij het zien van de met bloed besmeurde mantel zal Jakob meteen vermoeden dat Jozef door een wild beest is verslonden. Genesis 37,33-34: 33 Hij herkende het en zei: "Het is het kleed van mijn zoon; een wild dier heeft hem verslonden. Jozef is vast en zeker verscheurd." 34 En Jakob scheurde zijn kleren, deed een zak om zijn lendenen en treurde lange tijd om zijn zoon. Geen moment twijfel voor Jakob. Dit is de mantel van Jozef. Jakob weet en zegt dat zijn zoon verscheurd is door een wild beest. De Hebreeuwse stammen van het wilde beest, dat Jozef verscheurde, zijn "chay", een levend wezen, en "ra'" afgeleid van "ra'a'" dat vijandig betekent. Dit beschrijft de houding van de broers van Jozef die hem vijandig gezind waren en geen "shalom" voor hem hadden2 zodra zij het veelkleurig kleed met hun afgunstige blikken hadden gezien.

Bij het zien van het bebloede kleed van Jozef kan Jakob ook niet meer rondlopen in zijn voorname kleren van aartsvader. Hij kleedt zich in een zak, in het Hebreeuws "saq" van "shaqaq", grof geweven stof dat als graanzakken gebruikt werd. Dit grof geweven kleed maakte hij vast in zijn lenden. Zijn aanzien krijgt op slag een ander uitzicht. Alle Israël, alle impuls om te strijden met de Ene, in hem verdwijnt en maakt plaats voor een treurende Jakob. Alle zijn perspectieven op de toekomst, waarin Jozef een belangrijke rol zou spelen, vallen weg. Is er dan geen toekomst in het verbond met de Ene waar een volk en een land in het verschiet gesteld werden? Alle hoop lijkt verdwenen en Jakob is diep bedroefd en de belofte van de Ene verdwijnt uit zijn visie. Het kleed was voor Jakob ook het teken van de moeite die hij zich getroost had om in een opvolger te voorzien voor het verbond. Al zijn inspanningen zijn verloren. In rouw scheurt hij zijn kleren als teken van onmacht, protest, en verontwaardiging1. Israël is verscheurd van verdriet en blijft lange tijd rouwen om zijn zoon in wie hij zijn hoop en deze van zijn volk gesteld had.

 

1 zie bijdrage en voetnoot 1: Ruben kan zijn plan niet uitvoeren.

2 Genesis 37,4.