22 december 2017

Jozef, een Hebreeuwse slaaf, wordt een belangrijke Egyptenaar.

De hopeloze situatie van Jozef is in na verloop van tijd helemaal veranderd doordat hij gezegend was door de Ene en een zegen was voor de anderen. Nadat hij niet gedood werd door zijn afgunstige broers en verkocht werd als slaaf, begon zijn nieuwe leven met zijn dienstbaarheid die hij te danken had aan zijn opvoeding. Hij was besneden van hart. Genesis 41,41-45: 41 Daarop zei de farao tegen Jozef: 'Ik stel u hierbij aan over heel Egypte.' 42 En hij trok de zegelring van zijn vinger, stak die aan Jozefs hand, liet hem linnen kleren aantrekken en hing een gouden ketting om zijn hals. 43 Toen liet hij hem op zijn tweede wagen plaats nemen en voor hem uitroepen: 'Breng hulde!' Zo stelde hij hem aan over heel Egypte. 44 En de farao zei tegen Jozef: 'Ik blijf de farao, maar zonder een woord van u zal niemand in heel Egypte een hand verroeren of een voet verzetten.' 45 Hij gaf Jozef de naam Safenat-Paneach, en Asnat, de dochter van Potifera, een priester van On, gaf hij hem tot vrouw. Zo kreeg Jozef volmacht over heel Egypte. De belofte van farao wordt formeel bevestigd met een benoeming en alles wat er bijhoort om in heel het land van Egypte ruchtbaarheid te geven aan de macht die Jozef had gekregen vanJozef wordt een zegen,op de wagen,linnen kleren,zegelring,ruchtbaarheid aan de benoeming van Jozef,elite,ketting als teken van gedelegeerde macht,Safenat-Paneach,verlosser van de wereld,hij die de dingen kent, farao. Farao steekt zijn eigen zegelring aan de vinger van Jozef. Dit is het teken van het delegeren van de macht1. Het Hebreeuwse "tabbaath" voor "zegelring" komt uit het werkwoord "taba" dat zinken, verdrinken betekent en ons laat denken aan het inprenten van de ring in was. Jozef krijgt ook een linnen kleed en een gouden halsketting. Het fijne linnen werd gedragen door de elite van de Egyptische maatschappij en de gouden ketting om de hals was ook een symbool voor gezag1 in het Midden-Oosten. Deze tekenen die Jozef aan het hof van farao kreeg werden nu ook aan de buitenwereld kenbaar gemaakt. Jozef werd rondgevoerd in het tweede belangrijkste voertuig van Egypte en het volk werd aangespoord om hem hulde te brengen. Heel Egypte zal onder de bevoegdheid van de nieuw aangestelde hoge ambtenaar Jozef komen. In het Hebreeuws klinkt het letterlijk vertaald dat "niemand zijn hand of voet zal opheffen" wat een taaleigen wending is om aan te duiden dat geen werk of moeite zal starten of doorgaan zonder de toestemming van Jozef. Dit geeft zijn totale en volledige autoriteit aan hoewel de koning van Egypte farao en absolute heerser blijft.

Jozef krijgt ook een Egyptische naam: Safenat-Paneach. De betekenis van deze naam wordt op verschillende manieren uitgelegd. De vertaling van deze Egyptische naam voor de onderkoning Jozef zou "verlosser of redder van de wereld" zijn. In de Egyptische visie was Safenat-Paneach ook een naam die voor de koning van Egypte, farao, gebruikt werd en die verwees naar de wezenlijke aanwezigheid van de zonnegod in de persoon van farao. In dezelfde zin ligt de vertaling met "hij die de dingen kent". Deze interpretatie lijkt dan door de toepasselijkheid op droomverklaringen van Jozef te voldoen aan de geraffineerde gelaagdheid van de betekenissen die we vaker in de Bijbel terugvinden. Jozef wordt als een besneden Hebreeuwse slaaf de titeldrager van de machtigste koning van het machtigste land.

 

1 Ester 3,10.

2 Daniël 5,7. 16 en 29.

21 december 2017

Jozef wordt de verantwoordelijke voor de uitvoering van zijn plan.

De hovelingen van farao en de wijzen van het hof gaan mee in het plan dat Jozef opvat om de aangekondigde hongersnood om op een verstandige manier aan te pakken. Genesis 41,37-40: 37 De farao en al zijn hovelingen waren met dit plan zeer ingenomen. 38 Hij vroeg zijn hovelingen: 'Zou er wel iemand anders te vinden zijn die zo vervuld is van de geest van God als deze man?' 39 En de farao zei tegen Jozef: 'Aangezien God u al die dingen bekend heeft gemaakt, is er niemand zo verstandig en wijs als u. 40 U zult dus de leiding over mijn huis krijgen en aan uw bevel zal heel mijn volk zich onderwerpen; alleen door mijn koningstroon zal ik uw meerdere zijn.' Het verbaast ons dat farao zonder problemen spreekt over de "Elohiem" die de geest van Jozef vervult. In die tijd was bij het veelgodendom het bovennatuurlijke niet heel scherp afgelijnd en verdeeld in verschillende godsdiensten. De goden van andere volken werden, in het denken eigen aan het veelgodendom, niet uitgesloten. Als deze god die Jozef inspireerde goed was voor Egypte kan deze er wel bijgenomen worden. Zolang er maar niet getornd werd aan hun oppergod de zon, vertegenwoordigd door farao. Het eigenbelang primeert en van waar de goedheid en het voordeel komt speelt geen rol. Dit opportunisme geldt ook voor wie benoemd wordt in bepaalde hoge functies. Als een vreemdeling van een andere stam hen maar voorspoed en welvaart brengt kan hij hoog scoren. Het gaat hen om het profijt dat het beleid oplevert. De Hebreeuwen werden als een aanstelling Jozef tot onderkoning,erkenning van Elohiem door farao,leiding over Egypte,eigenbelang,kennis van de natuur,kennis als zegen voor anderen,dagelijks bestuur,minder ras, een rondtrekkend volk zonder land, beschouwd. Ze hadden geen steden en geen belangrijke gebouwen maar waren wel gekend voor hun dienstbaarheid en hun kennis van de natuur, die niet altijd vrijgevig is. Hun beloofde land was immers geen groene oase zodat voorzienigheid en solidariteit noodzakelijk waren om te overleven. In het verleden gebruikte de listige Laban de Hebreeuwse Jakob ook om zijn welvaart te verbeteren1. In hun opvoeding zat de juiste wijsheid om een zegen te kunnen zijn voor andere volken. Potifar was daarvan overtuigd toen hij Jozef als slaaf kocht van de Midjanieten en het was ook daarom dat hij Jozef het voordeel van de twijfel gaf bij de beschuldiging van poging tot verkrachting van zijn vrouw. Na de droomverklaring en de praktische oplossing, die uitgewerkt wordt door Jozef, staan alle hovelingen achter de verstandige en wijze voorstellen van Jozef. Ze omarmen Jozef en nemen hem op in hun midden. Jozef heeft respect afgedwongen en ook de farao ziet in dat Jozef de geschikte man zou zijn om zijn eigen plan uit te voeren. Hij zegt dat er niemand zo wijs en verstandig is dan Jozef, die gezegd is door zijn god. Jozef wordt aangesteld als de man die het dagelijkse bestuur van Egypte zal waarnemen. Hij krijgt de leiding over alle geledingen van het rijk. De Egyptenaren zullen zoals ze vroeger het bevel van farao volgenden dat van Jozef, "peh", wat uit zijn mond komt, moeten respecteren. Alleen de koning, de plaatsvervanger van de zon op aarde, zal zijn meester zijn.

 

1 Genesis 29,15-30.

20 december 2017

De machtige farao wordt gediend door de gezegende Jozef.

Jozef adviseert farao wat hij zou kunnen doen omdat hij overtuigd is dat de toekomstvoorspelling, die hij dank zij de gegevens uit de droom van farao toekrijgt, een goddelijke vingerwijzing is. Hij is zeer kordaat en gaat na zijn uitleg over de droom onmiddellijk over tot het voorstellen van praktische maatregelen. Hij laat echter de eindbeslissing over aan de machtige farao maar hij gaat heel ver in het beschrijven van de maatregelen. Er komt geen staatsgreep of een verandering in de bestaande organisaties in Egypte. Een andere werkwijze wordt onder het gezag van farao, in het Hebreeuws "onder de open hand", "tachath yad" van farao, in gang gezet door een slaaf die plots spreekrecht verwerft.toekomstvoorspelling,praktische maatregelen,onder het gezag van farao,slaaf met spreekrecht,voorkennis ten goede gebruiken,het land mag niet verloren gaan,redder van het volk,dienstbaar in hopeloze situaties,gesteund door de Ene,Jozef,

Nu en dan zijn er verhalen in de Bijbel waarin door de Ene aan mensen een toekomstbeeld prijsgeven wordt. Dit geeft hen de mogelijkheid om op te treden en om zelf de nodige maatregelen te treffen. Zo had de rechtvaardige Noah de genade gekregen voorkennis te krijgen van een grote vloed die op komst was en die de verdorven en gewelddadige mensen zou vernietigen. Noah kon zo zijn familie en de dieren van de aarde redden1. Ook Abraham kwam te weten2 dat het verdorven en onrechtvaardige Sodom vernietigd zou worden en hij probeerde de rechtvaardigen te redden door de vernietiging af te wenden. Maar er waren onvoldoende rechtvaardigen te vinden in Sodom. De catastrofe werd dan uitgesteld tot Lot en zijn familie ergens anders een onderkomen hadden gevonden3.

In dit verhaal komt Jozef voorlopig niet zelf in actie en lezen we hier over een voorstel van Jozef aan farao om het hoofd te bieden aan de voorspelde hongersnood.

Dit zegt Jozef ook op het einde van zijn betoog tegenover farao. Letterlijk staat er dat het land niet mag verloren gaan, "karath" in het Hebreeuws. Deze basisterm betekent ook opgegeten worden of vernietigd worden wat en overheersing door andere staten kan betekenen maar ook kan wijzen op het lot van de mensen in het land. Deze laatste gelijkenis over het volk en het koninklijk hof dat niet zal ten onder gaan is in deze context het meest logische. Farao wordt hier dus aangesproken op zijn verantwoordelijkheid voor zijn volk als koning van Egypte.

De Ene, Elohiem, de god van de Hebreeër Jozef, is in weerwil van de andere goden van Egypte die volgens de droom van farao gefaald hebben, de redder van het volk van dit land. Jozef wordt de gezegende bemiddelaar en dit in weerwil van zijn hopeloze situatie waarin hij terecht kwam. Eerst werd hij verstoten door zijn eigen broers. Zij verkochten hem als slaaf aan de Midjanieten die hem te koop aanboden in Egypte. Potifar, de dienaar van de zon, kocht hem voor de dienst in zijn eigen huis Maar daar loopt het weer slecht af als hij ongegrond beticht wordt van een poging tot verkrachting van de vrouw van zijn werkgever. De situatie van Jozef lijkt nog hopelozer te worden. Hij ontsnapt aan de doodstraf maar wordt in de gevangenis van de koning van Egypte geworpen. Daar krijgt Jozef net als in het huis van Potifar een verantwoordelijke functie omdat zijn dienstbaarheid onder het gezag van de dienaars van de zon voor de anderen opmerkelijk was. Nu kan Jozef zijn diensten aan farao bewijzen en dat doet hij op een manier die getuigt van inzicht in de werking van het bestel van Egypte. De rechtgeaarde Jozef wordt, in tegenstelling tot alle oneerlijke tegenkantingen van mensen, gesteund door de Ene.

 

1 Genesis 6,12-22.

2 Genesis 18,16-18.

3 Genesis 19,22-24.