11 september 2017

Een kort verhaal voor de natie Edom over Ana.

De volledige stamboom van de zonen van Seïr wordt verder beschreven om de verweving met het de stam van Esau in Edom te bevestigen. Genesis 36,24: 24 Zonen van Sibon zijn Ajja en Ana; deze laatste ontdekte de hete bronnen in de woestijn, toen hij de ezels van zijn vader Sibon weidde. Nu zijn de zonen van Sibon aan de orde. Uit vers 2 weten we dat Sibon een Chiwwiet was en dat hij de grootvader was van Oholibama en dat Ana haar vader was. Nu lezen we dat een zekere Ana nog een broer had. Hij noemt Ajja en dat is een naam die klinkt als het Hebreeuwse "ayyah". Dit betekent "gier" of "havik" en opnieuw1 merken we op dat een dierennaam gegeven wordt aan een man. Deze naam klinkt voor een herdersvolk als Israël zeker als een bedreigend roofdier.

Over de tweede zoon van Sibon, Ana, wordt nog een bijzonderheid meegegeven. Ana ontdekte warmwaterbronnen in de woestijn toen hij de ezels van zijn vader weidde. Over de vertaling van deze passage bestaat heel wat tegenspraak. Omdat het Hebreeuwse basiswoord "yemim" in het meervoud voor "ha·yê·mim" zowel muildieren als warmewaterbronnen kan betekenen. De stelling voor het verwerpen van de muildieren is dat er wellicht geen kruisingen tussen paarden en ezels mogelijk was omdat er toen nog geen sprake was van paarden in die regio in vorige teksten van de Schrift. Paarden komen pas voor als het over Egypte gaat. Het vinden van muilezels in een woestijngebied waar geen mensen waren is derhalve onmogelijk. De kruising om tot een muilezel te komen is het gevolg van het fokken uit een ezelin en een paardenhengst. Deze kruising brengt dan meestal ook nog een onvruchtbaar dier voort. Toch wordt soms deze verklaring gebruikt om de stammen van Seïr af te schilderen als mensen die ingaan tegen de gang van de schepping door deze manipulatie van twee diersoorten die uiteindelijk tot niets leidt.

Als het over warmwaterbronnen gaat, zouden we deze nu wellicht ook nog kunnen vinden in deze regio. Er zijn inderdaad nog bronnen ontdekt bij de oostkust van de Dode Zee behorend tot het gebied van Edom. De "Kallirrhoe", het Grieksedom,ana,sibon,chiwwiet,gier,havik,muildier,waterbron,warmwaterbron,kallirhoe,spelonkbewoner,choriet,andere ana voor mooi vloeiende stroom, in Wady Zurka Main was zo een warmwaterbron en verderop in Wady Hemad richting Kerak aan de Dode Zee en in Wady El-Ahsy zijn ook nog warmwaterbronnen2. Ana zou die ontdekt hebben als hij de ezels van zijn vader Sibon weidde op de grasvelden aan de vruchtbare oevers die nu uitgedroogd zijn en wady's geworden zijn. Het zijn wellicht de dieren die Ana naar de bronnen hebben geleid en die hem als mens deze belangrijke ontdekking hebben laten doen. Deze bronnen bevinden zich in de nabijheid van de aardkloof waarvan ook het Jordaandal deel uitmaakt en die zich via de Dode Zee uitstrekt tot aan de golf van Aqaba. Deze aardkloof werd in de prehistorie inderdaad door spelonkbewoners3 bevolkt. De stad Petra, die dan meer in het zuiden ligt en die door de Hebreeuwen Sela4 genoemd wordt, is een van de plaatsen die de bewerking van die steensoorten in de oudheid aantonen. Deze plaats ligt ook in de nabijheid van die aardkloof die gevormd is door het verschuiven van aardplaten. Op dergelijke plekken waar veel grotten en spleten waren konden mensen zich ook schuil houden en bescherming zoeken voor hun familie en hun dieren. Dit waren beslist ook Chorieten die daar woonden.

Het verhaal over de ontdekking van die warmwaterbronnen was wellicht een bekend verhaal dat verteld werd over Ana. Deze bijzonderheid kon niet over het hoofd gezien worden en was wellicht ook bedoeld om duidelijk te maken deze Ana een andere is dan de vader van Oholibama. De Ana van de ezels en de waterbronnen is dan de oom van de gelijknamige vader van Oholibama, de derde vrouw van Esau.

 

1 zie bijdrage: De andere bewoners van het Seïrgebergte.

2 onder andere via www.bible-history.com

3 zie bijdrage: Het stadje Soar is ook al niet veilig.

4 Jesaja 16,1 en 2 Koningen 14,7.

08 september 2017

Nog verdere details over de Chorieten.

Niet alleen de stammen met de stamhoofden krijgen een vermelding maar ook de families in die stammen zijn belangrijk voor Israël. De Bijbelse schrijver zou zich anders de moeite niet getroosten om deze verder op te sommen en zelfs nog bijkomende informatie meegeven voor zijn publiek.

Genesis 36,22-23: 22 Zonen van Lotan zijn Chori en Hemam; Timna is Lotans zuster. 23 Zonen van Sobal zijn Alwan, Manachat, Ebal, Sefo en Onam. De afstammelingen van de zonen van Seïr zijn nu aan de beurt. Heel op volgorde van vers 20 en 21 komen Lotan, Sobal, Sibon, Ana, Dison, Eser en Disan aan de beurt met hun zonen. De zonen van Lotan zijn Chori1, de holbewoner, en Hemam2 is afgeleid van hetzelfde werkwoord dat verslaan betekent. Terloops verduidelijkt de gewijde schrijver dat Timna een zusters is van Lotan. Dezelfde naam duikt op als bijvrouw van Elifaz waaruit een zoon Amalek geboren werd. Het is onduidelijk waarom deze naam hier aan bod komt. Is het omwille van de betekenis van haar naam, de afhoudende of weifelende, of omwille van de negatieve gevoelswaarde verbonden aan de naam van haar zoon Amalek dat Timna hier geciteerd wordt? De Amalekieten waren gekend bij de Hebreeuwen als niet geliefde en rovende rondtrekkende nomaden. Die zonen van Lotan krijgen als agressieve holbewoners zo ook geen al te beste reputatie aangesmeerd als ze dan nog eens vergeleken worden met de Amalekieten. Timna, die een nicht is van Oholibama, kan ook een van de schakels zijn tussen de stam van Esau en deze van Seïr door haar huwelijk als bijvrouw met Elifaz. Deze vermenging van de stammen brengt in de ogen van de schrijver geen heil. Er wordt in de verdere uitwerking van de geslachtlijst gebruiknamen die later belangrijk zullen zijn,lotan,chori,hemam,timna,soba,alwan,manachat,ebal,sefo,onam,ana,dison,eser,disan,slechte reputatie,negatieve bijklank,vallen buiten verbond gemaakt van namen die een negatieve bijklank hebben voor zij die de weg van Israël gekozen hebben. Zo wordt in dit stamboomverhaal de vervreemding van de stam van Esau, die dan toch via twee geslachtlijnen verbonden is met de volken die uit Abraham ontstonden, van het ideeëngoed van de Hebreeuwse aartsvaders aangetoond. Zij vallen buiten het verbond van Israël met de Ene.

De tweede zoon van Seir is Sobal en ook hij heeft ook enkele zonen. Hun namen zijn Alwan, Manachat, Ebal, Sefo en Onam. Opnieuw niet erg schitterend als we de betekenissen van de namen van naderbij bekijken. Alwah staat voor onrechtvaardigheid en Manachat betekent rust of het zich kritiekloos neerleggen bij een verbond van stammen. Ebal is kaal zonder begroeiing en dat is zowat de tegenpool van "seir" en dit wijst op onvruchtbaarheid. Sefo betekent net zoals Sefi3 van het Hebreeuws "shephi" wachttoren of uitstekende persoon, letterlijk een grote mens maar dan afgeleid van "shapha". Onam wordt vertaald met sterk en machtig gebaseerd op het Hebreeuwse stamwoord "on" familie van "aven" dat neigend naar het kwade en valsheid betekent. Ook deze eigenschappen klinken niet goed in de oren van de besnedenen van hart, die vruchtbaar zijn in de ogen van de Ene omdat ze niet naar macht of heerschappij streven maar omdat ze verkiezen te leven in solidariteit.

 

1 zie bijdrage: De andere bewoners van het Seïrgebergte.

2 noemt Homam wat verwoesting en vernieling betekent in 1 Kronieken 1,39.

3 1 Kronieken 1,40a.

07 september 2017

De andere bewoners van het Seïrgebergte.

Esau en zijn nakomelingen uit Kanaän zijn blijkbaar niet de enigen die het Seïrgebergte bewonen. Genesis 36,20-21: 20 Dit zijn de zonen van de Choriet Seïr, de oorspronkelijke bewoners van het land: Lotan, Sobal, Sibon, Ana, 21 Dison, Eser en Disan. Dit zijn de stamhoofden van de Chorieten, de zonen van Seïr, in Edom. De schrijver geeft ons een even omslachtige lijst van de andere stammen die Edom bewonen. Dit ook om de oorsprong van Oholibama, de derde vrouw van Esau, in te passen in een oudere stam van de oerbewoners van Seïr. Daarom gaat de schrijver bij deze familiestamboom terug naar de oorspronkelijke stamvader van het volk dat er woonde voor Esau er zich kwam vestigen. Wellicht zullen ook hier enkele namen met hun betekenis ons iets leren over de Chorieten die afstammen van Seïr. De Chorieten hebben hun naam niet van hun stamvader maar van Chori, een zoon van Lotan en kleinzoon van Seïr. De naam verraadt dat het grotbewoners of holbewoners waren. Het Hebreeuwse "Chor" betekent immers grot of spelonk en staat in verband met "chuwr" dat hol betekent. Ook hier worden we wellicht in contact gebracht met mythische voorhistorische voorouders en het is opmerkelijk dat de naam Chorieten of Horieten gebaseerd is op de derde generatie. De betekenis van "seir", de naam van de eerst vermelde voorouder, kennen we als harig uit de beschrijving van de geboorte van de tweeling van Rebekka1, als eigenschap van Esau. De eerste zoon van Seir is Lotan, een naam afgeleid van het Hebreeuwse "lot" dat overeenkomt met het bedekt zijn en van "lut", omzwachtelen of verhullen.

De andere namen hebben ook telkens een betekenis. Zo wordt "shobal" als stromend vertaald te vergelijken met "shebal" dat overstromen betekent. Wellicht bewoners van het seïrgebergte,chorieten zonen van seïr,edom,oerbewoners,grotbewoner,sibon,rivier,samensmelten van culturen,dierenamen en jacht,lotan,eserwoonde deze familietak dicht bij een bergrivier. Sibon2 komt van hyena. Deze naam kwam ook al voor in de stamboom van Oholibama, de derde vrouw van Esau. Toen werd Sibon als grootvader van Oholibama een Chiwwiet genoemd. De naam Chorieten is wellicht later toegepast door de versmelting van beide stammen door huwelijk. Ook de Chiwwieten vestigden zich dan wellicht als spelonkbewoners in het Seïrgebergte. Deze versmelting herhaalt zich want bij het huwelijk van Esau met Oholibama zullen alle stammen later onder de noemer van Edomieten komen. Het wordt stilaan duidelijke waarom er ook aandacht besteed wordt aan de geschiedenis van die andere stammen van Seïr, nageslacht van Seïr. De naam Ana, die we vertaalden met verhoord gebed3, is ook al een herhaling van de naam van de vader van Oholibama, die geïnspireerd zou kunnen zijn op de naam van de broer van de grootvader van Oholibama. De versmelting van het gebruik van namen geeft te kennen dat culturen gemeenschappelijk worden.

Dison en ook Disan, beide te vertalen als gazelle of antiloop, zijn dan weer dierennamen waarop gejaagd kan worden. Dit mag ons laten besluiten dat veel families van de jacht leefden. Dit was ook een eigenschap die aan Esau toegeschreven werd en dit tot genoegen van zijn vader Isaak die een stukje wild niet versmaadde4. Ook het gebruik van dierennamen voor personen is niet echt een Hebreeuws gebruik en valt hier op door het vaker voorkomen bij Chiwwieten en Chorieten.

Eser wordt vertaald door schat of kostbaarheid en samen met de eerste naam Lotan, die klinkt als verborgen, zou het Seïrgebergte kunnen beschreven worden als een gebied waar vele schatten verbogen zijn voor jagers en plukkers voor de oerbewoners van het Seïrgebergte en de streken errond.

Deze zonen van Seïr zijn de stamhoofden van de Chorieten en worden zonen van Seïr in Edom genoemd. In deze laatste samenvattende stelling zit de naam Edomieten al verscholen als toekomstvisie op de volgende generaties.

 

1 Genesis 25,25 en bijdrage: Namen geprojecteerd naar de toekomst.

2 zie bijdrage: Dit zijn kleinzonen en zonen van Esau.

3 zie bijdrage: Esau huwt ook een Chiwwitische uit Kanaän; voetnoot 3.

4 Genesis 27,2-4.