09 januari 2018

Jozef maakt het zijn onbetrouwbare broers moeilijk.

De veelzijdigheid van het woord “raah” wordt nog verder uitgesponnen in de volgende verzen. We krijgen eerst een herhaling van het herkennen en niet herkennen van in het vorige vers bij het weerzien. Nu zijn broers hun eerste woorden hadden uitgesproken, twijfelde Jozef helemaal niet meer. Hij herkende hun stemmen en vooral hun taal die erg eigen was aan de nakomelingen van Abraham. Jozef herkent hun gelaat dat hij voor laatst zag toen ze hem overmeesterden en hem in een van de putten van Dotan1 gooiden. Ze waren toen al volwassen en hun kenmerkende trekken waren al afgelijnd. Ze waren alleen wat ouder geworden. Jozef daarentegen was na zijn zeventiende nog wel wat veranderd en zijn kledij, zijn gezicht en vooral zijn taal lieten in niets vermoeden hat hij een Hebreeër was. Genesis 42,8-11: 8 Jozef had zijn broers wel herkend, maar zij hem niet. 9 Denkend aan zijn dromen over hen, zei Jozef: ‘U bent spionnen; u probeert te weten te komen waar het land open en onbeschermd ligt.’ 10 Zij antwoordden hem: ‘Geen sprake van, heer: uw dienaren komen voedsel kopen. 11 Wij zijn zonen van één man en wij zijn betrouwbare mensen; uw dienaren zijn geen spionnen.’ Jozef beschuldigt zijn broers dat ze komen spioneren. Om die beschuldiging door Jozef te motiveren vertelde de Rabbi in de aggadah2 van de Talmoed dat Jakob zijn zonen de opdracht had gegeven de stad binnen te komen via de verschillende poorten. Dit wekte natuurlijk een vermoeden op dat ze spioneerden. Het kernwoord “ragal”, vertaald door spionnen, wijst evengoed op hun onbetrouwbaarheid en de achterbakse manier waarop ze Jozef in de tijd lieten verdwijnen. Jozef is dit niet vergeten hoewel de naam Manasse dit liet vermoeden. Manasse was hij die al mijn ellende en het gemis van mijn ouderlijk huis doet Jozef,onbetrouwbare broers,herkennen en niet herkennen,spionnen,kledij,uiterlijk,vernedering en heimwee,uitkijken naar vrij land,onderdanige dienaren,adonai,Hethieten,tien zonen op zoek naar voedsel,vergeten. De bedoelde ellende en vernedering was dan wellicht deze die hem trof in Egypte samen met zijn heimwee naar het huis van zijn vader. Egypte was immers het land van zijn ongeluk3. Zijn ouderlijk huis en de wandaad van zijn broers was hij duidelijk niet vergeten en het lijkt of hij nu wraak zal nemen. Het spioneren zou ook kunnen betekenen dat de broers op de uitkijk waren naar onbezette landerijen om er zelf heen te trekken met hun kudden zoals nomaden plegen te doen. Dat is dan een andere manier van kijken of zien.

De tien zonen van Jakob proberen de aantijgingen van Jozef te weerleggen en nadat ze tot aan de grond gebogen waren in alle ontzag voor de belangrijke Egyptenaar, verklaarden ze nu ook nog eens heel onderdanig dat ze dienaren zijn die voedsel komen kopen. Zonder het te beseffen buigen ze voor hun broer van wie ze afgunstig waren en van wie ze vreesden dat hij hen zou domineren. Dat hebben ze te alle prijze willen vermijden door Jozef te verwijderen uit hun stam. Nu zijn ze zelf afgedaald naar Egypte, zijn ze zelf naar Jozef gekomen en buigen als dienaren voor hem. Ze spreken zelfs Jozef aan met de smeeknaam “adonai” voor een heer, meester of eigenaar om nog maar eens duidelijk te maken ze gekomen zijn uit nood. Jozef laat niet in zijn kaarten kijken en doet alsof hij zijn broers niet herkent. Hij verwart ze opzettelijk met de veroveringsgezinde Hethieten die in hun tocht vanuit het noorden via Palestina op zoek zijn om nieuw land te veroveren nadat ze verdreven werden uit het land van Hatti4. Met deze vraag aan de vreemdelingen, die via de oostelijk grens van Egypte binnenkomen, profileert Jozef zich helemaal als een bezorgde dienaar van farao. De tien broers zien ook nu hun foute inschatting van Jozef niet in en hebben nog een hele weg te gaan voor ze tot inzicht komen.

Zij brengen wel een logisch argument naar voren om Jozef te overtuigen dat ze geen spionnen zijn. Welke vader uit Kanaän zou inderdaad tien zonen uitsturen om een land te verkennen? Zij wijzen erop dat de honger de reden is van hun aanwezigheid in Egypte. Ze komen voedsel kopen in Egypte zoals zovele stammen uit Kanaän.

 

1 Genesis 37,17.

2 verklarende teksten in verhalen van de joodse leermeesters zonder wetsbepalingen.

3 Genesis 41,52.

4 Anatolië, noordwestelijk Syrië tot aan Ugarit en verder tot aan Babylon omvatte. Zie ook Genesis 10,15; 15,19-21; 23,3-20; 26,34 en 36,1-3.

08 januari 2018

Na meer dan twintig jaar weer contact tussen Jozef en zijn broers.

Jozef had de voorraadplaatsen opengesteld en regelde de verdeling van de granen tegen betaling. De zonen van Israël kwamen net als vele andere stammen uit Kanaän bij Jozef om graan te kopen. Genesis 42,6-7: 6 Jozef was degene die toen het land bestuurde en aan al de bewoners graan verkocht; de broers van Jozef gingen dus naar hem toe en zij bogen voor hem tot op de grond. 7 Zodra Jozef zijn broers zag, herkende hij hen, maar hij maakte zich niet aan hen bekend. Op strenge toon sprak hij hen toe: ‘Waar komt u vandaan?’ Zij antwoordden: ‘Uit Kanaän, om graan te kopen.’ Toen de zonen van Jakob n Egypte toekwamen was hun eerste vraag waar ze graan konden kopen. Ze werden meteen doorgestuurd naar de hoofdverantwoordelijke die het beheer had over de voorraden die opgeslagen waren in de goede jaren.

De broers bogen heel diep voor Jozef zonder te beseffen dat ze de droom van Jozef van lang geleden op die manier lieten uitkomen1. Na de uitleg over de vruchtbaretwintig jaar later,voorraadplaatsen van het graan,Jozef,buigen tot op de grond,slaaf,onderkoning van egypte,gezagvoerder,ontoegeeflijk,vroegere droom, jaren en de magere jaren uit de droom van farao aan de hand van het beeld van de korenaren denkt Jozef nu wellicht aan zijn vroegere droom over de samengebonden graanschoven. Het wordt hem opeens duidelijk dat dit droombeeld stond voor zijn broers die nu buigen voor hem. Die nomaden met baarden en met deze klederdracht waren zeker Hebreeuwen. Jozef kijkt nauwgezet naar hun gelaatsuitdrukking en hij herkent zijn broers en begrijpt meteen de betekenis van zijn oude droom, die hij hen toen onbevangen verteld had. Nu zwijgt de gladgeschoren Jozef in zijn linnen statuskleed als hij merkt dat zijn broers hem niet herkennen. Wie zou durven denken dat Jozef die zowat twintig jaar geleden als slaaf door hen verkocht werd nu als onderkoning het graan van Egypte beheert. Het herkennen in het Hebreeuws is zoals het niet herkennen in dit vers afgeleid van “raah”, het zien en het niet zien. Dit toont veel gelijkenis met het zien in vers 1, waaruit naar voren komt dat de broers weer eens geen inzicht hebben in de situatie. Opnieuw zijn ze verblind door de kledij van Jozef en herkennen ze niet de persoonlijkheid van een besnedene van hart, geïnspireerd door de Ene.

Jozef wil zich niet verraden door zijn manier van spreken en hij stelt zich op als een Egyptische gezagvoerder die informatie wil inwinnen over de buitenlandse kopers van levensmiddelen. Hij spreekt hen op een strenge toon toe in het Egyptisch. Het Hebreeuws heeft het over “qasheh” afgeleid van het werkwoord “qashah” dat wreed zijn, hard zijn, droevig maken of pijn verwekken betekent. We zouden kunnen zeggen dat hij hen onbuigzaam, zoals een rechtopstaande schoof, ontoegeeflijk, spijkerhard en hardvochtig toesprak. Meteen voelen we aan dat de broers niet zomaar, tegen gewone betaling, zullen kunnen genieten van de voorraad aan Egyptisch voedsel.

 

1 Genesis 37,6-9.

05 januari 2018

Tien broers gaan om voedsel in Egypte.

Egypte,Jakob,dalen naar Egypte,Jozef,Benjamin,Rachel,verdriet door verlies van Jozef,kaf scheiden van koren,bulk,Op bevel van aartsvader Jakob dalen, “yarad” in het Hebreeuws, tien broers af naar Egypte om graan te kopen. Jakob handelt op die manier volledig volgens het verbond. Hij wil niemand laten omkomen van de honger want de Ene zegende zijn stam omdat de nakomelingen van Abraham een groot volk zouden worden en dat houdt een verantwoordelijkheid in. Als een goede vorst van zijn herdersvolk draagt hij dan ook zorg voor zijn volk. Genesis 42,3-5: 3 Zo gingen tien broers van Jozef op weg om in Egypte graan te kopen. 4 Alleen Benjamin, de broer van Jozef, liet Jakob niet met zijn broers meegaan. ‘Want’, dacht hij, ‘er mocht hem eens een ongeluk overkomen.’ 5 Zo kwamen Israëls zonen graan kopen, evenals vele anderen, want er heerste hongersnood in Kanaän. Tien zonen vertrekken op weg naar Egypte. Jozef is daar uiteraard niet bij maar daarenboven houdt Jakob de tweede zoon

van zijn geliefde Rachel thuis. Hij is overtuigd dat hij Jozef al verloor toen hij hem uitstuurde en hij wil niet meer hetzelfde beleven met zijn jongste zoon Benjamin, de zoon van zijn voorspoed. Aan deze laatste volle broer van Jozef mag geen tegenspoed, “qara” staat er in het Hebreeuws, overkomen. De naam Benjamin en de tegenspoed zijn immers te tegengesteld. Dat was ook de wens van Jakob toen hij de naam van de jongste zoon Ben-oni, zoon van het ongeluk, door Rachel gegeven naar Benjamin veranderde. Benjamin is ondertussen al meer dan twintig jaar en zijn leeftijd kan niet de reden geweest zijn om hem thuis te houden. Anderzijds kan Jakob ook de gedachte gehad hebben dat ook zijn zonen, die hij naar Egypte stuurt, iets zou kunnen overkomen. Door Benjamin thuis te houden, zou er ten minste nog één opvolger overblijven om het volk van de Ene verder te zetten in het beloofde land. Getekend door het verdriet van het verlies van Jozef komt deze laatste gedachte echter niet bij hem op.

Het was ongetwijfeld druk op de baan naar Egypte. Karavanen en stammen uit Kanaän trokken naar Egypte en kwamen met zwaar bepakte lastdieren terug uit Egypte met het voedsel dat ze er gekocht hadden. Jakob laat tien van zijn zonen samen vertrekken omdat ze zich samen beter kunnen verdedigen tegen de rovers onderweg die op hun geld of hun voedsel uit zouden zijn. In een eerdere mogelijke confrontatie met Esau waar hij wraak vreesde, had hij zijn gezin in twee grote groepen verdeeld2 om het risico te spreiden. De situatie is nu anders en Jakob reageert dan ook gepast.

In vers 1 en 2 is er sprake van “sheber” van “shabar”, breken. Hier kunnen we denken aan het breken van de maïs van de maïskoven om meer opslag te hebben in minder ruimte. Nu in vers 5 heeft de schrijver het over “bar” van “barar” dat schoonmaken betekent. Dit lijkt dan eerder op het scheiden van het kaf van het koren. De opgehaalde voorraden uit Egypte kunnen dus zowel losse gebroken maïskorrels als graan zonder kaf zijn want alles werd immers opgeslagen zoals zandkorrels3, of anders gezegd bulkgoederen.

 

1 Genesis 35,18.

2 Genesis 32,22-32.

3 Genesis 41,49.