01 september 2017

Vijf zonen van Elifaz worden respectabele stamhoofden.

De schrijver gaat nu verder in op de kinderen van de oudste zoon van Esau. Genesis 36,11-12: 11 Elifaz’ zonen zijn Teman, Omar, Sefo, Gatam en Kenaz. 12 Timna, een bijvrouw van Esaus zoon Elifaz, baarde Amalek. Dat zijn de zonen van Esaus vrouw Ada. Er wordt voor alle duidelijkheid nog eens herhaald dat de oudste zoon van Esau van zijn vrouw Ada was. De kleinzonen van Esau worden ook allen bij naam genoemd. Teman betekent het Zuiden. Deze naam verwijst ongetwijfeld naar de regio waar de Temanieten woonden. Dit is in het zuiden van Edom. In het Hebreeuws staat dit in verband met de rechterhand of figuurlijk de betrouwbare raadgever. Het zuiden wordt immers aangeduid naar rechts als men in de richting het oosten kijkt waar de zon opkomt. Op te merken is dat in het Bijbels verhaal over Job de naam van Elifaz de Temaniet voorkomt1. Dit is de betrouwbare raadgever van Job.

Het is niet voor alle namen duidelijk welke hun stam wordt of waar ze wonen. Toch worden onmiskenbaar bij de volgende namen bepaalde eigenschappen benadrukt. Omar betekent welsprekend. Het is de kleinzoon van Esau die veel kan verklaren. Dit is afgeleid uit het Hebreeuws basiswerkwoord, “amar”, voor deze naam. elifaz,teman,omar,sefo,gatam,kenaz,timna,amalek,temanieten,betrouwbare raadgever,welsprekend,uitstekend,einde van het drama,jager,ada

Sefo kan vertaald worden door wachttoren maar ook figuurlijk door uitstekend. Hier zou de basis het werkwoord “tsaphah” zijn. Dit is goed kijken en daarvoor naar voren leunen om in de verte te kijken. In dit verband zou dat een stam zijn die uitzicht had op naderende vijanden. Maar onze voorkeur gaat naar een herdersstam.

Met de naam Gatam, einde van het drama, moet de schade blijken die ontstaat door de breuk met de verwanten. Ten slotte heeft de naam Kenaz jager als vertaling. Het zou best kunnen dat deze rondtrekkende jagers Kenizzieten waren, die ook Kanaän hadden als jachtgebied.

Elifaz, de oudste zoon van Esau, had echter nog een bijvrouw en die schonk hem een zoon met de naam Amalek. De naam van die bijvrouw was Timna en dit betekent weifelend afhouden van, beteugelen. De naam van haar zoon Amalek is een naam die voorkomt in de verdere verhalen en dan meestal in negatieve zin3. De naam Amalekieten wordt gebruikt voor de nomadische stammen uit de woestijn4 in het geslacht van Esau die rondtrokken in het zuiden en de bezittingen van andere stammen ontvreemden. Ze werden uiteindelijk uitgeroeid omdat ze Israël hinderden in hun tocht naar het beloofde land. Tot zover de kinderen van Elifaz. Dit zijn dus zes kleinkinderen van Esau die voortkwamen uit het huwelijk met Ada. Amalek geboren uit de bijvrouw van Elifaz kreeg echter geen positieve beoordeling.

 

1 Job 2,11.

2 Genesis 15,19.

3 Exodus 17,8; Deuteronomium 25,19; Samuël 15,20.

4 Numeri 13,29.

31 augustus 2017

Goden en naties.

Na deze tussentekst over de materiële reden van de splitsing gaat de schrijver verder met de stamboom van Esau. Hij pikt de draad op met een herhaling om vanaf daar de verdere generaties uit te lichten. Genesis 36,9-10: 9 Dit zijn de nakomelingen van Esau, de vader van Edom, in het Seïrgebergte. 10 De namen van Esaus zonen zijn Elifaz, zoon van Esaus vrouw Ada, en Reüel, de zoon van Esaus vrouw Basemat. De schrijver maakt duidelijk dat Esau nu in Edom woont met zijn vrouwen, zijn zonen en dochters. Nu ontstaat een nieuwe natie die bevolkt wordt met een nieuw volk dat bestaat uit verschillende stammen die zich op verschillende plaatsen vestigen. De vader van die natie is Esau. De eerste en tweede zoon van Esau geboren in Kanaän worden nog eens vernoemd met de bedoeling verder uit te spitten welke nakomelingen deze zullen hebben nu ze in het Seïrgebergte wonen. Twee belangrijke takken, deze van zijn Hettitische vrouw en8 31 a Bijbel 933 a.jpg deze van zijn Ismaëlitische vrouw komen voorop. Dit is niet toevallig. Dit zijn twee stammen, de Kanaänieten en de Hebreeuwen, die een familieband hebben met de Noach. Al moeten we flink wat generaties teruggaan. De Hethieten met hun stamvader Chet zijn afstammelingen van Cham en de Ismaëlieten hebben hun voorouders in de lijn van Sem. Beiden zijn zonen van Noach1. Abraham is een afstammeling van Eber, een Semiet, en hij vertegenwoordigt in deze familietak daardoor Hebreeuwen. Ondertussen zijn deze Hebreeuwen die afstammelingen waren van Jakob een nieuw volk geworden. Het zijn Israëlieten geworden. Het is een volk zonder land maar met een zending, een project, dat ligt in het verlengde van het verbond van de Ene met Abraham. Nu zijn ze nog zwervers te gast in Kanaän, het land waar ze eens zullen wonen te midden van verschillende volken. Een van die volken zijn de Edomieten. Dit volk is ontstaan uit het nageslacht van Esau en de stammen werden genoemd naar de namen van deze nakomelingen. De namen, de bijnamen of de kenmerken op een bepaald moment vastgesteld geven soms ook al een aanduiding van de plaats waar ze gevestigd waren. Esau werd ook Edom genoemd en hij was behaard zoals het Seïrgebergte. Elifaz en Reüel, beide geboren in Kanaän, hebben namen waarin de godsnaam “El” verwerkt zit. Elifaz is God is goud en Reüel is aanbidder of vriend van God2. Dit zijn wellicht verwijzingen naar de goden van Kanaän en niet naar de persoonlijke god Jahweh. Net als in Israël de naam “El” voorkomt gelden deze namen als een algemene verwijzing naar het bovennatuurlijke. Elk volk had zijn god. Deze kreeg dan een persoonlijke naam en invulling per volk. Bij de meeste volken werden meer dan een god vereerd maar er was steeds een oppergod, die vereenzelvigd werd met het volk en zijn geschiedenis. De naam “El” verwijst dus niet naar een unieke god maar is een algemene term.

 

1 Genesis 10,6-19 ( 1 Kronieken 1,3) en 21-30.

2 zie bijdrage: Diverse goden in de stam van Esau.

30 augustus 2017

Een verklaring voor mensen die de andere logica hanteren zoals Esau.

Net als bij Lot wordt ook een gelijkaardige verklaring gegeven van het uiteengaan van de kinderen van Isaak. Het is in wederzijds akkoord dat ze uit elkaar gaan. Niet in geschil maar om praktische redenen splitsen de wegen van de tweeling. Dit is een andere visie dan deze die in vorige teksten aan bod kwam1. Genesis 35,7-8: 7 Hun bezit was zo groot, dat zij niet bij elkaar konden blijven; het gebied waar ze rondzwierven, kon hen en hun kudden niet onderhouden. 8 Esau, ofwel Edom, vestigde zich in het Seïrgebergte. Geen sprake van afstand van het eerstgeboorterecht of van de zegen van Isaak voor Jakob. Een louter materiële overweging rechtvaardigt het wegtrekken van Esau. Dit zat er aan te komen want verschillende elementen zoals het orakel dat Rebekka droomde, de uiterlijke eigenschappen die de pasgeboren Esau toegeschreven werd en de communicatie in de verhalen over hem.

Kanaän wordt hier ook beschreven als het land waar ze rondzwierven. Het Hebreeuws gebruikt de term “magor” en dit betekent rondtrekken als vreemdelingen. Dit werkwoord is gelijk aan het zelfstandig naamwoord “magor” en dit betekent vrees. Hieruit kunnen we afleiden dat hun verblijf in Kanaän niet zonder problemen is en dat ze rekening moeten houden met de bevolking, die daar een vaste woonplaats heeft. Dit kwam al duidelijker aan bod in het verhaal8 30 a Bijbel 932 a.jpg van Abraham met Lot. Er was onvoldoende plaats voor hen als nomaden want er woonden toen ook Kanaänieten en Perizzieten in het land2. Deze situatie is een paar generaties verder nog niet veel gewijzigd want bij de huwelijk van Esau met vrouwen aan Kanaän is er sprake van nog andere stammen. De Hethieten en de Chiwwieten komen in die teksten dan naar voren als belangrijke bewoners van de streek. De naam Kanaänieten slaat op de bewoners van het land en onder diezelfde noemer zijn er de meer dan tien stammen die bedoeld worden in de Bijbel. Het is niet altijd duidelijk welke van dit tiental stammen3, die er woonden, de schrijver precies bedoelt. Feit is dat Kanaän op het moment dat de erfenis van Isaak openvalt geen bezit van de Hebreeuwen is. Het ene stukje land dat zij tot nu in bezit hebben genomen is de begraafplaats van Makpela, gekocht door Abraham. Dit gegeven kan ook de keuze van Esau bepaald hebben. Esau had zich sterk gemaakt als stam in Kanaän ondermeer door zijn huwelijken met vrouwen uit heersende stammen. Esau heeft ondertussen ondervonden in zijn veroveringstochten dat het Seïrgebergte en de streken eromheen gemakkelijk in te nemen gebieden waren die daar bovenop nog veel mogelijkheden boden. De schaars beschikbare weiden voor rondtrekkende nomaden in Kanaän waren niets vergeleken met wat de natuur bood rond het Seïrgebegte. Esau die ook Edom had als bijnaam ging zich daar vestigen en gaf zijn toenaam aan deze landstreek. Het bezit van dit land bood hem meer zekerheid dan de belofte van de Ene aan Abraham. Esau koos voor een materieel bezit op een zestigtal kilometer gelegen van Hebron boven een verbond over een land en een volk met een goddelijk karakter.

 

1 o.a. Genesis 32, 3 en Genesis 33,14-16.

2 Genesis 13,7b.

3 De oorspronkelijke niet Semitische stammen, de stammen die binnenvielen vanuit het noorden of de afstammelingen van de zoon van Cham, Kanaän, uit Genesis 10,15; 23,3.5.7.10.16.20; 25,10; 27,46; 49,32.