29 december 2017

De veelzijdige vruchtbaarheid van Jozef in een land van ellende.

De meervoudsvorm van de naam Efraïm zet ons aan te zoeken naar de betekenis van deze benadrukking van de vruchtbaarheid. Het is nogal duidelijk dat vooral de natuurlijke vruchtbaarheid in het oog springt bij de overvloedige en niet te becijferen oogsten van de voorbije zeven jaar. De omschrijvingen van de opbrengsten heeft daar ontegensprekelijk aan bijgedragen. Ook de twee zonen, die Asnat nog voor de dreigende hongersnood aan Jozef geeft, zijn tekenen van die natuurlijke vruchtbaarheid. Zowel Egyptische als Hebreeuwse vruchtbaarheid worden vervat in deze lichamelijke vruchtbaarheid van Asnat en Jozef. Deze gebeurtenissen zijn de uitwendige tekenen dat ook de zegen van El Shadday die gegeven werd aan de aartsvaders van Israël nu op Jozef rust en dat hij deze kanEfraïm,Jozef,vruchtbaarheid,stam van Israël,Rachel,wegnemen,toevoegen,Asnat,lichamelijke vruchtbaarheid,vruchtbaarheid van het land, uitdragen aan anderen. Zelfs al verblijft hij in een land van tegenslagen, een land van onderdrukking en slavernij en van verkrampte en vijandige benauwdheid1.

De vruchtbaarheid van Jozef geldt ook voor Israël want zijn twee zonen zullen ook deel uitmaken van de stammen van Israël waaronder het land Kanaän zal verdeeld worden. Dit brengt ons een generatie terugblikkend in de geschiedenis van Israël bij de vruchtbaarheid van Rachel, de geliefde vrouw van Jakob, die haar oudste zoon de naam Jozef gaf. Genesis 30,20-22: 22 Toen dacht God aan Rachel: Hij verhoorde haar en opende haar schoot. 23 Zij werd zwanger, baarde een zoon, en zei: `God heeft mijn schande weggenomen.' 24 Zij noemde hem Jozef, daarbij denkend: `Moge Jahwe mij nog een zoon toevoegen.' De naam Jozef, "Yoseph" in het Hebreeuws verwijst dus in deze betekenis naar de Ene die toevoegt op vlak van vruchtbaarheid. De naam is immers afgeleid van het werkwoord "yasap" dat vermeerderen betekent. Het vermeerderen kan verklaren dat er een vraag is naar nog meer zonen of gewoon dat dit nog een zoon is van Jakob. Dit rijmt dan ook met het voortzetten van het geslacht van Israël met de twee zonen van Jozef, Manasse en Efraïm. Maar als we een andere verklaring2 willen volgen moet we de naam zien als een combinatie van de afkorting van Yahweh samengevoegd met "asaph" wat dan zou betekenen dat de Heer heeft weggenomen. In de context van Rachel is dit het wegnemen van de schande van het kinderloos zijn. In de context van Jozef kan dit bekeken worden als de stamvader die "weggenomen werd" uit Israël en aldus geen van de stamvaders werd. Zijn vruchtbaarheid geeft dan echter twee kleinzonen aan Jakob zodat "toevoegen" weer van toepassing wordt. Twee op het eerste zicht tegenstrijdige verklaringen van de naam Jozef die een totaal andere betekenis hebben, wegnemen en bijvoegen, en die toch van toepassing zijn. Zo komt deze genade van vruchtbaarheid van de Ene overeen met de eigenschap van de Egyptische godin die verwerkt is in de naam van Asnat3. De veelzijdige achtergrondbetekenissen die meeklinken in de namen geven een bijkomende kracht aan de naamdragers van dit verhaal. Alleen farao is het niet waardig een naam te dragen in deze Bijbelse verhalen en daardoor speelt hij ook geen hoofdrol.

 

1 afgeleid van het Hebreeuwse "tsuwr" dat meeklinkt in "matsor", het enkelvoud van "Mitsrayim".

2 Genesis 30,23.

3 Asenath vertaald uit het Egyptisch: behorend aan de beneden-Egyptische godin Neith. Haar tegenhangers in andere culturen zijn Anatha, de oorlogsgodin uit Syrië; Astarte, de Fenicische godin van de vruchtbaarheid, seksualiteit en oorlog; Ath-enna, of Athene, de Griekse godin van de wijsheid, de wetenschap en de schone kunsten. Dit alles wijst op de onderlinge invloeden en uitwisselingen met diverse culturen en laat vermoeden dat de grenzen van de bovennatuurlijke eigenschappen van de godheden niet samenvielen met de grenzen van de religies.

28 december 2017

De Hebreeuwse namen van de zonen van Jozef stralen dankbaarheid uit naar de Ene.

De bewogenheid1 van Jozef wordt in alle omstandigheden mogelijk gemaakt door de Ene. Door zijn opvoeding staat Jozef open voor de goddelijke logica die hem aanzet tot dienstbaarheid en solidariteit. Dit verbond met de Ene werd gesymboliseerd door de besnijdenis. Dit intiem lichamelijk teken was de weerslag van de diep verankerde besnijdenis van het hart door de Hebreeuwse opvoeding. Genesis 41,50-52: 50 Voordat het eerste jaar van de hongersnood kwam, kreeg Jozef twee zonen; het waren de kinderen die Asnat, dochter van Potifera, de priester van On, hem schonk. 51 Jozef noemde de eerstgeborene Manasse. 'Want', zei hij, 'al mijn ellende en het gemis van mijn ouderlijk huis liet God mij vergeten.' 52 De tweede noemde hij Efraïm. 'Want', zei hij: 'God heeft mij vruchtbaar gemaakt in het land van mijn ongeluk.' Of de vruchtbaarheid van Asnat nu echt ook verwijst naar de Egyptische achtergrond van haar naam, die verband houdt met de scheppingsgodin Neith, kunnen we niet afleiden uit de tekst. Dit lijkt niet uitgesloten omdat in de oertijden de zich ontwikkelende religies geen strak afgelijnde grenzen kenden en elkaars goden aanvaard werden. Toch wordt ook hier door de vermelding dat Asnat de dochter is van Potifera, een dienaar en priester besnijdenis van het hart,verbond met de Ene,Manasse,Efraïm,Jozef,Asnat,land van mijn ongeluk,Potifera,Ra,wezenlijk in zijn leven,vruchtbaarheid,ellende vergeten,tweeslachtige Mitsrayim,Nijl,van Ra, nog eens duidelijk gemaakt dat het nu in Egypte om die oppergod draait en dat de koning farao is. Dit betekent dat deze koning zonder eigennaam de vertegenwoordiger is van Ra.

Binnen deze Egyptische levenssfeer waarin Jozef zich beweegt is hij het wezenlijke van zijn leven niet verloren. Hoewel hij verstoten werd door zijn broers en een harde levensweg moest gaan om dienende onderkoning te worden is hij niet vergeten dat hij dit alles te danken heeft aan zijn persoonlijke El Shadday, die hem door dik en dun bleef beschermen en hem lief had als een eigen zoon. Het traject dat Jozef aflegde van in de put als gevangene van zijn broers tot de functie van redder van Egypte in dienst van farao, kon geen toeval zijn.

Jozef maakt zijn dankbaarheid voor de Ene levend in de naam van zijn zonen. In de volgorde van zijn belevenissen noemt hij zijn eerste zoon Manasse. Hij denkt in de eerste plaats aan de ellende die hij meemaakte als gevangene van zijn broers en als slaaf van Potifera. De steun in deze moeilijke omstandigheden, die hij van de Ene ondervond, woog ruimschoots op tegen de donkere dagen in zijn leven en tegen het gemis van bij zijn volk Israël te zijn. Manasse betekent immers hij die vergeten doet. Dit betekent niet dat Jozef zijn geaardheid verloochent en zich afkeert van zijn familie. De tijd en de "shalom", die hij nu beleeft, vervlakken alle ellende van vroeger.

Zijn tweede zoon kreeg de naam Efraïm. Efraïm betekent vruchtbaarheid in het meervoud. Jozef weet zich moreel vruchtbaar door dienstbaar te zijn. Hij werpt de vruchten af waartoe de Ene hem de mogelijkheid gegeven had. Voor die vruchtbaarheid dankt hij ook de Ene door zijn tweede zoon deze naam te geven. Op die manier laat hij Egypte kennismaken met de Ene. Deze vruchtbaarheid manifesteert zich ook in de gebeurtenissen die beschreven worden. Hij noemt echter Egypte het land van zijn ongeluk. Deze negatieve bijklank van "Mitsrayim", het tweeslachtige Egypte, is voor Israël niet weg te cijferen en zal nu weer eens2 op een andere manier duidelijk gemaakt worden na de zeven jaar van overvloed. De natuur verschraalt omdat de Nijl onvoldoende water levert in de komende zeven jaar.

 

1 zie bijdrage: Jozef dirigeert de maatregelen voor de redding van Egypte.

2 Genesis 12,15-20; Genesis 26,2.

27 december 2017

In de vette jaren dirigeert Jozef de maatregelen voor de redding van Egypte.

Van toen Jozef zeventien jaar was tot nu, heeft hij een veelbewogen periode meegemaakt in zijn leven. Van de dag dat hij van bij zijn vader Israël vertrok gekleed met de veelkleurige mantel1 van zijn opvoeding, tot nu hij door farao bekleed is met de tekenen van de macht van Egypte, heeft hij zich weten te handhaven. Hij heeft de put waarin hij gevangen zat met de zegen van de Ene kunnen verlaten en heeft veel aan betekenis gewonnen door zijn dienstbaarheid. Genesis 41,46-49: 46 Jozef was dertig jaar, toen hij bij de farao, de koning van Egypte, in dienst kwam. Hij verliet het paleis van de farao en trok Egypte door. 47 In de zeven jaren van overvloed was de oogst in het land overstelpend groot. 48 In de zeven jaren dat er overvloed was in Egypte, verzamelde Jozef alle mogelijke levensmiddelen; in elke stad sloeg hij het voedsel op dat de velden rondom die stad opbrachten. 49 Jozef hoopte het koren op als het zand aan de zee; het was zo'n overvloed dat men ophield met meten; er was geen meten meer aan. In die periode van dertien jaar als slaaf en als gevangene kwam Jozef als "dertigjarige zoon", staat er in het Hebreeuws, steeds dichter bij het koninklijk hof. Wij mogen gerust aanvullen en spreken van de zoon van Israël die dertig jaar was op het moment dat hij in dienst kwam bij farao. Hij onderscheidde zich door zijn manier van doen, door zijn inzet voor de anderen en door zijn geïnspireerde inzichten. Op zijn dertigste krijgt de geharde Jozef in zijn nieuwe functie de kans om een redder van het volk van Egypte te worden door een goed landbouwbeleid te voeren. Daarvoor trok hij nu na zijn voorstelling door farao aan de bevolking voor een tweede keer heel Egypte rond. Deze keer om alle werkzaamheden te leiden. In de tijd dat de Nijl overstroomde en de landbouwers niet konden zaaien of oogsten werden opslagplaatsen voor de voorraden overvloed van oogst opslaan,zoon van Israël,onderkoning van Egypte,trekt Egypte rond,regelt huishouding,handenvol,onmeetbare hoeveelheden,hoogconjunctuur,graanschuren van Egypte,opgetrokken in de steden2. Zodra het land bevloeid was en de Nijl zich terugtrok werd er gezaaid. De zon zorgde voor een ideaal groeiklimaat zodat er snel geoogst kon worden.

De natuur bezorgde zeven vette jaren met grote gebieden die bevloeid werden door de Nijl en dat zet de schrijver heel goed in de verf. De vertaling spreekt van een overstelpende oogst in die zeven jaren van overvloed. Zeven jaar "saba", overvloed van "qomets", handenvol. Jozef kon daardoor zonder op tegenstand te stuiten, voorraden laten aan leggen uit de overproductie in de klaar gemaakte opslagplaatsen in de nabijheid van de steden. De handel met het buitenland via de rondtrekkende karavanen draaide wellicht ook op volle toeren zodat ook andere producten3 aangekocht werden in deze periode van hoogconjunctuur in Egypte om de nood in de mindere jaren te kunnen lenigen. De grote hoeveelheid aan landbouwproducten wordt ten slotte nog eens duidelijk gemaakt door het koren te vergelijken met het zand van de zee. Een vergelijking die al vaker4 gemaakt werd om een overweldigende hoeveelheid aan te geven.

 

1 Genesis 37,2-3.

2 Graanschuren in de vorm van bijenkorven waren ongeveer 5 meter hoog en 2-3 meter in diameter. Vijf of zes van deze opslagplaatsen werden in een ommuurde ruimte geplaatst. De rechthoekige graanschuren hadden muren die naar boven toe naar elkaar neigden en waren voorzien van een plat dak. In de oude stad Kaïro is er een (wellicht omwille van het toerisme) gekend onder de naam van de "graanschuur van Jozef".

3 zoals dadels en bonen uit Mesopotamië en gom, balsem en hars uit Syrië en Gilead. Zie bijdrage: Handelskaravanen van en naar Egypte doorkruisen Kanaän.

4 Genesis 22,17; Genesis 32,12.