29 augustus 2017

Esau vertrekt met zijn groot bezit naar een land dat hem nog machtiger zal maken.

Esau had in al die tijd ervaren dat Edom een goede streek was om met zijn stam naar toe te trekken. De wilde natuur en de bergen trokken hem aan in de vlakten, die bevloeid werden door de waterstromen die uit de bergen, waren bezaaid met een weelderige groei te vergelijken met de beharing van de pas geboren Esau. In Genesis 25,25 stond er in het Hebreeuws dat Esau “sear” was en deze verwijzing ging zowel naar het Seïrgebergte als naar de vegetatie. Twee generaties vroeger kon Lot, de neef van Abraham, ook niet weerstaan aan de lokroep van een andere vruchtbare streek1. Uit dit verhaal over Sodom hebben we al geleerd dat de materiële welvaart zo kan verblinden dat er geen ruimte meer is voor 8 29 a Bijbel 1006 b0002.jpgrechtvaardigheid, zorgzaamheid en spiritueel welzijn. De Bijbel geeft steeds te kennen dat dergelijke samenlevingen waar machthebbers bepalend zijn spanningen ontstaan. Dergelijke structuren zijn gedoemd ten onder te gaan. Esau vertegenwoordigt de natuurlijke menselijke, krachtige, onafhankelijke, in staat om de problemen van het leven met zijn eigen middelen aan te pakken. Hij heeft geen god nodig ook niet de god van Jakob. Daarom vertrekt Esau weg uit het land van Kanaän, het beloofde land dat uitnodigt tot solidariteit, naar een land dat hem overvloed biedt. Genesis 36,6: 6 Esau verliet zijn broer Jakob, met zijn vrouwen, zonen en dochters en al zijn huisgenoten, met zijn bezittingen, met al zijn vee en alle eigendommen die hij in Kanaän verworven had, en ging naar een ander land. Zonder enig conflict tussen de tweeling vertrok Esau na het overlijden van zijn vader Isaak nam Esau afscheid van zijn broer Jakob. Het vorige verhaal over het orakel van Rebekka gedurende haar zwangerschap van de tweeling liet al verstaan dat er twee volken zouden ontstaan2. Verder stemt deze scheiding tussen de twee broers helemaal overeen met de verkoop van eerstgeboorterecht3 door Esau, de zegen4 en vooral de zending5 die Jakob van zijn vader Isaak had ontvangen.

Al wat Esau meeneemt naar het andere land heeft hij bemachtigd toen hij in Kanaän woonde. Hij huwde zijn vrouwen en kreeg zonen en dochters in het beloofde land. Zijn dienaars, dienaressen en zijn bezittingen hebben hun oorsprong in het land van zijn vader. Met heel zijn erfenis vermeerderd met wat hij als heerser bemachtigde trekt hij nu definitief richting Edom. Daar is ook de veestapel bij die hij van zijn broer als genegen geschenk kreeg. In het Hebreeuws staat er “vanuit het (ge)zicht van Jakob”. Eerst nam Esau afscheid van zijn gestorven vader en nu is het van zijn broer dat hij afscheid neemt. Hij gaat met zijn hele stam voorgoed een andere levensweg dan het volk Israël.

Hij trekt naar een ander land. Dit is een land van bezit en veroveringen maar geen land van belofte zoals Kanaän dat voorbestemd is voor het volk dat geroepen is Israël te zijn, volk van en voor de Ene. Binnen de Bijbelse visie strookt dit vertrek met de woorden van de zegen die Isaak uitsprak over Esau. Genesis 27,39: 39 Daarop nam zijn vader Isaak het woord en zei: `Ver van de vruchtbare grond zul je wonen, ver van de dauw uit de hemel van boven. De dauw uit de hemel heeft Esau niet nodig want hij kiest voor het meest vruchtbare land dat hem nog meer vermogend en machtiger zal maken. Hij zal veel bezitten maar niet alles hebben zoals Jakob6.

 

1 Genesis 13,1-3.

2 Genesis 25,23.

3 Genesis 25,30-34.

4 Genesis 27,28-29.

5 Genesis 28,3-4.

6 Genesis 33,9-11 en bijdrage: Esau heeft genoeg maar Jakob heeft alles.

28 augustus 2017

Esau en Jakob wonen in Kanaän maar niet bij hun vader Isaak.

De belofte van Elohim van een groot nageslacht over alle volken heen wordt ook in het huwelijk van Esau met Oholibama voorgezet. Genesis 36,5: en Oholibama schonk hem Jeüs, Jalam en Korach. Dat zijn de zonen van Esau, die in Kanaän geboren werden. Als derde en laatste vrouw van Esau in de lijst van het nageslacht schenkt Oholibama hem drie zonen. Hun namen zijn Jeüs, Jalam en Korach vertaald uit het Hebreeuws raadgever of de Heer komt te hulp, hij die verborgen is en de kale. De verklaring van Jeüs zou kunnen wijzen in de richting dat haar vruchtbaarheid te danken is aan de Heer. De schoot van Oholibama wordt geopend door de Heer en zo geeft ze de meeste zonen aan Edom. Dit maakt Esau een belangrijke voorvader. Anderzijds kan de naam van Korach, de kale, ook in verband staan met de berg, Chalaq wat in verband staat met effen kaal, die naast de Seïr ligt en die weinig vegetatie heeft. De verborgene kan ook wijzen op het bewonen van grotten, die in het kalkgebergte van de Seïr te vinden waren. Zodoende is het wellicht mogelijk dat de namen van de afstammelingen meer te maken hebben met de streek waar ze gaan wonen.

Esau heeft dus vijf zonen die allen geboren zijn in Kanaän. Het geslacht van Jakob is dan veel groter met zijn twaalf zonen waarvan gezegd wordt dat ze geboren zijn in Haran. Hoewel Benjamin daar een uitzondering op vormt. Mogelijks wordt hier de uitdrukking “geboren worden” gelijkgesteld met het onder de invloed staan van de cultuur van Mesopotamië. Dan zouden de zonen van Esau onder de invloed gestaan hebben van de cultuur van Kanaän en deze was verachtelijk in de ogen van het geslacht van Israël dat erfgenaam was van het verbond van Abraham met de Ene.

8 28 a Bijbel 970 a0002.jpgDat dit de zonen van Esau in Kanaän zijn laat ons begrijpen dat Esau lange tijd in Kanaän verbleef toen zijn broer Jakob weggetrokken was naar Paddan-Haram. Dat neemt niet weg dat Esau regelmatig wegtrok naar Edom om daar te jagen en er de bewoners te onderwerpen. Hij was aangetrokken door die streken rond en in het Seïrgebergte omdat daar veel wild, groen en bossen waren en omdat de bevolking niet erg ontwikkeld was. Ze beschikten niet over een doeltreffende afweer tegen de manschappen van Esau en werden onderworpen aan de machtige Esau. Met zijn manschappen had hij controle over heel streek en dat weten we doordat hij bescherming aanbood aan Jakob toen hij Kanaän binnenkwam. Het is echter wel te betwijfelen dat de thuisbasis van Esau Hebron zou geweest zijn. Bij zijn ouders bestond een zekere afkeer voor zijn verbintenissen met het volk van Kanaän. Deze spanning tussen de twee stammen vond zijn oorsprong in het verhaal van Noach die zijn zoon Cham de laan uitstuurde. Cham had immers weinig respect voor zijn vader, Noach, en dreef de spot met zijn zatte vader, die naakt op de grond lag na zijn eerste overdaad aan zijn lekkere zelfgemaakte wijn1. Cham was de vader van Kanaän die op zijn beurt stamvader was van de bewoners van Kanaän. In de tijd dat Rebekka leefde had ze Isaak nog eens op het hart gedrukt dat het geen leven was samen met die Hettitische vrouwen uit Kanaän2. Anderzijds kon Isaak het wel goed stellen met zijn oudste zoon3. Hij was fier op Esau omdat hij zo ondernemend was en omdat hij successen boekte in de jacht. Zelf was Isaak niet erg ondernemend en hij zag in Esau wellicht de man die hij nooit zelf is kunnen zijn. Nu Rebekka overleden was en zelfs haar voedster, Debora, stierf nadat ze overgelopen was naar de stam van Jakob, was er niemand die opkwam voor Jakob. Daarom is het niet uitgesloten dat Esau meer contact had met zijn vader en hem af en toe eens verwende met een bezoekje en een lekker stuk wildvees. Ook over vermoedelijke bezoeken van Jakob aan zijn vader Isaak wordt niets verteld in de verhalen. Het zou verbazingwekkend zijn dat Jakob nu hij eerst in Sichem en later ten zuiden van Bethlehem woonde zijn vader nooit zou bezocht hebben. Het is zeker ook niet uitgesloten dat de broers contact hadden met elkaar bij hun vader en dat het niet alleen het moment dat hun vader begraven werd dat ze elkaar voor het eerst terugzagen. Allen samen gaan wonen in Hebron, Kirjat-Arba, met hun steeds groter wordende families was geen goede keuze. Daarom verbleef Jakob met zijn stam ten zuiden van Efrata nabij Bethlehem iets voorbij Migdal-eder en woonde Esau zonder twijfel in Berseba in het zuiden van Israël met zijn twee vrouwen uit Kanaän en met de dochter van Ismaël. Berseba ligt trouwens ook dichter bij Edom en bij de woonplaats van de derde vrouw van Esau, de dochter van Ismaël.

 

1 Genesis 9,18-25.

2 Genesis 27,46.

3 Genesis 25,28.

25 augustus 2017

Diverse goden in de stam van Esau.

Uit de vorige verzen is duidelijk dat Esau minstens twee vrouwen van Kanaän en één dochter van Ismaël had. Net zoals de vrouwen van Jakob vermeld werden met hun zonen gebeurt dat hier ook voor het de vrouwen en de zonen van Esau. De geboorte van de zonen bepalen de volgorde van vermelding van de vrouwen van Esau. Genesis 36,4: 4 Ada schonk Esau Elifaz; Basemat schonk hem Reüel. Elifaz is de eerstgeboren zoon van Esau en Reüel is zijn tweede zoon. Het valt op dat de namen van de twee eerste zonen een verwijzing naar “El” in zich hebben. Elifaz betekent dat mijn Heer zuiver goud is en Reüel is vertaald vriend van God of aanroeper van God. Met deze verwijzingen kunnen we veel kanten uit. We hebben echter ondervonden dat de godsnaam “El” meestal gebruikt werd als niet eenduidig de god van de Hebreeuwen bedoeld werd. El of Elohiem, die zelfs een meervoudsvorm kan zijn, staan eerder als algemeen begrip bij communicatie tussen twee verschillende stammen met een andere denken over het bovennatuurlijke. Elke stam had immers zijn eigen godheid. Anderzijds merken we dat Elohim Abraham beloofd had vader te worden van vele volken1. Dit na de persoonlijke belofte van Jahweh aan Abraham in Genesis 12,1-3. De belofte van Elohim zorgt ervoor dat Israël bij hun terugkeer uit Egypte de Edomieten, een8 25 a  Bijbel 934 b0002.jpg broedervolk, niet zouden aanvallen. Daarom is het belangrijk dat de stamboom van Esau volledig uitgewerkt wordt om klaarheid te geven welke stammen en families tot dat broedervolk behoorden. Dit naast het feit dat door die stamboom de vervulling van de belofte van Elohim wordt bewezen. De namen van de eerste twee zonen van Esau, waarvan we weten dat hij de stamvader is van een ander volk dan dat van Israël, kunnen dus verwijzen naar de godheid of de goden die aanbeden worden door bewoners van Kanaän en door de stam van Ismaël. Dit waren echter niet de bovennatuurlijke wegwijzers voor de Hebreeuwen.

De vertaling van de naam Elifaz, dat de Heer zuiver goud is, zouden we vandaag kunnen verklaren met de bezitsdrang van Esau. Toen werd goud echter nog niet als tegenwaarde van bezit gehanteerd. Daarbij verwijst een eigennaam naar de eigenschap van een persoon en niet naar deze van zijn vader. We zouden eerder kunnen aanvaarden dat Elifaz de taak toebedeeld was van de oudste zoon die het ideeëngoed van de stamgod of goden van de Hethieten moest uitdragen. Ook de naam van de tweede zoon van Esau, Reüel, aanbidder of vriend van God, wijst in die richting. Dus ook de godheden van de stam met Egyptische achtergrond werden zodoende bij de erfgenamen van Esau aanbeden. Deze goden van Kanaän werden echter samen met de vrouwen uit Kanaän gemeden in de navolgers van Abraham. Daarom stuurde Abraham zijn knecht uit om een vrouw te zoeken voor Isaak2 en stuurde Isaak zijn zoon Jakob ook naar Haran3. Vroeger werd ook de Egyptische slavin Hagar samen met haar zoon weggestuurd omdat ook deze denkrichting niet te verenigen was met deze van de stam van Abraham.

 

1 Genesis 17,5-7.

2 Genesis 24,2-4.

3 Genesis 28,1-2.