26 december 2017

Een invloedrijke onderkoning voor Egypte met het hart van een Hebreeuw.

Jozef wordt door zijn nieuwe naam en zijn huwelijk voor de ogen van de mensen onmiskenbaar een Egyptenaar. Alle uiterlijke tekenen wijzen in de richting van zijn inburgering en zijn integratie in Egypte. Zijn herkomst als Hebreeuw wordt weggecijferd omwille van zijn belangrijke betekenis voor heel Egypte. Toch blijft hij een Hebreeuw die besneden van hart is en die een zegen is voor andere volken. In welke omstandigheid Jozef zich ook bevindt, hij blijft steeds dienstbaar. Dit is ook de manier waarop hij zich onmisbaar en waardevol gemaakt heeft. Dit begreep zijn eerste meester onmiddellijk toen hij hem als slaaf gekocht had aan de Midjanieten. Dit werd ook ondervonden toen Jozef zich als gevangene inzette voor zijn medegevangenen. Jozef blijft dienstbaar en onmisbaar in welke situatie hij ook komt. Door het huwelijk met Asnat dat gearrangeerd werd door farao wordt de Hebreeuw nu verheven tot de hoogste rangen van Egypte. Asnat, in het Hebreeuws geschreven als Asenath, is een Egyptische naam die verwijst naar de oud-Egyptische scheppingsgodin Neith. Haar naam is letterlijk vertaald weefster maar betekende in de Egyptische verklaringen uit de eerste dynastieën: ik ben uit mezelf gekomen. Zodoende was deze god-godin, afgebeeld door een tweeslachtig beeld, het begin van alles waaruit ook Ra voortkwam en dit werd ook figuurlijk afgebeeld als de koe die leven gaf aan de zon. In de latere geschiedenis toen Ra, de zonnegod, oppergod werd, en Neith aan belang verloor, kreeg zij andere functies1 toebedeeld in de godenwereld.

In de visie van de Bijbel wordt ze enkel in verband gebracht met haar gerichtheid naar de godin Neith en doordat ze dochter is van de priester Potifera, een dienaar van Ra, de zonnegod, zit ze helemaal vast in het religieus denken van het Egypte van de toenmalige koning van Egypte. De gewijde schrijver laat ons verder nog weten dat Potifera een priester was van On. In deze stad, niet ver van Kaïro, was een tempel voor de zonnegod Ra. Dus helemaal geen verwijzingen meer naar andere godheden in tegenstelling tot wat de naam Asnat zou kunnen laten Jozef,Asnat,Asenath,Neith,Ran,godenwereld,,Potifera,farao zonder naam,Ene leeft doorheen de zegen voor anderen,verlosser van de wereld,vermoeden. Toch geeft de bevestiging dat Jozef macht had over heel Egypte te verstaan dat er mogelijks meerdere religieuze gevoeligheden bestonden in Egypte en dat de visie over het godenrijk lokaal verschillende richtingen uitging en ook afhankelijk was van de keuze van farao en van de diverse dynastieën. Dit maakt het achterhalen over welke koning van Egypte het hier gaat nog moeilijker en nog meer ondoorzichtig. Deze abstractheid in de oerverhalen van de Bijbel helpt ons los te komen van feitelijkheden en ons toe te spitsen op de zinvolle bedoeling van de teksten. De macht van Jozef werd over heel Egypte aanvaard. Hiermee wordt ook duidelijk gemaakt dat de invloed van de Ene ook in gebieden en tijden waar andere goden aanbeden worden aan bod komt doorheen mensen in welke situatie ze zich ook bevinden als ze maar besneden van hart zijn. In die zin zou dan ook de vertaling "verlosser of redder van de wereld"2 kunnen begrepen worden.

 

1 beschermgodin van de steden Saïs en Esna en van de wevers en de jagers. Ze werd ook verbonden met oorlog en wetenschap.

2 zie bijdrage: Jozef, een Hebreeuwse slaaf, wordt een belangrijke Egyptenaar.

22 december 2017

Jozef, een Hebreeuwse slaaf, wordt een belangrijke Egyptenaar.

De hopeloze situatie van Jozef is in na verloop van tijd helemaal veranderd doordat hij gezegend was door de Ene en een zegen was voor de anderen. Nadat hij niet gedood werd door zijn afgunstige broers en verkocht werd als slaaf, begon zijn nieuwe leven met zijn dienstbaarheid die hij te danken had aan zijn opvoeding. Hij was besneden van hart. Genesis 41,41-45: 41 Daarop zei de farao tegen Jozef: 'Ik stel u hierbij aan over heel Egypte.' 42 En hij trok de zegelring van zijn vinger, stak die aan Jozefs hand, liet hem linnen kleren aantrekken en hing een gouden ketting om zijn hals. 43 Toen liet hij hem op zijn tweede wagen plaats nemen en voor hem uitroepen: 'Breng hulde!' Zo stelde hij hem aan over heel Egypte. 44 En de farao zei tegen Jozef: 'Ik blijf de farao, maar zonder een woord van u zal niemand in heel Egypte een hand verroeren of een voet verzetten.' 45 Hij gaf Jozef de naam Safenat-Paneach, en Asnat, de dochter van Potifera, een priester van On, gaf hij hem tot vrouw. Zo kreeg Jozef volmacht over heel Egypte. De belofte van farao wordt formeel bevestigd met een benoeming en alles wat er bijhoort om in heel het land van Egypte ruchtbaarheid te geven aan de macht die Jozef had gekregen vanJozef wordt een zegen,op de wagen,linnen kleren,zegelring,ruchtbaarheid aan de benoeming van Jozef,elite,ketting als teken van gedelegeerde macht,Safenat-Paneach,verlosser van de wereld,hij die de dingen kent, farao. Farao steekt zijn eigen zegelring aan de vinger van Jozef. Dit is het teken van het delegeren van de macht1. Het Hebreeuwse "tabbaath" voor "zegelring" komt uit het werkwoord "taba" dat zinken, verdrinken betekent en ons laat denken aan het inprenten van de ring in was. Jozef krijgt ook een linnen kleed en een gouden halsketting. Het fijne linnen werd gedragen door de elite van de Egyptische maatschappij en de gouden ketting om de hals was ook een symbool voor gezag1 in het Midden-Oosten. Deze tekenen die Jozef aan het hof van farao kreeg werden nu ook aan de buitenwereld kenbaar gemaakt. Jozef werd rondgevoerd in het tweede belangrijkste voertuig van Egypte en het volk werd aangespoord om hem hulde te brengen. Heel Egypte zal onder de bevoegdheid van de nieuw aangestelde hoge ambtenaar Jozef komen. In het Hebreeuws klinkt het letterlijk vertaald dat "niemand zijn hand of voet zal opheffen" wat een taaleigen wending is om aan te duiden dat geen werk of moeite zal starten of doorgaan zonder de toestemming van Jozef. Dit geeft zijn totale en volledige autoriteit aan hoewel de koning van Egypte farao en absolute heerser blijft.

Jozef krijgt ook een Egyptische naam: Safenat-Paneach. De betekenis van deze naam wordt op verschillende manieren uitgelegd. De vertaling van deze Egyptische naam voor de onderkoning Jozef zou "verlosser of redder van de wereld" zijn. In de Egyptische visie was Safenat-Paneach ook een naam die voor de koning van Egypte, farao, gebruikt werd en die verwees naar de wezenlijke aanwezigheid van de zonnegod in de persoon van farao. In dezelfde zin ligt de vertaling met "hij die de dingen kent". Deze interpretatie lijkt dan door de toepasselijkheid op droomverklaringen van Jozef te voldoen aan de geraffineerde gelaagdheid van de betekenissen die we vaker in de Bijbel terugvinden. Jozef wordt als een besneden Hebreeuwse slaaf de titeldrager van de machtigste koning van het machtigste land.

 

1 Ester 3,10.

2 Daniël 5,7. 16 en 29.

21 december 2017

Jozef wordt de verantwoordelijke voor de uitvoering van zijn plan.

De hovelingen van farao en de wijzen van het hof gaan mee in het plan dat Jozef opvat om de aangekondigde hongersnood om op een verstandige manier aan te pakken. Genesis 41,37-40: 37 De farao en al zijn hovelingen waren met dit plan zeer ingenomen. 38 Hij vroeg zijn hovelingen: 'Zou er wel iemand anders te vinden zijn die zo vervuld is van de geest van God als deze man?' 39 En de farao zei tegen Jozef: 'Aangezien God u al die dingen bekend heeft gemaakt, is er niemand zo verstandig en wijs als u. 40 U zult dus de leiding over mijn huis krijgen en aan uw bevel zal heel mijn volk zich onderwerpen; alleen door mijn koningstroon zal ik uw meerdere zijn.' Het verbaast ons dat farao zonder problemen spreekt over de "Elohiem" die de geest van Jozef vervult. In die tijd was bij het veelgodendom het bovennatuurlijke niet heel scherp afgelijnd en verdeeld in verschillende godsdiensten. De goden van andere volken werden, in het denken eigen aan het veelgodendom, niet uitgesloten. Als deze god die Jozef inspireerde goed was voor Egypte kan deze er wel bijgenomen worden. Zolang er maar niet getornd werd aan hun oppergod de zon, vertegenwoordigd door farao. Het eigenbelang primeert en van waar de goedheid en het voordeel komt speelt geen rol. Dit opportunisme geldt ook voor wie benoemd wordt in bepaalde hoge functies. Als een vreemdeling van een andere stam hen maar voorspoed en welvaart brengt kan hij hoog scoren. Het gaat hen om het profijt dat het beleid oplevert. De Hebreeuwen werden als een aanstelling Jozef tot onderkoning,erkenning van Elohiem door farao,leiding over Egypte,eigenbelang,kennis van de natuur,kennis als zegen voor anderen,dagelijks bestuur,minder ras, een rondtrekkend volk zonder land, beschouwd. Ze hadden geen steden en geen belangrijke gebouwen maar waren wel gekend voor hun dienstbaarheid en hun kennis van de natuur, die niet altijd vrijgevig is. Hun beloofde land was immers geen groene oase zodat voorzienigheid en solidariteit noodzakelijk waren om te overleven. In het verleden gebruikte de listige Laban de Hebreeuwse Jakob ook om zijn welvaart te verbeteren1. In hun opvoeding zat de juiste wijsheid om een zegen te kunnen zijn voor andere volken. Potifar was daarvan overtuigd toen hij Jozef als slaaf kocht van de Midjanieten en het was ook daarom dat hij Jozef het voordeel van de twijfel gaf bij de beschuldiging van poging tot verkrachting van zijn vrouw. Na de droomverklaring en de praktische oplossing, die uitgewerkt wordt door Jozef, staan alle hovelingen achter de verstandige en wijze voorstellen van Jozef. Ze omarmen Jozef en nemen hem op in hun midden. Jozef heeft respect afgedwongen en ook de farao ziet in dat Jozef de geschikte man zou zijn om zijn eigen plan uit te voeren. Hij zegt dat er niemand zo wijs en verstandig is dan Jozef, die gezegd is door zijn god. Jozef wordt aangesteld als de man die het dagelijkse bestuur van Egypte zal waarnemen. Hij krijgt de leiding over alle geledingen van het rijk. De Egyptenaren zullen zoals ze vroeger het bevel van farao volgenden dat van Jozef, "peh", wat uit zijn mond komt, moeten respecteren. Alleen de koning, de plaatsvervanger van de zon op aarde, zal zijn meester zijn.

 

1 Genesis 29,15-30.