05 september 2017

Dit zijn kleinzonen en zonen van Esau.

Het blijft bij tien kleinzonen die een vermelding krijgen in de stamboom van Esau. Bij de zonen van Oholibama worden geen kleinzonen vermeld. Genesis 36,14: 14 Zonen van Esaus vrouw Oholibama, de dochter van Ana, de zoon van Sibon, zijn Jeüs, Jalam en Korach. Deze tak van de stamboom is de jongste en we mogen vermoeden dat de kleinkinderen die hij heeft van zijn oudste zonen nagenoeg even oud zijn als de kinderen die Esau heeft bij zijn latere huwelijk met Oholibama terwijl hij zijn intrek neemt in de streken van het Seïrgebergte. Toch gaan we ook hier een generatie verder in de afstamming maar dan in omgekeerde richting. De grootvader van Oholibama, Sibon, is een terugblik naar het verleden en brengt een nieuw perspectief in de stamboom. De vertaling van deze naam is "hyena". In het eerste vers van dit hoofdstuk werd al verteld dat Sibon een Chiwwiet was. Net als de Chiwwieten van Sichem had de stam van Sibon in hun beweging naar het zuiden ook gebied veroverd. Het is mogelijk dat deze Chiwwitische stam via de woestijn richting Seïr trok. Esau nam deze stam die ondertussen in de bergen woonde door zijn huwelijk met Oholibama op in zijn clan. Abraham werd het land beloofd door Jahweh waar onder andere ook de Chiwwieten woonden1. Het ging daar over de Chiwwieten die in Kanaän woonden. De Chiwwieten, die elders woonden, vielen niet onder deze belofte. De Chiwwieten die in Edom woonden werden door het huwelijk met Oholibama symbolisch opgenomen in het volk van Edom. Esau had nog geen contact met de Chiwwieten toen zijn moeder Rebekka nog leefde. Hij huwde toen met Hettitische vrouwen2 staat er te lezen. In het begin van dit hoofdstuk staat dat Esau huwde met Kananitische vrouwen. De opsomming daarna doet ons onterecht vermoeden dat ook Oholibama daartoe behoorde. Dit huwelijk is echter zeker na de uitspraak van Rebekka gekomen en zelfs na het kleinzonen van esau,oholibama,ana,sibon,seïrgebergte,hyena,chiwwiiet,opnemen in het volk van edom,hettitische vrouw,berseba,veroveringen van esauhuwelijk met Machalat, die later de naam Basemat kreeg. Dat de kinderen van de vrouwen van Esau in Kanaän geboren werden bewijst niet dat hij die vrouwen ook in Kanaän zou gevonden hebben. Het is alvast zeker dat hij Basemat een dochter van Ismaël niet in Kanaän gezocht had. Dit zal evengoed gelden voor Oholibama. Het zou ons niet verbazen dat vrouwen van Esau samen met zijn stamgenoten in het veilige Berseba woonden en dat ze daar in het zuiden van Kanaän ook bevallen zijn van hun kinderen. Voor de kinderen van Oholibama is dit niet zeker. Esau zelf trok rond met zijn manschappen op jacht en veroverde ondertussen gebieden in en rond het Seïrgebergte. Voor de dood van Isaak was Berseba de thuisbasis van de clan van Esau. Daar nam zijn nageslacht uitbreiding over een periode van meer dan twintig jaar. Dit kan ook het leeftijdsverschil zijn tussen zijn kinderen. Zijn oudste zonen kunnen dus gemakkelijk een generatie verschillen met zijn jongste zonen die hij bij Oholibama verwekte. Hij heeft dus kleinkinderen die even oud zijn als de zonen van Oholibama. Nu hij weggetrokken is uit Kanaän en in Edom gaat wonen met zijn hele stam, is de tijd aangebroken om iedere stam te omschrijven, bij naam te noemen en een plaats te geven in het nieuwe land.

 

1 Genesis 15,18-20. Zie voetnoot 3 na bijdrage: Een verklaring voor mensen die de andere logica hanteren zoals Esau.

2 Genesis 26,34.

28 augustus 2017

Esau en Jakob wonen in Kanaän maar niet bij hun vader Isaak.

De belofte van Elohim van een groot nageslacht over alle volken heen wordt ook in het huwelijk van Esau met Oholibama voorgezet. Genesis 36,5: en Oholibama schonk hem Jeüs, Jalam en Korach. Dat zijn de zonen van Esau, die in Kanaän geboren werden. Als derde en laatste vrouw van Esau in de lijst van het nageslacht schenkt Oholibama hem drie zonen. Hun namen zijn Jeüs, Jalam en Korach vertaald uit het Hebreeuws raadgever of de Heer komt te hulp, hij die verborgen is en de kale. De verklaring van Jeüs zou kunnen wijzen in de richting dat haar vruchtbaarheid te danken is aan de Heer. De schoot van Oholibama wordt geopend door de Heer en zo geeft ze de meeste zonen aan Edom. Dit maakt Esau een belangrijke voorvader. Anderzijds kan de naam van Korach, de kale, ook in verband staan met de berg, Chalaq wat in verband staat met effen kaal, die naast de Seïr ligt en die weinig vegetatie heeft. De verborgene kan ook wijzen op het bewonen van grotten, die in het kalkgebergte van de Seïr te vinden waren. Zodoende is het wellicht mogelijk dat de namen van de afstammelingen meer te maken hebben met de streek waar ze gaan wonen.

Esau heeft dus vijf zonen die allen geboren zijn in Kanaän. Het geslacht van Jakob is dan veel groter met zijn twaalf zonen waarvan gezegd wordt dat ze geboren zijn in Haran. Hoewel Benjamin daar een uitzondering op vormt. Mogelijks wordt hier de uitdrukking “geboren worden” gelijkgesteld met het onder de invloed staan van de cultuur van Mesopotamië. Dan zouden de zonen van Esau onder de invloed gestaan hebben van de cultuur van Kanaän en deze was verachtelijk in de ogen van het geslacht van Israël dat erfgenaam was van het verbond van Abraham met de Ene.

8 28 a Bijbel 970 a0002.jpgDat dit de zonen van Esau in Kanaän zijn laat ons begrijpen dat Esau lange tijd in Kanaän verbleef toen zijn broer Jakob weggetrokken was naar Paddan-Haram. Dat neemt niet weg dat Esau regelmatig wegtrok naar Edom om daar te jagen en er de bewoners te onderwerpen. Hij was aangetrokken door die streken rond en in het Seïrgebergte omdat daar veel wild, groen en bossen waren en omdat de bevolking niet erg ontwikkeld was. Ze beschikten niet over een doeltreffende afweer tegen de manschappen van Esau en werden onderworpen aan de machtige Esau. Met zijn manschappen had hij controle over heel streek en dat weten we doordat hij bescherming aanbood aan Jakob toen hij Kanaän binnenkwam. Het is echter wel te betwijfelen dat de thuisbasis van Esau Hebron zou geweest zijn. Bij zijn ouders bestond een zekere afkeer voor zijn verbintenissen met het volk van Kanaän. Deze spanning tussen de twee stammen vond zijn oorsprong in het verhaal van Noach die zijn zoon Cham de laan uitstuurde. Cham had immers weinig respect voor zijn vader, Noach, en dreef de spot met zijn zatte vader, die naakt op de grond lag na zijn eerste overdaad aan zijn lekkere zelfgemaakte wijn1. Cham was de vader van Kanaän die op zijn beurt stamvader was van de bewoners van Kanaän. In de tijd dat Rebekka leefde had ze Isaak nog eens op het hart gedrukt dat het geen leven was samen met die Hettitische vrouwen uit Kanaän2. Anderzijds kon Isaak het wel goed stellen met zijn oudste zoon3. Hij was fier op Esau omdat hij zo ondernemend was en omdat hij successen boekte in de jacht. Zelf was Isaak niet erg ondernemend en hij zag in Esau wellicht de man die hij nooit zelf is kunnen zijn. Nu Rebekka overleden was en zelfs haar voedster, Debora, stierf nadat ze overgelopen was naar de stam van Jakob, was er niemand die opkwam voor Jakob. Daarom is het niet uitgesloten dat Esau meer contact had met zijn vader en hem af en toe eens verwende met een bezoekje en een lekker stuk wildvees. Ook over vermoedelijke bezoeken van Jakob aan zijn vader Isaak wordt niets verteld in de verhalen. Het zou verbazingwekkend zijn dat Jakob nu hij eerst in Sichem en later ten zuiden van Bethlehem woonde zijn vader nooit zou bezocht hebben. Het is zeker ook niet uitgesloten dat de broers contact hadden met elkaar bij hun vader en dat het niet alleen het moment dat hun vader begraven werd dat ze elkaar voor het eerst terugzagen. Allen samen gaan wonen in Hebron, Kirjat-Arba, met hun steeds groter wordende families was geen goede keuze. Daarom verbleef Jakob met zijn stam ten zuiden van Efrata nabij Bethlehem iets voorbij Migdal-eder en woonde Esau zonder twijfel in Berseba in het zuiden van Israël met zijn twee vrouwen uit Kanaän en met de dochter van Ismaël. Berseba ligt trouwens ook dichter bij Edom en bij de woonplaats van de derde vrouw van Esau, de dochter van Ismaël.

 

1 Genesis 9,18-25.

2 Genesis 27,46.

3 Genesis 25,28.

24 augustus 2017

Het huwelijk met een dochter van Ismaël.

In het derde vers van dit hoofdstuk lezen we dat Esau gehuwd was met Basemat. De schrijver omschrijft haar als de dochter van Ismaël en de zuster van Nebajot. De naam van haar oudste broer is wellicht opgenomen omdat eerstgeboren broers zoals Simeon en Levi, de zonen van Jakob, voor Dina en Laban voor Rebekka als huwelijksbemiddelaars optreden. Opnieuw is er een opmerkelijk verschil in de naam van deze derde vrouw van Esau in Genesis 28,9: 9 Daarom begaf hij zich naar Ismaël en nam naast de vrouwen die hij reeds had, ook nog Machalat, een dochter van Abrahams zoon Ismaël en een zuster van Nebajot, tot vrouw. Volgens dit vers noemde Basemat vroeger Machalat. Machalat, betekent ziekte of is ziek geweest. Ziekelijkheid komt in de overdrachtelijke manier van schrijven in de Bijbel overeen met dorheid en niet openstaan voor de Ene en voor het anders leven dan als de 8 24 a Bijbel 952 a0002.jpgbesnedenen van hart. Ondertussen is al voldoende duidelijk geworden dat Esau niet de erfgenaam zal worden van het ideeëngoed van Abraham en is deze naam niet meer zo belangrijk voor de duiding van het verhaal. Nu heeft zijn derde vrouw haar plaats veroverd als stammoeder in de clan van Esau. We herinneren ons dat de stam van Jakob beschouwd werd als stinkend, “baash” in het Hebreeuws, omdat ze door hun listigheid en meedogenloze moordpartij niet meer aanvaard werden door de stammen in de nabijheid van Sichem1. Basemat heeft nu de naam welriekend te zijn omdat iedereen haar had aanvaard in de clan van Esau. Dat in tegenstelling tot de houding van de stam van Israël die haar door haar vorige naam beschouwde als een zieke omwille van haar foute manier van leven. Er was ook al niet te leven met de eerste vrouwen van Esau. Genesis 27,46a: 46a Rebekka zei eens tot Isaak: `Het leven valt mij zwaar met die Hettitische vrouwen. Maar ook de keuze van Esau voor Machalat was fout in de ogen van zijn ouders. Haar naam moest toen duidelijk maken dat ze ook niet paste bij het volk Israël. Haar nieuwe naam bij stam van Esau is een eerherstel. In Israël echter wordt die welriekendheid in verband gebracht met het offeren van wierook aan andere goden. Interpretatie van namen is inderdaad erg veelzijdig en is sterk afhankelijk van het standpunt van de uitlegger. Ook de ander namen van de stammoeders, die hier opgenomen zijn in de geslachtslijst van Esau, zijn veelzeggend. De naam van de eerste vrouw van Esau, Ada, wordt vertaald met de goede eigenschap van het zijn van een sieraad voor Esau wellicht omwille van de geboorte van de eerste zoon van Esau. Het woord “adah” staat immers in nauw verband met “edah” wat familie, menigte en gemeeenschapsvorming2 kan omvatten. De betekenis van de naam Oholibama is deze van de hoge tent, die plaats bood aan meerdere zonen. “Ohel” betekent huis ook in de zin van nakomelingen in een geslacht. “Bamah” betekent hoog of verheven en wijst figuurlijk op een gunstige waardering. Oholibama zou dan de stammoeder zijn van gewaardeerd geslacht.

 

1 Genesis 34,30 en bijdrage: Jakob is geschokt door de wreedheid van zijn zonen.

2 Exodus 12,3.6.47; Exodus 16,1.2.9.10; Exodus 17,1; Exodus 35,1.4.20; Leviticus 1,2.53; Numeri 8,9.20 …. Jozua 22,16.18.20; Psalm 22,16 en 68,30.

16:38 Gepost door De nieuwe filosoof van Oudenburg in gedachten, Verhalen uit de Bijbel | Permalink | Commentaren (0) | Tags: machalat, ismaël, esau, baash, niet aanvaarden, basemat, rebekka, ada, oholibama