11 augustus 2017

Nieuwe omstandigheden voor het volk van God

De stilte van Jakob zorgt dat hij zich gedraagt als Israël, die na zijn innerlijke strijd bewust is van de waarden waar het om te doen is volgens de goddelijke inspiratie. Het tweede deel van het opgesplitste vers 22 geeft ons te kennen wat we reeds wisten maar wat nog niet aan bod kwam. Genesis 35,22: 22 Jakobs zonen waren twaalf in getal. Het is precies of het eindgetal van zijn zonen vastgelegd wordt nog net voor er volgende generaties aantreden. De twaalf als basis voor het nageslacht zal een vast beeld worden voor Israël en is hier nu voor het eerst toepasbaar na de geboorte van Benjamin. Tegelijk is dit versgedeelte de inleiding voor een nieuwe samenvatting van de stamboom van het nageslacht. Dit geeft aan dat er een vorige periode afgesloten wordt. Soms valt dit nieuwe tijdperk samen met een nieuwe aartsvader1.

Een samenvatting geeft ons voor alle duidelijkheid een overzicht van de vrouwen bij wie Jakob die twaalf zonen had. Genesis 35,23-26. 23 De zonen van Lea waren Ruben, Jakobs eerstgeborene, Simeon, Levi, Juda, Issakar en Zebulon. 24 De zonen van Rachel waren Jozef en Benjamin. 25 De zonen van Bilha, de slavin van Rachel, waren Dan en Naftali. 26 De zonen van Zilpa, de slavin van Lea, waren Gad en Aser. Dat zijn de zonen van Jakob, die in Paddan-Aram geboren zijn. Opvallend is dat niet

jakob als israël,realisator van de ene op aarde,twaalf zonen,nieuwe generaties komen aan,benjamin,aartsvader in een nieuw tijdperk,volgorde volgens belangrijkheid,erfgoed van het ideeëngoed,simeon,levi,paddan-aram,invloed uit mesopotamië afgesloten,zuivering van vreemde invloeden,engagement van israël

de volgorde van de geboorten2 de opsomming bepaalt maar de belangrijkheid van de vrouwen. Zo merken we op dat Bilha als slavin uit de bruidgave van Rachel als eerste bijvrouw vermeld staat. Ruben staat de eerste in de rij van de zonen van Jakob en is de eerstgeborene. Hij is normaal gezien de erfgenaam en de toekomstige stamvader. Maar deze logica van de mensen wordt niet steeds gevolgd in de roeping van het nageslacht van Abraham. Jakob zal als Israël een keuze moeten maken welke zoon hem als erfgenaam van het ideeëngoed van de Ene zal opvolgen. We kunnen al vermoeden dat Ruben niet op de aartsvaderlijke zegen zal kunnen rekenen. Net als Esau, die ook niet uitverkoren werd als leider van het godsvolk, zal ook hij afgewezen worden omwille van zijn machtsmisbruik, zijn arrogantie en zijn drift. De afwijzing van Simeon en Levi lijkt ook voor de hand te liggen door de blaam die zij op Israël lieten komen door hun bedrog en de moordpartij van alle mannen in Sichem. Zij waren geen zegen voor de volken zoals verwacht wordt van het nageslacht van Abraham.

Dat zijn de zonen die geboren zijn in Paddan-Aram, concludeert de schrijver van dit verhaal. We weten natuurlijk dat Benjamin in Kanaän en meer bepaald op weg naar Efrata geboren werd. Maar net als de er een afronding van een periode beschreven wordt door de vermelding van de stamboom van Jakob wordt ook hier de periode van Paddan-Aram en de invloed uit Mesopotamië afgesloten. Deze onnauwkeurigheid leert ons dat niet alleen de werkelijke plaats maar het idee belangrijker is. De episode van het levensverhaal van Jakob dat begon met zijn vlucht naar Haran eindigt nu met bij de terugkeer bij zijn verwanten. De opdracht om een vrouw te zoeken is meer dan vervuld3. Bij zijn terugkomst is Jakob als Israël samen met zijn gezin klaar om aartsvader Isaak op te zoeken in het beloofde land nadat zijn hele stam verschillende stappen heeft doorlopen in de zuivering van vreemde invloeden en in het nieuwe engagement als volk van Israël.

 

1 Genesis 11,27; Genesis 25,19.

2 Genesis 29,32-35; Genesis 30,18-20; Genesis 30,22-24; Genesis 35,18; Genesis 30,4-8; Genesis 30,9-13.

3 Genesis 28,1-2.

10 augustus 2017

De eerstgeboren zoon van Jakob en Lea gaat in de fout.

Israël zet vanaf nu de lijnen uit voor het volk dat zich verbonden had de weg van de Ene te volgen. Zijn zonen volgenden echter niet allen deze weg van gerechtigheid en waarheid. Ze waren niet allen een zegen voor de volken. Dit hadden we al ondervonden in Sichem. Met bedrog en list werd de mannelijke bevolking van deze stad afgeslacht onder het initiatief van Simeon en Levi. De nakomelingen uit deze stammen zouden door dit negatief optreden alle krediet verliezen om heel het volk te leiden. Na hun vlucht uit Sichem was een nieuwe periode van zuivering van hun denken noodzakelijk. Deze keer ging de bezinning door in Betel. We zouden mogen verwachten dat het volk zich nu onberispelijk zal gedragen1. Maar de Bijbelse verhalen gaan over echte mensen en niet over fictieve mensen met een engelengedrag. Genesis 35,22: 22 Terwijl Israël in dat gebied verbleef, had Ruben gemeenschap met Bilha, de bijvrouw van zijn vader; en Israël kwam dat te weten. De stam had zich gevestigd in de streek van de velden in Bethlehem. De tenten waren opgeslagen en het werd een rustige tijd. Ruben was de oudste zoon van Jakob. Het was die zoon die liefdesappeltjes vergaard had die zijn moeder, Lea, ruilde bij Rachel om zo Jakob te kopen om die nacht bij haar te slapen. Genesis 30, 14: 14 In de dagen van de tarweoogst ging Ruben er eens op uit en vond liefdesappels, ergens op het veld, en bracht die naar zijn moeder Lea. Nu zei Rachel tot Lea: `Geef mij ook een paar van die liefdesappels van je zoon.' Als kind had hij israël,de weg van de ene,bedrog en list,geen krediet om volk te leiden,onberispelijk van gedrag,ruben,bilha,liefdesappeltjes,afspraken en afwijken in de afspraken,vrouwen en bijvrouwen,jakob,rachel,bedeesd en onderdanig,ruben eerstgeborene,geen onmiddellijke straf,stilte van jakob,diepgetroffenal heel vroeg ervaring over de gang van zaken in de relatie tussen mannen en vrouwen. Er waren afspraken en afwijkingen in die afspraken.

Hij hoorde wellicht ook vertellen over de eigenschappen van de vrouwen en bijvrouwen en over de verhouding tussen de vrouwen en de bijvrouwen. De eerste vrouw die haar slavin aanbood aan Jakob was Rachel. Deze slavin noemde Bilha2. Uit het verhaal en de onze beschouwingen herinneren we dat deze vrouw eerder bedeesd en onderdanig was3. Uit de naam van de zoon die ze aan Jakob gaf bleek dat die verhouding gerechtvaardigd was omdat op deze manier het volk van God verder werd uitgebouwd.

Ruben maakte van de bedeesdheid en de onderdanigheid van Bilha gebruik om gemeenschap met haar te hebben. Hij zou immers als eerstgeborene zijn vader opvolgen. Over de omstandigheden en de redenen van deze geslachtsgemeenschap wordt door de schrijver niet uitgeweid en blijft het een gissen voor ons. Ook de veroordeling of de bestraffing door Jakob, die op de hoogte was van het vergrijp van zijn oudste zoon, krijgen we hier nog niet te horen. Israël heeft immers de verantwoordelijkheid te waken over zijn volk en ziet niets over het hoofd. Opnieuw blijft Jakob in deze crisissituatie heel stil. Israël is pas aanvaard als leider en stamvader door het volk en zijn positie wordt al bedreigd door zijn harteloze oudste zoon die meent de rechten als eerstgeborene al te moeten opnemen. Dit onrecht heeft de aartsvader diep getroffen vooral hij nu de vrouw van zijn vroege liefde, Rachel, had verloren en hem alleen haar slavinnen overblijven om samen met hem te rouwen, hem te troosten en het smartelijke verlies te verwerken. Dit verhaal zit in de sfeer van de verantwoording van de wetgeving4 over de regeling met wie geslachtsgemeenschap niet toegelaten is binnen de familie.

 

1 Genesis 17,1.

2 Genesis 30,3-6.

3 zie bijdrage: Bilha is anders dan Hagar.

4 Leviticus 18,8

09 augustus 2017

De velden bij Bethlehem.

De droevige gebeurtenis langs de weg naar Efrata geeft latere auteurs de gelegenheid om het beeld van de tranen van Rachel te laten vloeien over nieuwe ellende1, die het volk van Israël ondergaat. Het Hebreeuwse volk blijft echter niet verstijfd bij deze tegenslag en trekt verder uit hun ellende de geschiedenis in als voortrekker voor alle volken. Genesis 35,21: 21 Daarop trok Israël verder, en hij sloeg even voorbij Migdal-Eder zijn tent op. Hun trektocht als nomaden wordt uitgelegd als grotendeels bepaald door de behoeften van hun kudden en door hun drang naar een beter leven. Ze trekken verder naar het zuiden weg van Betel en Efrata en houden halt een eindje na een uitkijktoren, die gebruikt werd om de kudden in het oog te houden, en slaan er hun tent op. De nadruk ligt echter op de persoon Israël en niet op het volk. Eigenlijk staat er duidelijk Israël trekt verder en slaat zijn tent op eens voorbij de “toren van de kudde”. Deze verhoogde plaats was wellicht een opstapeling van stenen. Als er een verhoging gemaakt werd, deed dat dienst als een baken op deze plaats. Daarom kunnen we aannemen dat het in een gebied is waar er vruchtbare weiden zijn voor de kudden. Het is ten zuiden van het actuele Jeruzalem en in de richting Hebron. Onmiskenbaar ligt de plaats tussen Efrata, Bethlehem, en Hebron3 en gaat het niet over Jeruzalem4. Jakob, die hier voor het eerst Israël genoemd wordt in dit verhaal, gaat de richting uit van het verblijf van zijn vader Isaak en van zijn vroegere voorvader Abraham. Deze plek ten zuiden van Bethlehem niet zover van Jeruzalem samen met het feit dat Jakob hier tranen van rachel,ellende van het volk,migdal-eder,uitkijktoren,toren van de kudde,zicht over het volk,vruchtbare weiden,leiderschap over het volk,goede herder bewaakt zijn kudde,betel,aartsvaderIsraël wordt genoemd heeft wellicht een diepere betekenis. Het is de plaats waar sleutelfiguren5 uit de Bijbel in verband gebracht worden met het leiderschap van hun volk.

Deze passage is ook de bevestiging van het leiderschap van Israël. De naam, die Jakob in Peniël kreeg, wordt bevestigd6. Het land dat beloofd was, wordt na de tweede passage Betel met heel het volk ingenomen. Het verbond met de aartsvaders krijgt in toenemende mate vorm. Eerst kreeg Abraham in Genesis 17,7-9 zicht op wat zou gebeuren in de toekomst: 7 ‘Ik sluit een verbond met u en uw nakomelingen, geslacht na geslacht, een altijddurend verbond: Ik zal uw God zijn en de God van uw nakomelingen. 8 Geheel Kanaän, het land waar gij nu als vreemdeling verblijft, zal Ik aan u en uw nakomelingen geven om het voor altijd te bezitten, en Ik zal hun God zijn.' Ook Jakob kreeg een gelijkaardig verbond te horen bij zijn eerste passage in Betel in Genesis 28,13-14: 13 Ineens stond Jahwe bij hem en zei: `Ik ben Jahwe, de God van uw vader Abraham en de God van Isaak. Het land, waar gij op ligt, zal Ik aan u en aan uw nakomelingen geven. 14 Uw nageslacht zal zijn als het stof van de aarde; gij zult u uitbreiden naar het westen en het oosten, naar het noorden en het zuiden; door u en uw nakomelingen zal zegen komen over alle geslachten van de aarde. Jakob wordt bevestigd als aartsvader en herder van het volk. Hij bepaalt de tocht en de haltes van de Hebreeuwen die we nu Israëlieten mogen noemen. Israël heeft de plicht te waken over zijn volk en heeft het overzicht vanaf de toren van de kudde.

 

1 Jeremia 31,15; Matteüs 2,18.

2 Jozua 15,21.

3 Genesis 35,19 en Genesis 37,14.

4 Micha 4,8 die de steenhoop in relatie brengt met Jeruzalem verwijst naar de woonplaats van de priesters van Jeruzalem waar ook een uitkijktoren stond, vermeld in 2 Kronieken 27,3 en 33,14; Nehemia 3,26 en 27; Jesaja 32,14. Ofel wordt verder niet in verband gebracht met die steenhoop nabij Efrata.

5 1 Samuël 16; Lucas 2,8.

6 Genesis 32,28.