25 april 2017

Lea en Rachel willen ook vertrekken uit Haran.

De dochters van Laban hebben aandachtig geluisterd naar het verhaal uit de droom van Jakob. Ze staan volledig achter hun man. Genesis 31,14-16: 14 Rachel en Lea antwoordden hem: ‘Wij krijgen of erven toch niets meer uit het vaderlijk huis. 15 Vader beschouwt ons toch maar als vreemdelingen, want hij heeft ons verkocht en ons geld nog opgemaakt ook. 16 Het vermogen dat God van vader afgenomen heeft, komt ons en onze kinderen toe. Doe dus maar wat God van je vraagt.’ Lea en Rachel herkennen hoe egoïstisch hun vader wel is. Ze werden verkocht als vrouw zoals men met vreemdelingen doet en hun vader hield het geld voor zichzelf. Ze hebben dit al ondervonden toen ze elk met moeite één slavin meekregen1. Verder was er helemaal geen bruidsschat. Ze hadden gezien hoe Jakob, met hard werken en met veel kennis van het houden van kudden, de rijkdom van hun vader liet toenemen. Hun man was een zegen voor heel de stam van Laban. Het heil dat Jakob bracht in Haran kwam hemzelf en zijn gezin echter niet ten goede. Zijn inspanningen waren veel groter dan wat de “mohar”, bruidsschat, kon laten vermoeden. Die onevenredigheid tussen de koopsom en de bruidsschat was tegen dochters van Laban kiezen voor Jakob,Jakob was een zegen,geen bruidschat,Lea,Rachel,behandelt dochters en kleinkinderen als vreemden,keuze voor een goedgunstige god,alle plaatselijke gebruiken in. Daarbij moest Jakob nog harder werken om te voorzien in hun levensonderhoud als er kinderen kwamen. Zelfs voor zijn kleinkinderen had hun vader, Laban, geen waardering.

Lea en Rachel wisten dat ze heel waardevol waren in de ogen van Jakob die voor beide zusters tweemaal zeven jaar werkte2. Ze voelden zich niet meer behandeld als vreemdelingen. Hun vader verkocht hen immers aan Jakob, die een vreemdeling was en de gebruiken niet kende, en dit aan een overdreven prijs. Op dit moment voelden ze zich vernederd dat ze niet verkocht werden aan een van de mannen van Haran. Nu is er geen sprake meer van afgunst want beide zusters werden immers gelijkwaardig behandel door hun gemeenschappelijke man. Nu waren ze het roerend eens en ze lieten hun onderlinge twist achterwege. Ze zaten in hetzelfde schuitje en zagen geen goede toekomst meer onder de vleugels van stamvader Laban. Ze zeggen duidelijk dat er van hun vader niets meer te verwachten viel. Ze voelden zich na al die jaren ook behandeld als vreemdelingen die samen met Jakob te gast waren en die moesten betalen voor hun verblijf.

Het ergste voor de zusters is dat ze nu ook duidelijk inzagen dat hun vader, Laban, Jakob wou bedriegen. De Ene, de God van Abraham en Isaak liet dit niet gebeuren. Met deze gegevens is de keuze snel gemaakt. Ze vinden in tegenstelling tot hun stambroeders dat de rijkdom, die Jakob de laatste jaren opgebouwd had, rechtmatig toebehoort aan hen en hun kinderen. Ze beseffen ook dat deze stelling kwaad bloed zal zetten bij hun vader en zijn zonen. Het zou beter zijn te vluchten voor er een conflict uitbreekt. Daarom was het geraadzaam dat er voorlopig niemand op de hoogte is van hun gesprek in het open veld en hun plannen.

Als ze zich akkoord verklaren met de actie die de Ene voorstelt aan Jakob, sluiten ze zich meteen aan bij het geslacht van Abraham dat een land en een groot nageslacht beloofd werd door Jahweh. Dit is een God die hen in elke geval goedgunstig is en hen voorspoed bezorgt. Een God die rechtvaardigheid bewerkt.

 

1 Genesis 24,61.

2 Genesis 29,15-20; Genesis 29,27.

24 april 2017

Droom met tips en bevel tot vertrek uit Haran.

Gods engel spreekt in een droom,malak Elohiem,bovennatuurlijke uitleg,Jakob is beschermd,oproep om te vertrekken,rijkdom niet verworven door list,te danken aan rechtvaardigheid van de Ene,onmenselijk egoïsme,de El van Bethel,Jakob vertelt aan zijn vrouwen over de droom die hij had. Genesis 31,11-13: 11 In die droom sprak Gods engel tot mij: “Jakob.” En ik antwoordde: “Hier ben ik.” 12 En Hij zei: “Kijk rond, en zie hoe alle bokken die de schapen en de geiten bespringen, gestreept, gespikkeld of gevlekt zijn. Want Ik heb gezien hoe Laban u steeds weer behandelt. 13 Ik ben de God van Betel, waar u een heilige steen met olie begoten hebt en Mij een belofte hebt gedaan. Trek daarom weg uit dit land en keer terug naar uw geboortegrond.” Jakob legt uit aan zijn vrouwen hoe alles in zijn werk ging. Ze hebben geen probleem om die bovennatuurlijke uitleg van Jakob te begrijpen omdat hij hen in al die tijd verteld heeft dat hij beschermd was door zijn God, Jahweh. In een droom sprak de “Malak Elohiem” tot Jakob. Deze engel hebben we al aan het werk gezien toen de wegvluchtende Hagar1 gered moest worden uit haar misvattingen. Ze kreeg toen de raad om terug te keren en zich opnieuw aan te sluiten bij de stam van Abraham.

Jakob maakt nu duidelijk aan Lea en Rachel dat hij een dwingende en dringende oproep kreeg. Hij werd persoonlijk bij naam geroepen en beantwoordt die roeping. Dit heeft veel weg van die keer dat Abraham geroepen werd om zijn geloof te bewijzen en om Isaak te sparen. Dit was ook een hemelse oproep en Abraham beantwoordde eveneens met: “hier ben ik!”2.

Jakob vertelt zijn droom aan zijn vrouwen. Hij wordt opgeroepen om alle zaken die gebeurd zijn met de kudde eens te bekijken vanuit een bovennatuurlijke standpunt. Hij herinnert zich zijn dagdroom toen hij de twijgjes insneed zodat ze ook geen egale kleur meer hadden en dat het wit afwisselend met het donker te zien was. Zo zou het kleinvee er moeten uitzien. Kijk maar eens op Jakob, die droom werd werkelijkheid. De oneerlijkheid van Jakob wordt hier afgewezen doordat de verkleuring tot gestreept, gespikkeld of gevlekt kleinvee verklaard wordt als een goddelijke ingreep. De grote rijkdom van Jakob is niet toe te schrijven aan het listig gedrag van Jakob maar aan de rechtvaardigheid die de Ene wil. De reden van dit wonderlijke spel van de erfelijke eigenschappen bij het vee wordt verklaard als een reactie op het hebberige gedrag van Laban. Zijn onmenselijk egoïsme is immers veel sterker dan de liefde voor zijn dochters, kleinkinderen en schoonzoon. De Ene identificeert zich in de droom van Jakob als de God van Betel. Voor alle duidelijkheid die Jahweh waarvoor Jakob een steen rechtzette en oliede. De God die Jakob erkende als de Ene. Ondertussen is dit ook duidelijk geworden aan de dochters van Laban. Het is ook die God van vader Abraham en Isaak waarop zij hun hoop kunnen vestigen. Jakob noemt hem “El” van Betel in zijn verslag van zijn droom. Dit verwijst naar de belofte van de Ene bij de verschijning in Luz. Genesis 28,15: 15 ‘Ik ben met u; Ik zal u behoeden waar gij ook gaat, en u terugvoeren naar dit land. Want Ik zal u niet verlaten tot Ik mijn belofte heb vervuld.' In zijn droom wordt Jakob ook nog eens herinnerd aan zijn belofte dat hij Jahwe zal erkennen, dat hij tienden zal geven en dat de steen een huis van de Ene zal worden.

 

1 Genesis 21,17.

2 Genesis 22,1 en 11.

21 april 2017

God heeft gezorgd voor de mogelijkheden tot onze welvaart.

Genesis 31,8-10: 8 Toen Laban vaststelde dat de gevlekte dieren mijn loon zouden worden, wierp al het kleinvee gevlekte jongen; toen hij bepaalde dat de gestreepte dieren mijn loon zouden worden, wierp al het kleinvee gestreepte jongen. 9 Op deze wijze heeft God de dieren van jullie vader afgenomen en ze aan mij gegeven. 10 In de tijd dat het vee paarde zag ik plotseling, in een droom, dat de bokken die de schapen en geiten besprongen, gestreept, gespikkeld of gevlekt waren. Jakob stelt het werpen van jongen in verschillende kleuren voor als een louter toeval. Als er daar geen redelijke verklaring voor is dan kan het niet anders dan een goddelijke ingreep zijn. Het ligt voor de hand dat de Ene ingrijpt als iemand in nood komt doordat een ander hem benadeelt. Te grote verschillen in rijkdom worden op de een of andere manier weggewerkt want de Ene heeft voorzien dat er in de schepping een evenwicht is. Dit is wat Jakob echt gelooft en waaraan hij ook wil meewerken. Alles neigt immer op die manier naar die grote stabiele eenheid waar ieder mens gelijkwaardig kan leven. Hebzucht vertekent de natuurlijke liefde in de mensenfamilie doordat bezit overgewaardeerd wordt. De macht wordt gebruikt om bezit te vergroten en dat veroorzaakt ontevredenheid, afgunst, onenigheid en verstoring van het evenwicht in een samenleving. Dit wordt in de Bijbel niet beschreven op wereldschaal maar in goed overzichtelijke familiesituaties.

De wanverhouding in het bezit van kleinvee wordt in dit verhaal hersteld door ingrepen waartoe Jakob de mogelijkheden kreeg van de Ene. Als ervaren herder wist hij hoe dieren bepaalde erfelijke eigenschappen overdroegen naar hun kruisingen spelen in nadeel van Laban,verschil in rijkdom wordt weggewerkt,beter evenwicht tussen de stammen,stabiele eenheid,gelijkwaardigheid van mensen,hebzucht vertekend zelfs familieliefde,ervaren herder,erfelijke eigenschappen via de schepping,genetische manipulatie die leidt naar een betere verdeling,wetenschap is ontdekken van schepping,scheppingsorde is geen bezit van enkelen,goed beheer van de schepping,moelijk omgaan met rijkdom, jongen. Dit zorgt ervoor dat hij Laban telkens een stap voor is. Zo is Jakob nu eenmaal. Als Laban merkte dat er veel dieren geboren waren met bepaalde eigenschappen van vacht en dat deze volgens de overeenkomst aan Laban toegewezen werden, verandert hij de afspraak voor de dieren die de volgende lente zouden geboren worden. Met het systeem van gecontroleerd paren dat Jakob had ontwikkeld bij de drinktroggen kan hij dan ingrijpen omdat de volgende lichting jonge dieren niet zouden overeenstemmen met de eis van Laban. Zo was hij zijn schoonvader steeds een stap voor en groeit zijn veestapel duurzaam en gestadig aan. Hij gebruikt de erfelijke eigenschappen die door God vastgelegd werden bij de schepping in zijn voordeel. Deze speling van de erfelijkheid van de kleuren van de vacht van het kleinvee wordt hem duidelijk in een droom waarin al zijn herinneringen als herder gecomprimeerd worden. Vandaag zouden we de manier van werken van Jakob genetische manipulatie noemen. Indien deze technieken gebruikt worden in de context van een maatschappij waar alles eerlijk verdeeld is kan daar geen bezwaar op zijn. De genetische wetenschap is trouwens een achterhalen van de scheppingsorde. Deze scheppingsorde is geen bezit van enkelen en wetenschap mag dan ook niet ten dienste staan van de enkele machtigen die informatie opkopen en vangen in octrooien en patenten omwille van exclusief gewin. Zolang deze scheppingsorde niet verstoord wordt en dat na langdurig onderzoek ook vastgesteld wordt, is dit aanvaardbaar en goed. Want binnen het scheppingsverhaal wordt het goede beheer van heel de natuur aan de mensen toevertrouwd1. Met de reacties van Laban merken we dat het moeilijk is om te gaan met rijkdom, macht, roem en eer. Als de smaak van bezit dronken maakt, gaat het de slechte kant op. Maar evenwicht en rechtvaardigheid zijn niet te stuiten en dat is de wet in het beloofde land. Met zijn allen kiezen we best deze richting te gaan om onderdrukking, ellende en dood en de gewelddadige reactie in conflicten te bannen.

 

1 Genesis 1,28-30.