17 april 2017

Dromend van de toekomst kerft Jakob twijgen in.

De wetenschap die erfelijkheid probeert te beschrijven was nog onbekend voor de herders van de oudheid en daarom gaven ze andere verklaringen aan de erfelijkheidsleer,bovennatuurlijke verklaring,namen van bomen wijzen op verband,droom ingekerfd in takken,haag aan de troggen,wisselende eigenschappen van de erfelijke eigenschappen bij dieren. Genesis 30,37-39: 37 Toen haalde Jakob verse takken van populieren, amandelbomen en platanen, en bracht er witte strepen op aan, door het wit van de takken bloot te leggen. 38 De takken die hij zo bewerkt had, legde hij vlak voor het kleinvee in de troggen en drinkbakken. De dieren waren namelijk gewend te paren als ze daar kwamen drinken. 39 De dieren die bij de takken gepaard hadden wierpen gestreepte, gevlekte en gespikkelde jongen. Het is verbazend dat Jakob kan beschikken over een variëteit van bomen in die drogere streken. Hoewel de streek ook niet helemaal dor was want er was voldoende gras voor het weiden van de schapen. Misschien worden precies die bomen vermeld omdat de namen ervan ons iets te vertellen hebben. Populieren zijn “libneh” en verwijzen naar wit dat de betekenis is van laban. “Luz” doet ons denken aan de amandelboom1. De Platanen “armon” in het Hebreeuws verwijzen naar Aram. Deze drie namen van bomen leggen een verband tussen Laban, de verschijning aan Jakob in Luz, dat later Betel werd, en Aram de streek waar Jakob verblijft. Jakob pelt strepen uit de bast af van deze twijgen en kerft tot het witte hout tevoorschijn komt. Dit geeft hem een patroon van afwisselend donkere en witte strepen. Als hij deze takken boven elkaar samenweeft krijgt hij een gespikkeld model dat eruit ziet zoals zijn kleinvee er zou moeten uitzien. Zo beeldt hij zijn droom uit van een grote gestreepte en gespikkelde kudde in de tijd dat de schapen rustig aan het grazen zijn. Hij zet die takken recht, “yatsag”, in de goten, “rahat”, die leiden naar de troggen, “shoqeth”. Deze takken al of niet ingekerfd hebben niets te zien met het bronstig maken van dieren. De bronstigheid van de ooischapen verloopt volgens een vast patroon in een bepaalde periode van het jaar. De zuiver natuurlijke veehouderij houdt daar rekening mee maar die manier van telen en hoeden is vandaag heel beperkt omwille van het lage rendement vergeleken met de opgefokte dieren. Wel blijken de twijgen van bomen gezonde en nuttige ingrediënten te bezitten voor de dieren2. Echter zover gaan om te beweren, zoals sommige uitleggers van de Bijbel, dat door de ingesneden takken in dit verhaal de werking van de strengen van de DNA-molecule met hun genetische dragers wordt uitgelegd, lijkt ons ver overdreven3. Een andere onlogische uitleg is dat de dieren gestimuleerd door het zien van de gestreepte takken en de gespikkelde structuur ook gestreepte en gespikkelde jongen zouden krijgen.
Jakob ziet als ervaren herder wanneer de ooien bronstig zijn door onder andere het blaten, het kwispelen en het onrustig gedrag van de dieren. Dan zorgt hij ervoor dat de gepaste schapen achter de hitsige ooien blijven. Daarvoor is het wellicht dat hij een dubbele haag maakt met geweven twijgen aan de troggen om de koppels bij elkaar te houden. Zo kan hij met zijn jarenlange ervaring de dieren koppelen omdat ze gevlekte of gestreepte jongen zouden werpen. Wat er in het veld gebeurt, was minder controleerbaar maar de dieren paarden meestal aan de drinkbakken staat in het tweede deel van vers 38. Daar kon Jakob dus de situatie in het oog houden en ingrijpen waar nodig.
 
1 Genesis 28,19.
2 http://www.voederbomen.nl/voederwaarden
3 Teaching haerts, Laverna Patterson. Uitgeverij: Patterson via www. Creation defense.  org/ 68.htm

14 april 2017

,Na het bespreken van de details van de overeenkomst is er een akkoord.

De modaliteiten van controle na verloop van tijd van de kudden van Jakob wordt overeengekomen. Genesis 30,33-36: 33 U kunt mij vertrouwen; als u later mijn loon in ogenschouw komt nemen, mogen alle niet-gevlekte of gespikkelde geiten en alle niet-zwarte schapen gelden als door mij gestolen.’ 34 Laban zei: ‘Goed, ik neem je voorstel aan.’ 35 Nog diezelfde dag zette Laban de gestreepte en gespikkelde bokken en alle gevlekte en gespikkelde geiten bijeen, alles waar maar iets wits aan was, en ook alle zwarte schapen. Hij vertrouwde die kudde toe aan zijn zonen. 36 Hij bepaalde dat er tussen hem en Jakob een afstand van drie dagreizen moest blijven; en Jakob mocht alleen het kleinvee van Laban weiden dat nog over was. De tekst roept een vraag op over de term zonen. Die zonen moeten zorgen voor de kudden die bedoeld zijn voor Jakob. Daarentegen moet Jakob dan zorgen voor decontrole,zonen van Laban zorgen voor kudde Jakob,kleinvee,wolvee,eenkleurige dieren,drie dagreizen uit elkaar,praktische afspraken,akkoord kudden van Laban, die op drie dagreizen verwijderd zijn. De basisovereenkomst dat Jakob zou zorgen voor de kudden van Laban wordt hier bevestigd.

De andere details van het akkoord zijn ons niet heel duidelijk op het eerste zicht. Laban vertrouwt het veelkleurige kleinvee toe aan zijn zoons. Nergens staat er iets over de zonen van Laban te lezen maar het is niet uitgesloten dat hij zonen heeft. Indien hij geen zonen heeft dan zou hij zoals Abraham ook een opvolger kunnen aanwijzen. Normaal is dat één persoon die dan stamoverste zou worden. Dit is uit te sluiten omdat hier de het meervoud van zoon, zonen, geschreven staat. Er staat niet “ben” maar “banah” in het Hebreeuws. Dat het hier over de zonen van Jakob gaat valt ook erg te betwijfelen. In het beste geval zou zijn oudste zoon, Ruben, nu ongeveer dertien jaar kunnen zijn. Deze keuze zou onderhand ook niet erg logisch zijn in de gedachtegang van Laban als hij controle wil uitoefenen. De mogelijkheid dat de term zonen ruim dient opgevat te worden ligt voor de hand. De zonen van Laban kunnen ook mannen zijn geboren in zijn stam. Dit kunnen zelfs herders zijn die Jakob opgeleid heeft in de voorbije veertien jaar die nu hun vaardigheid moeten bewijzen met de kleine kudde van Jakob. Laban neemt nog geen risico om zijn eigen kudden te laten hoeden door zijn eigen herders. Welbeschouwd worden de kudden van Laban toevertrouwd aan Jakob. Laban wil dan verder ook op veilig spelen als hij voorstelt dat de kudden op drie dagreizen van elkaar moeten blijven. Zo wil hij verhinderen dat er een menging van zijn eenkleurige goede schapen en geiten gebeurt. Al wat gemengd was van kleur moest weg uit zijn veestapel en werd overgedragen naar de kudden van Jakob. De drie dagreizen van de kudden moeten ook verhinderd dat de dieren in de weiden van elkaar zouden grazen.

Laban kon zich goed vinden in deze overeenkomst vandaar dat hij zijn akkoord verklaart mits de regeling van nog enkele praktische afspraken. Hij was overtuigd dat op die enkele uitzonderingen van gespikkelde en gestreepte dieren er niets meer zou moeten overgedragen worden aan Jakob. Zo zou hij deze keer weer goedkoop gediend zijn voor de het deskundige en succesvolle werk van Jakob. Jakob zou weer een goedkope zegen worden.

13 april 2017

Jakob begint zijn voorstel uit te leggen.

Stilaan beseft Jakob dat hij niet afhankelijk kan blijven van zijn oom om zijn groot te onderhouden. Jakob zal nu opnieuw werken voor zijn oom Laban maar nu wil hij betaald worden met kleinvee. Dit zal hem de mogelijkheid moeten geven om zelf in te staan voor de voeding van vrouw en kinderen. Genesis 30,31-32:31 Daarop zei Laban: ‘Wat moet ik je geven?’ Jakob antwoordde: ‘U hoeft mij niets te geven; ik ben bereid opnieuw uw kudde te hoeden, als u het volgende voorstel aanvaardt. 32 Ik ga vandaag al uw kleinvee langs; zet u dan alle gevlekte en gespikkelde dieren bijeen en zonder ook alle zwarte schapen af. Als loon wil ik enkel de gespikkelde en gevlekte geiten. Een betaald loon in zilver om verder te werken zou Laban op de gedacht kunnen brengen dit loon teug te vragen voor voeding en logement. Jakob kijkt verder en denkt al aan de verre toekomst en leunt liever aan bij de natuurlijke gaven van het kleinvee dan op zilver dat niet vermeerderd. Hierbij kunnen we het loon, “sakar” zoals eerder in de tekst1, opvatten als een goddelijke beloning in natura voor een menselijke actie. Jakob kent ondertussen de schraperigheid van Laban en werkt aan een voorstel waarbij Laban niet voelt dat hij minder bezit krijgt. Het moet een voorstel worden waaruit beiden profijt halen en waarbij Laban niet de indruk krijgt dat hij er armer op wordt.

voorstel Jakob,sakar,goddelijke beloning,loon in natura,duidelijke afspraak,welzijn kudde,selectie,chum,Jakob gebruikt zijn ervaring als herder. Hij heeft gezien hoe de kudden van Laban evolueerden en vermeerderden in de veertien jaar dat hij werkte voor zijn oom. Hij wil verder werken voor Laban en de kudde hoeden. De prijs voor zijn werk zal uitbetaald worden in gespikkelde en gevlekte dieren. Daaraan zal zijn loon onmiskenbaar herkend worden. Dit is de overeenkomst. Een duidelijke afspraak waar geen discussie kan over bestaan want het loon van Jakob zal bepaald worden door de natuur. Wellicht denkt Laban dat het een toevalstreffer is dat schapen of geiten gespikkeld of gevlekt zijn. Jakob weet beter uit zijn ervaring. Hij is al heel zijn actief leven bezig als schaapherder en weet hoe hij moet zorgen voor de aangroei en het welzijn van de kudde en hij heeft zicht op het doorgeven van erfelijke eigenschappen. Laban die in de mening verkeert dat schapen steeds wit zijn en geiten bruin misrekent zich wellicht. Die uitzonderlijk gekleurde dieren mag Jakob hebben deze komen relatief weinig voor en ze betekenen geen verlies voor Laban, die het bij witte schapen houdt. Misschien is de betekenis van zijn naam - “laban” is wit2 - ontleend aan de kleur van zijn schapen.

Meteen wordt er al een selectie doorgevoerd en krijgt Jakob van meet af aan het gespikkelde en gestreepte kleinvee en de zwarte schappen. Een kleine gemengde kudde van schapen en geiten zijn nu aan hem toegewezen. Met deze dieren die niet passen in de eenkleurige kudden van Laban moet Jakob nu verder. Laban wil alleen witte schapen en bruine geiten. Zo hoort het volgens hem want de dieren die er anders uitzien zijn door hun afwijkingen niet waardevol. De manier waarop Laban zijn kudden beoordeelt, vertoont veel gelijkenis met hoe in de maatschappij mensen beoordeeld worden die afwijken van het normale patroon. “Chum” in het Hebreeuws is zowel bruin als zwart en wordt ook in verband gebracht met huidverkleuring door de zon. Dat zijn denknormen die mensen in vakjes verdelen volgens kleur. Alleen witte schapen of koeien van het wit-blauwe ras zijn goed bij de selectie.

 

1 Genesis 30,18.

2 Genesis 49,12.