03 oktober 2017

Moordplan en toelichting over de doodsoorzaak wordt concreet.

De elf broers van Jozef waren overtuigd dat Jozef de wensdroom had om de leiding te nemen van het volk van Israël. Genesis 37,19-20: 19 Ze zeiden tegen elkaar: "Daar komt hij aan, de grote dromer! 20 Nu hebben we de kans. We vermoorden hem en gooien hem in een put. We kunnen zeggen dat een wild beest hem verslonden heeft. Dan zullen we eens kijken wat er van zijn dromen terechtkomt!" Het is nu niet meer de mantel die hen aanzet tot afgunst maar zijn dromen. Vader Israël had Jozef bij zijn tweede droom al terecht gewezen. Hoewel hij de betekenis van de droom niet begreep, wist hij wel welke uitleg de broers van Jozef achter zijn dromen zoeken. Uit wat hij hoorde van zijn overige zonen over de eerste droom van Jozef wist Jakob al wat hun uitleg was. Daarom gaat hij luisteren als Jozef zijn tweede droom vertelt. Opnieuw kan die droom verklaard worden als de droom van Jozef om de leiding te nemen van de stam, de zonen van Israël. Meer zelfs. Hij zou nu ook zijn vader laten buigen voor hem. Jakob geeft Jozef dan ook een vermaning dat hij dat soort dromen best niet meer vertelt in het bijzijn van zijn broers omdat dit afgunst zou kunnen opwekken. Hij voelt zich immers, als hij meegaat in de gedachtegang van zijn andere zonen, ook vermeld in de beeldspraak van de zon die buigt voor Jozef. Zoiets is niet mogelijk, zolang Jozef niet de zegen van de eerstgeborene heeft gekregen van Israël, meent Jakob. Het is een gekend verschijnsel dat mensen die eerst afgunst kennen ook haatdragend worden. Ze gaan zich zo toespitsen op de persoon waarvan ze afgunstig zijn dat ze alles over die persoon gaan zien in een donkere gedachtenspiraal. Ze gaan die persoon zelfs ervaren als een bedreiging. Deze bedreiging staat het normale eigen leven in elf broers,moordplan,doodsoorzaak,jakob,jozef,afgunst,donkere gedachtenspiraal,ten alle prijze,meester van de dromen,haat,erfenis in gedrang,mooi gewaad,kwaadaardig beest,samenzweringde weg en moet ten alle prijze uitgeschakeld worden.

Zijn broers noemen Jozef hier, in het Hebreeuws, de "baal" van de dromen. Dat is meer dan zomaar een grote dromer. Hij is een "meester" van de dromen zoals ook in de Naardense Bijbel vertaald wordt. De broers geven ons met deze verklaring aan dat de dromen volgens hen geen bovennatuurlijke boodschap in zich dragen. Zij doen vermoeden dat Jozef mogelijks zijn dromen gebruikt om zijn doelstellingen duidelijk te maken. Zij denken dat Jozef hun leider wil worden. Spottend zeggen ze nu dat zijn wensdromen niet meer zullen uitkomen. Die dromen waren nu het bezwaar dat de broers nog meer parten speelde dan de afgunst voor de veelkleurige mantel die Jozef droeg. Die dromen hadden hun haat opgewekt. Ze gingen hem meer haten omdat zij volgens hun interpretatie ondergeschikten zouden worden van Jozef. Ze zien dat hun erfenis als oudere zonen in het gedrang komt en willen hun streven naar bezit niet laten inperken door die sluwe Jozef, die volgens hen zijn dromen gebruikt om vooruit te geraken. Zij werken en veroveren al heel hun leven om vooruit te geraken en om de stam groter, sterker en vermogend te maken. Dag in dag uit hoeden ze de veestapel, zoeken ze steeds naar goed grasland en bewerken het land. Dit alles om in voorspoed te kunnen leven. Hun jongere broer in zijn mooi gewaad heeft zich nog niet zo nuttig gemaakt en profiteert in grote mate van hun inspanningen. Loon naar werk lijkt hen een eerlijke overeenkomst.

De gelegenheid om Jozef te vermoorden biedt zich nu aan. Hij is ver van zijn vader en er zijn hier putten. De broers besloten het lichaam van Jozef, nadat ze hem vermoord hebben, te laten verdwijnen. Ze gaan hem in een put gooien. Zo wordt hun barbaarse moord onttrokken aan het zicht. Zij zouden hun vader wijsmaken dat een wild of liever een kwaadaardig beest - zoals het Hebreeuwse "ra'" laat vermoeden - zijn zoon had verslonden. Het beest is de vertaling van "chay". Dit Hebreeuws woord kan in zijn afleiding van "chaya" ook gezin of groep betekenen met dezelfde oorsprong. Die eensgezinde groep mensen, die samenspanden, waren in deze passage immers ook de kinderen van vader Jakob, die tekeer gingen als kwaadaardige wilde dieren.

02 oktober 2017

Een broedermoord wordt gepland.

Jozef, gestuurd door zijn vader Jakob, heeft dan na een gouden tip zijn broers gevonden in Dotan. Ze waren niet meer in Sichem zoals zijn vader dacht. Ook de broers zien Jozef komen. Genesis 37,18: 18 Zij hadden hem al in de verte zien aankomen, en voor hij bij hen was, smeedden zij het plan om hem te doden. Ze wisten uit ervaring dan Jozef als vertrouweling van zijn vader, Israël, gestuurd werd om te kijken of zij wel "shalom" waren. Waren de zonen van Israël in voorspoed en goede gezondheid? Leefden ze een goed leven in vrede als een besneden zoon van Israël? Jozef had aan Jakob al eens een slechte beoordeling gegeven over het gedrag van zijn broer toen hij zeventien jaar was. Dit waren ze niet vergeten. De afkeer van hun broer Jozef werd dan nog eens groter toen hij die dromen vertelde. Hun conclusie uit die droomverhalen was dat het de bedoeling was van Jozef om de leiding van de stam op zich te nemen. De oudste zonen, broedermoord,gouden tip,plan smeden,shalom,israël,jakob,jozef,goed leven,besneden,zeventien jaar,droomverhalen van jozef,staat toekomst in de weg,afgunst,nakal,samenzweringSimon, Levi en Ruben, beseften niet dat ze door hun wangedrag niet meer geschikt waren om de leiding van het volk Israël op te nemen. Hun inzichten lagen niet in het verlengde van het verbond van de Ene met Abraham. Jakob had hen laten begaan en vermaande hen zelfs niet voor hun bedrog, moord en incest. Israël zweeg. Hij jammerde alleen over de slechte faam die zijn stam nu kreeg bij de bewoners van de streek1. Voor het vertellen van zijn droom over de zon, de maan en de sterren, die voor hem bogen, kreeg Jozef zelfs een berisping van Israël. Hij was zeer streng voor de oudste zoon van Rachel, de elfde in de rij van zijn twaalf zonen. Zijn kleed was het uiterlijke teken dat hij Jozef veel had bijgebracht over de verhalen van het volk, dat door vallen en opstaan en door de goede voorbeelden van de aartsvaders de weg van de Ene volgde.

De broers van Jozef waren afgunstig en gingen hem haten omwille van zijn gedrag dat vreemd was in hun ogen. Hij is een buitenbeentje en draait niet mee in het verwerven van bezit. Hij stelt zich teveel vragen over het shalom van de anderen in plaats van uit te kijken voor het belang van de stam. Hij lijkt het leiderschap over de stam na te jagen en vertelt graag over het wangedrag van zijn broers aan vader Jakob om zo in de gunst te komen. Dat is hem al aardig gelukt want hij draagt al een veelkleurige mantel die hij van Israëll kreeg. Deze gang van zaken moet stopgezet worden. Uit vers 4 weten we dat de broers geen "shalom" konden zeggen tegen Jozef. Ze willen hem geen goede toekomst, geen goede gezondheid of vredig bestaan toewensen. Hij moet uit de weg geruimd worden. Hij staat hen in de weg.

De andere zonen van Israël zien Jozef met zijn veelkleurige mantel toekomen in de verte. Ze weten dat hij hem komt inspecteren. Nog voor hij bij hen is vatten ze het plan op om hem te vermoorden. Het ziet er naar uit dat we nog2 een broedermoord met voorbedachten rade te lezen krijgen in de Schrift. Weer is afgunst het motief na de interpretatie van de beoordeling van een manier van leven.

In het Hebreeuws lezen we "nakal" en dat is meer dan een plan smeden dat is een bedrieglijke samenzwering af sluiten. Niemand zou weten hoe hij ter dood kwam. Het zou de perfecte moord zijn.

 

1 Genesis 34,30.

2 Genesis 4.

29 september 2017

Jozef zoekt zijn broers.

Na een reis vanuit Hebron zonder vermeldenswaardige gebeurtenissen komt Jozef aan in Sichem. Hij vindt zijn broers niet op de weiden rond Sichem. Genesis 37,14b-17: 14b Toen hij in de buurt van Sichem kwam 15 en daar buiten aan het ronddwalen was, kwam iemand op hem af en vroeg hem: "Wat zoekt u?" 16 Hij antwoordde: "Ik ben op zoek naar mijn broers. Kunt u mij misschien zeggen waar zij hun kudde weiden?" 17 De man antwoordde: "Ze zijn van hier vertrokken en ik heb ze horen zeggen: Laten we naar Dotan gaan." Jozef ging daarop zijn broers achterna en vond hen in Dotan. Jozef was beslist geen goede jager want aan de hand van de sporen van de dieren zou hij kunnen natrekken welke richting ze uitgetrokken waren. Hij zocht de streek ten Oosten van Sichem af waar Jakob in de tijd landerijen gekocht had1. Hij stopte regelmatig met zijn hand boven zijn ogen om nog maar eens in de verte te zoeken. Zijn lichaamstaal zette iemand, die in deze streek verbleef, aan om naar hem toe te gaan en te vragen wat hij aan het zoeken was. Hij zocht zijn broers die de opdracht hadden de kudden van hun vader te hoeden. De bereidwillige man had als ingewijde gehoord van de zonen van Israël dat ze met hun kudden naar Dotan zouden vertrekken. Zonder enige vijandelijkheid licht hij Jozef in. De veronderstelling dat de Hebreeuwen in de streek ongewenst zouden zijn na hun wraak op Sichem omwille van het onteren van Dina, de dochter van Jakob, blijkt hier helemaal niet uit het gedrag van de hulpvaardige man.jozef,hebron,sichem,zoekt zijn broers en de kudden,gehoord dat ze zouden vertrekken naar dotan,ingewijd,hulpvaardige man,engel,gabriël,shalom,twee bronnen,karavaanroute,weiden in de vallei Sommige interpretaties spreken ervan dat Jozef hier een engel had ontmoet en noemen hem zelfs Gabriël, de boodschapper van God in Jodendom, Christendom en Islam. Andere menen dat de zonen van Israël het gebied rond Sichem onder druk van de omliggende stammen moesten verlaten en zo in Dotan terechtkwamen. Dit strookt niet met de uitleg van de inheemse man die op de hoogte was van de bedoelingen van de Israëlieten en Jozef informeerde over het vertrek van zijn broers. Zo kwam Jozef uiteindelijk erachter welke richting zijn broers waren uitgegaan. Niettegenstaande Jozef naar Sichem uitgestuurd was, wil hij niet terugkeren naar zijn vader met de boodschap dat zijn broers daar niet meer waren. Hij begrijpt het doel van zijn reis. Hij is uitgestuurd om zijn vader in te lichten omtrent het "shalom"2, het welzijn, het gedrag, gezondheid en vrede van zijn broers en het vee. Daarom vertrok hij meteen in hun richting en vond hen in Dotan. Daar waren twee bronnen om het vee te drenken. De naam "Dotan" betekent immers twee bronnen en ligt op ongeveer twaalf kilometer ten noorden van Sichem. Dotan is bekend als rustpunt op de karavaanroute tussen Damascus en Egypte. Dit was de Zeeweg die in die streek wat meer landinwaarts lag omwille van de stammen van zeevolken die gevreesd werden. Dotan ligt ook niet zo heel ver van de kleinere route uit het Oosten waar een oversteek vanuit Gilead ter hoogte van een doorwaadbare plaats van de Jordaan ten noorden van de Dode Zee gekend was. Een route gekend door de Hebreeuwen en waarbij Sichem ook een knooppunt was. Jakob nam wellicht deze weg van Betel richting Haran. Bij Dotan werden ook de karavaandieren gedrenkt bij een van de twee bronnen. In de vallei nabij is er ook een kleine maar vruchtbare strook waar de broers van Jozef hun vee konden weiden. Daar kwam Jozef toe en zag zijn broers en de kudden al in de verte.

 

1 Genesis 34,18-19.

2 Genesis 37,14.