28 september 2017

Kudden van Jakob in Sichem.

Na verloop van tijd stuurt vader Israël Jozef uit om te controleren of alles goed verloopt met zijn zonen, die de kudden weiden bij Sichem, en met het vee. Genesis 37,12-14a: 12 Eens waren zijn broers bij Sichem de kudden van hun vader gaan weiden, 13 toen Israël tegen Jozef zei: "Je weet dat je broers de kudde weiden bij Sichem. Zou je niet naar hen toe willen gaan?" Hij antwoordde: "Dat wil ik graag doen." 14a Israël zei: "Ga dan eens kijken of alles in orde is met je broers en met het vee, en kom het mij dan vertellen." Zo liet hij hem uit het dal van Hebron vertrekken. Het verbaast ons dat de zonen van Jakob hun kudden nog durven laten grazen op de velden rond Sichem na de moordpartij die ze daar aangericht hebben en de dreiging van de omliggende stammen. De schrijver geeft ons mee dat dit na verloop van tijd gebeurt. In die tijd was de "stank" - het misprijzen - die aan het volk van Israël zat opgelost. Dat Jozef vertrok uit het dal van Hebron lijkt ons ook daarentegen gemakkelijk te verklaren. Enerzijds moeten we voor ogen houden dat de stam nomadisch bleef omwille van hun kudden. Het zoeken van weiland dat niet gebruikt werd door andere herders om hun dieren te weiden was een normale zaak omdat ze na het afgrazen het grasland laten herstellen. De herders van Israël moesten dus nieuwe groene weiden zoeken voor hun steeds groeiende kudden. De veestapel die zich vermeerderd had nadat ze aangevuld werd met de buit uit Sichem trok eigenlijk weer naar de weiden die ze vroeger kenden van in de tijd van hun verblijf in de streek van Sichem. De weiden van de streek rond de uitkijktoren van Migdal-eder waren wellicht afgegraasd en het grasland tussen Migdal-eder en Sichem, waar geen andere stammen hun kudden lieten grazen, werd al bezocht. Door de ontvolking van Sichem was de kans groot dat de weiden daarcontrole-opdracht,kudden,sichem,bereidwillig,hebron,nomadisch door kudden,sedentair door landbouw,herdersvolk,bethlehem,efrata,migdal-eder,betel,conflict opzoeken nog onaangeroerd waren. Anderzijds weten we uit de korte vermeldingen over de landbouw dat hier en daar in vruchtbare streken gewassen geteeld werden door het volk van Israël. Daar had een deel van het volk een vaste verblijfplaats. De streek rond Bethlehem niet zo heel ver weg van Hebron was gekend als een groeizaam gebied voor verschillende teelten. De teelt van granen voor het roggebrood gaf immers de naam aan de Bethlehem dat huis van het brood was. Hebron lag nog iets zuidelijker dan Bethlehem1 of Efrata en dan Migdal-eder en was na de dood van Isaak en het vertrek van Esau een streek die zonder twijfel ingenomen werd door de stam van Jakob.

Jozef wou als jonge man graag op vraag van zijn vader de inspectietocht ondernemen. Vanuit Hebron moest hij in noordelijke richting vertrekken. Via Efrata, ook Bethlehem genoemd, en Betel zou hij in Sichem op een goede honderd kilometer van Hebron zijn broers vinden. Het is weer de naam Israël die gebruikt wordt bij het uitsturen van Jozef en daarbij is het opmerkelijk dat Jozef eerst moet kijken of alles in orde was met zijn broers. Zijn broers waren nochtans de kudden van hun vader aan het weiden in de streek van Sichem2. Men zou daarbij denken dat de kudden van Jakob in de eerste plaats moesten gecontroleerd worden omdat dit de opdracht was van Jakob. Maar ook al in het begin van het hoofdstuk toen Jozef zeventien jaar was bracht hij verslag uit bij zijn vader over het gedrag van zijn broers. Nu vraagt Israël hem dat uitdrukkelijk. Vader Jakob had blijkbaar geen hoge dunk van zijn zonen en daarom ging zijn bezorgdheid in de eerste plaats naar hen toe. Dit is ook te begrijpen na de kritiek die ze bij de Kanaänieten en Perizzieten, die in de nabijheid woonden, gekregen hadden3. Hebben de broers weer het conflict opgezocht of hebben ze zich bezig gehouden met hun vee?

 

1 Dit is niet het door de archeoloog Aviram Oshri beschreven Bethlehem in Galilea maar dat van Judea.

2 Genesis 37,2.

3 Genesis 34,30.

27 september 2017

Jozef droomt nog een andere droom.

Niet bewust van de afgunst en van de groeiende haat van zijn broers vertelt Jozef nog een tweede droom aan zijn broers. Deze keer doet hij dat in de aanwezigheid van zijn vader, Jakob. Genesis 37,9-11: 9 Later had hij nog een droom en ook die vertelde hij aan zijn broers. "Ik heb weer een droom gehad", zei hij. "Ik zag dat de zon, de maan en elf sterren zich voor mij bogen." 10 Toen hij dit aan zijn vader en zijn broers vertelde, gaf zijn vader hem een berisping. Hij zei: "Wat moet dat met die droom van jou? Moeten ik, je moeder en je broers zich soms voor jou tot op de grond neerbuigen?" 11 Daardoor werden zijn broers nog afgunstiger op hem, maar zijn vader onthield het gebeurde. Het is eerder uitzonderlijk dat er in de Schrift twee dromen na elkaar verteld worden. Meestal gaan we na een droom verder met het verhaal en wordt de droom, die een goddelijke belofte inhoudt, werkelijkheid1.

Deze keer is er een tweede opeenvolgend droom maar nu over de hemellichamen. Deze droom vertoont veel gelijkenissen met de vorige droom waar de elf andere schoven bogen. Nu zijn het elf sterren. Het verschil is dat de zon, de maan en sterren nu ook buigen voor Jozef. Hij vertelt deze droom deze keer in de aanwezigheid van zijn vader die reageert. Jakob weet geen raad met de betekenis van die droom want het Hebreeuwse woord "mah" kan staan voor bedoeling. Welke bedoeling heeft die droom? Jakob geeft zijn zoon een berisping omdat ook hij hoort welke interpretatie door zijn andere zonen wordt gegeven. Ongetwijfeldnog een droom,zon en maan en sterren buigen,onduidelijke verklaring,gissen,visie van broers,jakob aanwezig,onrust in de stam,berisping,ontkennen van leiderschap,verhaal in zijn hart bewaren,betekenis niet duidelijk,eerbiedig vereren heeft de vorige droom van Jozef gezorgd voor onrust in de stam en wordt daarom het oordeel van de aartsvader ingewonnen. Hij voelt aan, als hij de visie volgt van zijn andere zonen, dat de hemellichamen zichzelf buigen voor Jozef. Hij ziet zichzelf als de zon, de maan is de moeder van Jozef en de sterren zijn de andere zonen van Jakob. Deze berisping is ook een informatie aan de andere zonen van Jakob. Daarmee ontkent hij dat hij Jozef zou voortrekken als stamoverste en belangrijkste erfgenaam die de leiding zou overnemen van de stam. "Gaar" is het oud-Hebreeuwse werkwoord waarvan het begrip berisping afgeleid is. De oorspronkelijke betekenis is verwijten, straffen en veroordelen. Het is opmerkelijk dat Jakob zweeg bij de wandaden van zijn andere zonen en Jozef zelfs terechtwijst voor het vertellen van een droom. Dit veroordelen klinkt dus harder dan berispen en is eerder een ontkenning van Israël van dat leiderschap dat volgens zijn broers uitgebeeld wordt in deze tweede droom. Opnieuw klinkt een Hebreeuwse woord "shamar" anders dan het onthouden uit onze vertaling. Hij beschermt voorzichtig de woorden in zijn hart. Israël is er van overtuigd dat deze droom een goddelijke boodschap in zich draagt maar hij kan inderdaad de betekenis nog niet duiden maar houdt rekening met het droomverhaal van Jozef. Vandaar de vragen die hij zich stelt bij de droom. Hij weet uit ervaring dat de goddelijke droom zeker niet verwijst naar een machtig leiderschap waar mensen vernederd worden en tot op de grond moeten neerbuigen. "Shachah" zoals de schoven hem nederig eerbiedig vereerden of aanbaden in de visie van zijn broers. Hier moet volgens Israël iets anders aan de hand zijn dan de veronderstelling die de broers van Jozef maken. Dit maakt ons nieuwsgierig naar het vervolg van het levensverhaal van Jozef.

 

1 Genesis 12,1-3; Genesis 28,12-15.

26 september 2017

De naïeve Jozef vertelt zijn droom.

Zonder in te zien welke gevolgen het vertellen van zijn droom zouden kunnen hebben geeft Jozef de inhoud prijs. Genesis 37,6-8: 6 Hij zei: "Hoor toch eens wat voor droom ik heb gehad. 7 Wij waren schoven aan het binden op het veld. Mijn schoof kwam overeind en bleef rechtop staan; jullie schoven kwamen eromheen staan en bogen voor mijn schoof." 8 Zijn broers zeiden: "Wou je soms koning over ons worden of over ons heersen? "Zo haatten ze hem steeds meer vanwege de dromen die hij vertelde. Wij zien dat de droom zich afspeelt op het land waar de broers samen aan het werk waren. Het volk van de stam van Jakob hoedt dus niet alleen kudden maar bewerkt ook het land. De Israëlieten hadden zich inderdaad gevestigd even voorbij Migdal-eder in de streek van het brood, Bethlehem1. Deze vestigingsplaats hebben ze dus niet verlaten na de dood van Isaak toen Esau naar een ander gebied vertrokken was omdat er onvoldoende plaats2 was voor in Kanaän voor de steeds groter wordende stammen van beide broers.

Jozef vertelt dat ze schoven aan het binden waren om het geoogste graan verder te laten drogen op de stengels. Het is een garf die gebonden wordt. Dat blijkt ook uit het basiswerkwoord "alam" dat binden betekent. Tegen elkaar gezette garven vormen precies een hut of een hok. Een goed gebonden stevige schoof blijft rechtop staan in de wind. Dit is de goede manier om een goede schoof op te bouwen met verschillende garven die er tegen elkaar kunnen leunen om verder te drogen in de zomerzon om uit te rijpen. Dit is te vergelijken met het soliede leven van een besnedene van hart dat een steunpunt is voor anderen. Jozef kon alleen maar zijn garve stevig vastbinden na het lastige veldwerk van de oogst. Toen werd met gebogen rug geoogst met een haak en een soort korte zeis. Jozef nam dan een bosje stro uit een garf van het gemaaide graan en draaide dat er omheen en knoopte alles goed vast bijeen. De garven werden in schoven gezet om te drogennaïef,jozef,inhoud droom,schoven,garf,garven,droom over landbouwactiviteit,verdeling gebruik beschikbaar land,stevige schoof,stro uit de garf,soliede leven van besneden,rogge binden,steunkracht uit innerlijke,betel,volwassen in het verbond,wensdroom,goddelijke boodschap vooraleer ze binnengehaald werden. De hoge rogge had wel twee banden nodig om te blijven staan. Het was zaak om behoedzaam om te gaan met de vruchten van het land die al hun tijd nodig hadden om te kiemen en te groeien tot ze rijp waren om te geoogst te worden. Eens volwaardig graanstengels werden ze per greep of garf omgord met banden van stro. Dit beeld doorgetrokken naar de mens zouden we kunnen zien als een beeldspraak voor het opvoeden tot volwassenheid. Eens opgevoed hadden ze de steunkracht uit hun eigen innerlijke - banden van het bosje stro - nodig om staande te blijven.

De schoven van zijn broers hoewel zij zich in Betel ook engageerden in het verbond staan er maar slapjes bij. Het is net of ze buigen alsof ze zich willen richten naar die stevige garf die wijst op de volwassenheid in het verbond. Het Hebreeuwse werkwoord voor buigen, "shachah", kan echter ook vertaald worden met het nederig eerbiedig vereren, aanbidden. Het is deze laatste betekenis dat de broers van Jozef weerhouden. Daarom vragen ze Jozef of hij hen soms een wensdroom heeft verteld. Ze zijn immers overtuigd dat Jozef door vader Jakob bevoordeeld zal worden. Zij vatten net als Jozef zelf die droom niet op als een goddelijke boodschap. Ook Jozef is nu nog niet klaar om de betekenis van zijn droom te begrijpen. Zijn openheid bij het vertellen van zijn droom lijkt ons erg naïef omdat hij opnieuw de afgunst van zijn broers opwekt. Ze haten hem omdat ze zijn gedrag beoordelen als aanmatigend en zelfingenomen.

 

1 Genesis 35,21.

2 Genesis 36,7.