02 juni 2017

Worstelen om een hoger moreel niveau te bereiken.

De man, “ish” in het Hebreeuws, die in de eenzaamheid van Jakob verscheen, worstelde met hem. Tot de dageraad duurde het gevecht. Het was een gevecht van donker naar klaar, van duisternis en chaos naar het licht en orde. Het zal een gevecht worden dat uitmondt in een nieuw begin dat vertrouwen uitstraalt in de goedheid van de Ene1. Tot nu kennen we een Jakob die zelf de situatie in handen neemt. Vanaf zijn geboorte maakte hij al duidelijk dat hij een hieltjeslichter was. Dit was ook zijn naam, “Yaaqob” geworden. Afgeleid van “aqab” dat het lichten van de hiel betekent. Dat bewees hij met zijn betrachtingen om het eerstgeboorterecht te bemachtigen. De eerste keer pakte hij zijn broer die blind was van de honger naar linzensoep en de tweede keer lichtte hij zijn vader op die blind was van de begeerte naar wildgebraad. Hij kwam zo onder druk te staan dat hij moest vluchten. Later was hij de herders van Haran en Laban te slim af en moest opnieuw vluchten. Hij had echter in zijn onvolkomenheid de onvoorwaardelijke steun van de Ene. ish,van donker naar klaar,van duisternis en chaos naar licht en orde,nieuw begin,bedrieger wordt een betere mens,opwaaiend stof,gevecht met een engel,yabboq,yaaqob,aqab,abaq,conflict stof en wind,hosea

Het worstelen heet hier in het Hebreeuws “abaq”. Het is opmerkelijk hoeveel gelijkenissen dit woord vertoont met de namen “Yabboq” afgeleid van “baqaq”, droog maken - doorwaadbare plaats - en “Yaaqob” afgeleid van “aqab”, bij de hiel pakken. Alles ontmoet zich in dit speciale moment. Het is precies of de schrijver-redacteur van dit verhaal wil zeggen dat dit geen toeval kan zijn. Dit sublieme wonderlijke taalspel missen we helaas in de vertalingen van dit verhaal. De stammedeklinkers van die Hebreeuwse woorden maken een eenheid tussen de hoofdpersoon, de plaats en het gebeuren. Pittig detail is dat het woord worstelen, “abaq”, eveneens stof 2 betekent maar dan onder bepaalde omstandigheden. Het is stof dat opwaait in tegenstelling met het stof van de grond zoals in Genesis 2,7, het stof, “aphar adamah” waaruit de mens is gemaakt. Deze onuitgesproken tegenstelling vult ons beeld van dat gevecht aan. Zijn gevecht was een innerlijk conflict tussen het stof van de aarde en de wil van de Ene. Het stof van de aarde wordt in onze verbeelding een zichtbare stofwolk. Zo voelt de Hebreeuw het aan als hij elk woord van de Schrift in de diepte laat doorwerken. Dit doet ons denken aan het beeld van het beademde stof uit het scheppingsverhaal dat stond voor de aardse mens geïnspireerd door het bovennatuurlijke in zijn denken en voelen door de Schepper.

Hier wordt een spannend en beeldrijk gevecht beschreven van een succesvolle hieltjeslichter, die steeds zijn tegenstanders voor was. Met wie Jakob vecht, is een groot raadsel. De profeet Hosea die de geschiedenis van Israël overschouwt om het volk op te roepen trouw te blijven3 aan Jahweh in een van zijn teksten zegt ons: Hosea 12,5a: 5 Hij vocht met een engel en hij overwon. Deze engel noemt bij Hosea zoals in de andere teksten “malak”. Bij het gevecht van Jakob lezen we echter “ish”. Er wordt ook beweerd dat Jakob in een gevecht met god zou gewikkeld zijn. Dit lijkt ons een stap te ver. Wel kunnen we ons voorstellen dat de Ene Jakob in zo’n omstandigheden heeft gebracht dat hij zich vragen stelt over zichzelf.

 

1 Psalm 92,2-3.

2 Nahum 1,3; Exodus 9,9;

3 Hosea 12,3-7.

4 1 Samuël 26,15; Psalm 49,3; Psalm 62,16; Psalm 82,7; Jesaja 2,21.

01 juni 2017

Op weg naar übermensch.

Jakob zocht niet het onmiddellijke contact met Esau. Hij laat eerst de samengestelde kudden als geschenk voorgaan zodat zijn knechten telkens nadruk kunnen leggen op hun boodschap waaruit de nederigheid van Jakob naar voren komt. Het kan dan doordringen tot Esau dat Jakob hem goedgezind is. Genesis 32,23-25: 23 Maar tijdens die nacht stond hij op en stak met zijn twee vrouwen, zijn twee slavinnen en zijn elf kinderen de doorwaadbare plaats van de Jabbok over. 24 Toen Jakob hen met zijn bezittingen over de rivier gebracht had, 25 bleef hij alleen achter. En een man worstelde met hem tot het aanbreken van de dageraad. Jakob zsau,jakob,zijrivier van de jordaan,niet klaar voor de oversteek,moreel beter leven,gevecht met de ish,vrouwen en kinderen steken de jabbok over,ajlun,belka,wady es zerka,gileadgebergte,steile oever,evolutiefase,streefdoel,übermensch,ideale mensneemt al schikkingen om verder te trekken. Zijn familie laat hij bij donker zuidwaarts de zijrivier van de Jordaan oversteken richting Kanaän. Zelf blijft hij achter. Hij is precies nog niet klaar om over te steken zoals zijn voorvaders steeds de keuze maakten om over te steken en verder te trekken richting “beter leven”. Het moreel steeds beter leven is de bedoeling van de weg van de Ene. Dit gevecht, deze worsteling is een verhaal zonder einde voor de mensheid om uit het duister en de chaos te geraken steeds op weg naar een beter leven. Dit is een tocht die niet steeds evident is in de menselijke logica. Zo twijfelt Jakob om deze stap te zetten omwille van de problemen die hij denkt te ondervinden.

Lea, Rachel, Bilha en Zilpa steken samen met hun elf1 kinderen de Jabbok over op een doorwaadbare plaats. Jakob helpt hen en zorgt dat ook al de bezittingen van de stam naar de overkant komen. De naam Jabbok staat in verband met het werkwoord “baqaq”, leegmaken of nietig worden, droog worden voor een rivier. De Jabbok loopt in een diep dal van het Gileadgebergte. De oversteek is gemakkelijk in de zomer omdat de blauwe rivier, de Jabbok, dan wel doorwaadbaar is. De oevers van deze rivier, die uitmondt in de Jordaan, zijn echter steil op vele plaatsen. Het is precies daar dat er doorwaadbare plaatsen zijn. Wady es Zerka noemt deze plaats nu. Het diepe dal is nu de natuurlijke grens tussen de landstreken Ajlun en Belka2. De naam van die rivier en het diepe dal leren ons ook de gemoedsstemming van Jakob kennen die zich nietig voelt om als nieuwe stamvader het engagement aan te gaan van het verbond tussen zijn volk en Jahweh. Hij voelt zich zo klein vergeleken met die steile oevers. Hij blijft alleen achter met zijn verantwoordelijkheid als stamvader. Hij blijft alleen achter met vele vragen voor de toekomst. Hij blijft alleen achter met zijn eigen persoonlijkheid. Zijn zelfredzaamheid heeft hij net getoond aan zijn vrouwen en kinderen. Ze steken over zonder noemenswaardige problemen. Maar er is nog een ander oversteken naar een land met een ander leven. Het is typisch dat opnieuw de nacht3 zo belangrijk is voor Jakob die alleen4 is. Het is ook voor deze aartsvader een springplank naar een nieuw leven.

Een man worstelde met hem. “Ish” klinkt als mens in het Hebreeuws. In het scheppingsverhaal5 hadden we het al over die “ish”. Het is de verheven, voorname mens6, die bedoeld was bij de schepping. De mens van het moreel betere leven. Deze ideale mens blijft nu nog steeds een streefdoel. Immers niemand kan zich nu al übermensch noemen en dat was ook de bedoeling bij het gebruik van die term door Nietzsche7. Hij zag de huidige mens als een evolutiefase naar het ideaal van de übermensch, het uiteindelijk doel van de mens.

 

1 “Yeled” hier vertaald door kinderen betekent eigenlijk zonen. Dina wordt niet meegeteld. De elf zijn: Jozef, Juda, Ruben, Levi, Simeon, Aser, Issachar, Zebulon, Naftali, Gad en Dan.

2 Biblical Commentary on the Old Testament, Carl Friedrich Keil and Franz Delitzsh.

3 Genesis 15,12, Genesis 1,5, Psalm 92,3.

4 Numeri 11,24; Numeri 13,3 (meervoud); Numeri 23,9b; Deuteronomium 32,9 en 12 en 33,28..

5 zie bijdragen: Mooie ode aan de eerste vrouw; De laag-bij-de-grondse mens.

6 Psalmen 49,3 en 62,9 (stellen de gewone man tegenover de verheven man: ”ben adam” en “ben ish”)

7 Nietzsche, Also sprach Zarathustra.

31 mei 2017

Een charmeoffensief.

Na zijn gebed valt Jakob in slaap. De nacht heeft hem blijkbaar raad gebracht. Geen sprake van een droom, een visioen of van gepieker maar geen van deze opties is uitgesloten. Genesis 32,14-22: 14 En hij bracht daar de nacht door. 14 Toen nam hij uit zijn bezit geschenken voor zijn broer Esau: 15 tweehonderd geiten en twintig bokken, tweehonderd schapen en twintig rammen, 16 dertig zogende kamelen met hun jongen, veertig koeien en tien stieren, twintig ezelinnen en tien ezelshengsten. 17 Hij verdeelde dit alles in afzonderlijke kudden en vertrouwde die toe aan zijn knechten, met de opdracht: ‘Ga voor mij uit, maar met telkens een afstand tussen de kudden.’ 18 En hij beval de voorste: ‘Als je mijn broer Esau tegenkomt en hij nacht brengt raad,geschenken voor Esau,onderdanig aan oudste broer,uiteenzetting van plan van Jakob,levende dieren als geschenk,herhaling van de onderdanige houding van Jakob,Edom,vraagt bij wie je hoort, waarheen je gaat en van wie de dieren zijn die je voor je uitdrijft, 19 dan moet je zeggen: “Van uw dienaar Jakob; zij zijn een geschenk voor mijn heer Esau. Hijzelf komt achter ons aan.” ’ 20 Aan de tweede en de derde en aan iedereen die de leiding van de kudden had, gaf hij ook deze opdracht: ‘Zeg Esau hetzelfde als jullie hem tegenkomen. 21 Zeg hem: “Uw dienaar Jakob komt achter ons aan.” ’ Want hij dacht: Ik zal hem gunstig stemmen door geschenken te sturen; als ik hem daarna onder ogen kom, zal hij mij misschien vriendelijk ontvangen. 22 Zo gingen de geschenken vooruit, terwijl hijzelf die nacht nog in het kamp bleef. Heel breedvoerig komt het plan van Jakob aan bod. Het is wel even opkijken als we de aantallen zien van de dieren die Jakob als geschenk aanbiedt aan zijn broer, Esau. Alles samen meer dan vijfhonderd dieren. Jakob maakte geen selectie en nam de dieren die hij kon grijpen. We gaan er vanuit dat zijn handgift gezonde dieren1 waren omdat de selectie al vroeger gebeurde bij het kruisen van de dieren. Door deze dieren als geschenk weg te geven, wil hij wellicht ook bewijzen dat hij geen hulp hoeft en dat hij als kleine stam een zelfstandig bestaan kan leiden. Het zijn zogende kamelen detailleert de schrijver. Voor de rondtrekkende stammen en handelaars zijn dat zeer nuttige en waardevolle dieren. Daarbij is de melk van kamelen gekend als een voedzame lekkernij. De meest waardevolle dieren staan het laatst in de lijst. De ezels zijn immers het vervoermiddel voor de gezagsdragers van toen.

Hij verdeelt zijn gaven in drie kudden en geeft ze mee met zijn knechten die ze moeten aanbieden aan Esau. “Minchah” wordt in het Hebreeuws gebruikt voor niet geslachte offers2 of geschenken. In Spreuken 18,16 lezen we over deze “minchah”: 16 Iemands geschenken banen hem de weg en geven hem toegang tot de aanzienlijken. Deze spreuk past bijzonder goed bij wat hier gebeurt. Want Jakob geeft zich op als een nederige dienaar. Hij laat een behoorlijke afstand tussen de kudden omdat Esau goed zou kunnen zien wat hij van zijn jongere broer krijgt als geschenk. De opdeling in kudden zorgt er ook voor dat de knechten telkens zouden kunnen herhalen aan Esau dat zijn dienaar Jakob volgt. Door de geschenken op te delen en de boodschap steeds opnieuw te laten horen moet het wel doordringen tot Esau dat Jakob zich onderdanig gedraagt. Door hun ontmoeting na twintig jaar op deze manier voor te bereiden hoopt Jakob op een vriendelijke ontvangst. De reden in vers van heel dit gebeuren is “kaphar”, het sussen, het verzoenen, het vragen van barmhartigheid en van gratie. De vierhonderd man zijn al op weg naar het kamp van Jakob en de geschenken gaan richting Esau. Het is ons nu nog niet duidelijk waar de ontmoeting tussen die twee delegaties plaatsvindt want Edom strekt zich zo uit in het zuiden onder de Dode Zee dat Esau met zijn manschappen zowel aan de oostzijde als de westzijde de zendingen met geschenken van Jakob kunnen tegen komen.

 

1 Maleachi 1,8.

2 Leviticus 9,7 …