04 september 2017

De zonen van Reüel.

De zoon van Basemat die geboren werd als tweede zoon zorgt voor nog meer kleinzonen voor Esau. Genesis 36,13: 13 Reüels zonen zijn Nachat, Zerach, Samma en Mizza. Dat zijn de zonen van Esaus vrouw Basemat. Ook de betekenis van de namen van die zonen zullen we proberen te plaatsen als stamvaders van stammen in Edom.

Nachat dat afgeleid is van "Nachath" kan veel betekenissen hebben. In de eerste plaats wijst het op een verband met de oorsprong, de afkomst. Dit is dan zoon van Reüel en kleinzoon van Esau en Basemat of achterkleinzoon van Isaak maar ook van Ismaël, die beiden broers waren en zonen van Abraham. Nachat is dus via twee familielijnen bedachterkleinzoon van stamvader Abraham. Een ander betekenis staat in verband met het werkwoord "nuwach" dat eerder zou uitgelegd kunnen worden door "het geplaatst worden" in een stammenverbond en ook op die plaats verblijven. Een verklaring die dan afgeleid is van het Aramese woord "necheth" wijst dan in de richting van het afdalen of naar beneden plaatsen. Allemaal verklaringen die ons vele mogelijke denkbeeldige weergaven kunnen opleveren gebaseerd op de betekenis van zijn naam.

De tweede zoon van Reüel kreeg de naam Zerach dit betekent stijgende reüel,nachat,zerach,samma,mizza,basemat,esua,abraham,denkbeeldige weergaven,lichtstraal,verdriet,angstlichtstraal. Het werkwoord dat de basis van deze naam is betekent opstaan en stijgen van de zon en ook zwellen of omhoog komen en dit zowel letterlijk als figuurlijk. In het Hebreeuws heeft de figuurlijke betekenis steeds voorrang en zouden we kunnen besluiten dat Zerach de eerste zoon van Reüel overtreft.

De naam van de derde zoon, Samma, klinkt niet zo positief. Verdriet en woestijn zitten in de mogelijke vertalingen van "shammah". Het stamwerkwoord, "shamem" is verbaasd zijn, verwoest worden, liegen beroofd zijn, zelf oorzaak zijn van vernietiging. Duidelijk geen succesverhaal voor deze stam.

Angst straalt uit de naam van de vierde zoon van Reüel, Mizza. Mizza zou betekenen dat hij bang was voor terreur. Afkomstig van het werkwoord "nazah" dat besprenkelen maar ook opschrikken1 betekent. De stad of de plaats Massa kan wellicht in verband gebracht worden met deze naam temeer omdat de naam van deze stad gelijkenissen vertoont met de naam van de zevende zoon van Ismaël, Misma. Dat ligt in evenredigheid met de familielijn door Basemat binnengebracht bij het nakomelingschap van Esau.

Het voorlopige totaal van de kleinzonen van Esau ligt nu op tien.

 

1 Jesaja 52,15.

25 augustus 2017

Diverse goden in de stam van Esau.

Uit de vorige verzen is duidelijk dat Esau minstens twee vrouwen van Kanaän en één dochter van Ismaël had. Net zoals de vrouwen van Jakob vermeld werden met hun zonen gebeurt dat hier ook voor het de vrouwen en de zonen van Esau. De geboorte van de zonen bepalen de volgorde van vermelding van de vrouwen van Esau. Genesis 36,4: 4 Ada schonk Esau Elifaz; Basemat schonk hem Reüel. Elifaz is de eerstgeboren zoon van Esau en Reüel is zijn tweede zoon. Het valt op dat de namen van de twee eerste zonen een verwijzing naar “El” in zich hebben. Elifaz betekent dat mijn Heer zuiver goud is en Reüel is vertaald vriend van God of aanroeper van God. Met deze verwijzingen kunnen we veel kanten uit. We hebben echter ondervonden dat de godsnaam “El” meestal gebruikt werd als niet eenduidig de god van de Hebreeuwen bedoeld werd. El of Elohiem, die zelfs een meervoudsvorm kan zijn, staan eerder als algemeen begrip bij communicatie tussen twee verschillende stammen met een andere denken over het bovennatuurlijke. Elke stam had immers zijn eigen godheid. Anderzijds merken we dat Elohim Abraham beloofd had vader te worden van vele volken1. Dit na de persoonlijke belofte van Jahweh aan Abraham in Genesis 12,1-3. De belofte van Elohim zorgt ervoor dat Israël bij hun terugkeer uit Egypte de Edomieten, een8 25 a  Bijbel 934 b0002.jpg broedervolk, niet zouden aanvallen. Daarom is het belangrijk dat de stamboom van Esau volledig uitgewerkt wordt om klaarheid te geven welke stammen en families tot dat broedervolk behoorden. Dit naast het feit dat door die stamboom de vervulling van de belofte van Elohim wordt bewezen. De namen van de eerste twee zonen van Esau, waarvan we weten dat hij de stamvader is van een ander volk dan dat van Israël, kunnen dus verwijzen naar de godheid of de goden die aanbeden worden door bewoners van Kanaän en door de stam van Ismaël. Dit waren echter niet de bovennatuurlijke wegwijzers voor de Hebreeuwen.

De vertaling van de naam Elifaz, dat de Heer zuiver goud is, zouden we vandaag kunnen verklaren met de bezitsdrang van Esau. Toen werd goud echter nog niet als tegenwaarde van bezit gehanteerd. Daarbij verwijst een eigennaam naar de eigenschap van een persoon en niet naar deze van zijn vader. We zouden eerder kunnen aanvaarden dat Elifaz de taak toebedeeld was van de oudste zoon die het ideeëngoed van de stamgod of goden van de Hethieten moest uitdragen. Ook de naam van de tweede zoon van Esau, Reüel, aanbidder of vriend van God, wijst in die richting. Dus ook de godheden van de stam met Egyptische achtergrond werden zodoende bij de erfgenamen van Esau aanbeden. Deze goden van Kanaän werden echter samen met de vrouwen uit Kanaän gemeden in de navolgers van Abraham. Daarom stuurde Abraham zijn knecht uit om een vrouw te zoeken voor Isaak2 en stuurde Isaak zijn zoon Jakob ook naar Haran3. Vroeger werd ook de Egyptische slavin Hagar samen met haar zoon weggestuurd omdat ook deze denkrichting niet te verenigen was met deze van de stam van Abraham.

 

1 Genesis 17,5-7.

2 Genesis 24,2-4.

3 Genesis 28,1-2.

23 augustus 2017

Esau huwt ook een Chiwwitische uit Kanaän.

Een volledig nieuw en nog niet eerder vermeld huwelijk was dat van Esau met Oholibama, een dochter van Ana, de zoon van de Chiwwiet Sibon. Dit huwelijk met een Chiwwitische werd gesloten in de tijd dat Jakob vertrokken was uit Kanaän. Ook de stam van Hemor die in de streek van Sichem woonde behoorde tot dat volk. De naam van deze stam wordt op verschillende manier vertaald maar het zou gaan om de Hurrieten die vermoedelijk oorspronkelijk afkomstig waren uit de Kaukasus. Zij waren net als de Filistijnen geen Semieten en waren ook niet besneden zoals alle andere stammen die in Kanaän woonden. Ze woonden meestal in steden of dorpen. Dit kunnen we afleiden uit hun Hebreeuwse naam, “Chivvi”. De stam van deze naam is “chavvah” wat kleine stad betekent. In de dagen dat Jakob terug kwam in Kanaän leefden er inderdaad ook Chiwwieten in de stad Sichem1. Deze naam verwijst ook naar hun afstamming die teruggaat naar een van de achterkleinzonen van Noach. Een van de zonen van Noach noemde Cham en hij had ook een zoon die Kanaän noemde. Deze Kanaän verwekte als zesde zoon Chet, “Cheth” in het Hebreeuws, die ook de stamvader was van onder andere de Chiwwieten2. De naam van Chet staat in verband met het werkwoord “chathath” en dat betekent vrees verwekken en door geweld vernielen. Deze eigenschappen worden nog eens benadrukt in dit vers door te verwijzen naar de grootvader van 8 23 a Bijbel 944 a0002.jpgOholibama, Sibon. Sibon is uit het Hebreeuws vertaald als hyena. De naam van dit gevreesd roofdier kan verwijzen naar de manier waarop de Chiwwieten in vroegere generaties delen van het land Kanaän innamen en zich daar vestigden als gerespecteerde maar vooral gevreesde leiders. Het gebruik van namen van dieren bij de Chiwwieten komt nog wel eens voor in de Bijbel. Het was deze van Hemor uit de streek van Sichem. De naam Hemor is vertaald als ezel en verwijst naar zij status. Hij reed zoals de belangrijke landsheren op een ezel.

De namen van vader Ana en dochter Oholibama geven aan dat er een verhoord gebed was en dat ze op een hoogte woonden in tenten3. Of het verhoren van het gebed in verband staat met het tweede vermelde huwelijk van Esau is een raadsel. Ook dit huwelijk van Esau met een Chiwwitische kan in relatie staan tot zijn pogingen om macht en invloed te verwerven in Kanaän.

Beide huwelijksverbintenissen, die in de uitwerking van de stamboom aangehaald werden, zijn aangegaan in Kanaän. Dit maakt duidelijk dat Esau stamverbintenissen had met de Hethieten en de Chiwwieten. De Hethieten zijn een volk dat later zal wijken voor Israël. Dit lezen we reeds in de belofte van Jahweh aan Abraham4. In veel teksten worden zeven volken - waaronder dus ook de Hethieten - vernoemd onder de gezamenlijke naam van Kanaänieten. Historisch is het niet duidelijk maar vermoedelijk hebben de Chiwwieten delen van de Hettitische bevolking van Kanaän verdreven in hun zuidwaartse migratie. Ze zouden aanvankelijk in tenten gewoond hebben om na hun veroveringen zich in versterkte steden terug te trekken.

 

1 Genesis 34,1-2.

2 Genesis 10,6 en 15-17.

3 De Hebreeuwse naam Oholibama betekent dat de tent op een hoge plaats staat. Ana klinkt dan als een verhoord gebed en staat in verband met de functie van priester of voorganger in het bovennatuurlijke ideeëngoed die meestal aan de oudste zoon toebedeeld werd. Dit was een verdorven religie die moest verdreven worden staat in Exodus 23,23-28.

4 Genesis 15,13-21.

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende