01 februari 2017

Een brok geschiedenis van Edom in een notendop.

Genesis 27,40: 40 Van je zwaard zul je leven, en je broer zul je dienen. Maar als je Edom en Esau,heerschappij,voorganger,heen en weer met het juk,barmartige god voor alle volken,Edomieten,zwaard,David,Jeruzalem haat Edom,je losrukt, schud je zijn juk van je nek!’ Edom zal in de verdere geschiedenis tijdelijk overheerst worden door Israël maar ze hadden zich eigenlijk losgemaakt en hadden hun eigen grondgebied. De relatie tussen beide volken is wisselvallig1. Het laatste deel van vers 40 is op veel manieren vertaald. In de vertaling die wij gebruiken lezen we: Maar als je je losrukt, schud je zijn juk van je nek!’ De Naardense Bijbel geeft: Maar het zal geschieden: zodra je heen en weer beweegt zul je zijn juk afschudden van je hals! Voortgaand op de betekenis van de “tarid” kunnen we zeggen: Als je zijn heerschappij zult breken zal je zijn juk afwerpen. Het woord “tarid”, hier heerschappij, is immers weer zo’n veelzijdig woord dat van verschillende stammen kan afgeleid zijn en zo een brede betekenis krijgt voor de Hebreeuwen. “Rud” betekent de heerschappij hebben, heer en meester zijn en de regels bepalen. Kort daarbij in betekenis staat “radah” dat betekent in dezelfde zin heersen, overweldigen, regeren kortom onderwerpen. Een derde mogelijkheid is het werkwoord “yarad”. Dat betekent dan anderzijds ten val brengen of naar beneden brengen. Het heen en weer bewegen uit de Naardense Bijbel geeft het best de verandering van de verhouding tussen de twee volken aan. Het heen en weer bewegen tussen de onderdrukking en bevrijding van het juk. Maar wat is het echte juk en waar ligt de bevrijding?

De nakomelingen van Esau, de Edomieten, hebben het Seïrgebergte veroverd. In Deuteronomium 2,22 staat het op die manier neergeschreven: 22 Voor de zonen van Esau die in Seïr wonen heeft de Heer hetzelfde gedaan: voor hen heeft Hij de Chorieten vernietigd; zij verdreven hen en wonen tot vandaag in hun plaats. Opnieuw merken we - net zoals voor de Ismaëlieten - dat in de goddelijke goedheid ook de latere vijanden van de Hebreeuwen een plaats krijgt inde Schrift. Hier wordt de goddelijke almacht in de Bijbel geprofileerd aan de hand van menselijke machtsverschuivingen. Een herschrijven van de geschiedenis in de Edom en Esau,heerschappij,voorganger,heen en weer met het juk,barmartige god voor alle volken,Edomieten,zwaard,David,Jeruzalem haat Edom,bovennatuurlijke dimensie. De naburige volken werden in deze benaderingswijze al vaker ingeschakeld als straf voor de Hebreeuwen die niet meer onder de wet leefden.

Een eerder verhaal uit Numeri vertelt ons dat Mozes geen doorgang werd verleend toen hij vanuit Egypte naar het beloofde land trok. De Edomieten zouden hun land verdedigen met het zwaard1.

David onder andere onderdrukte de Edomieten2 in een periode dat Israël wetsgetrouw was. Maar onder koning Joram, toen deze zijn broers vermoordde en afvallig was van de Heer, kwamen de Edomieten in opstand en hadden ze weer een eigen koning3.

Wat Israël het meest ergerde was dat de Edomieten het grondgebied van Juda, het zuidelijk rijk, innamen nadat ze zelf gedeporteerd werden bij de Babylonische ballingschap. Vanuit deze optiek straalden veel teksten, die in redactie bewerkt werden door priesters-schrijvers van de tempel van Jeruzalem, haatgevoelens voor de Edomieten uit4. Ook in Psalm 137,7: 7 Heer, reken de Edomieten de val van Jeruzalem aan, hoe zij riepen: ‘Neer, tegen de grond met haar.’

 

1 Numeri 20,14-21.

2 1 Samuël 14,47; 2 Samuel 8,14.

3 2 Kronieken 21,8.

4 Amos 1,11-13.