19 september 2017

Terug naar Jakob in Kanaän.

De geschiedenis en de stamboom van Esau, de oudste zoon van Isaak, is afgerond. Hij was de vader van Edom. Voor het volk van Edom werd zelfs voor minstens acht generaties vooruitgekeken in hun toekomstige evolutie. We zetten nu een stap achteruit in de tijd en komen terug naar het moment dat de twee broers een tijdje na het overlijden1 van hun vader Isaak noodgedwongen uit elkaar gingen2 en er twee verschillende volken ontstonden elk met een eigen grondgebied. Esau ging wonen in Edom en Jakob bleef in Kanaän. Genesis 37,1-2: 1 Jakob woonde in Kanaän, waar ook zijn vader als vreemdeling verbleven had.

Esau was vader van Edom geworden en dat kan nog niet gezegd worden van Jakob. Kanaän bleef het land waar de stam van Jakob al van vroegere generaties woonden als vreemdeling te gast. Ze verbleven, "yashab" in het Hebreeuws, wat nederzetten betekent en verband houdt met het opslaan van hun tent zoals nomaden doen op hun tijdelijke verblijfplaats. Hoewel ze ook aan landbouw doen, blijven ze onzeker van hun verblijf als vreemdeling. Israël blijft een afzonderlijk volk maar is nog steeds geen natie met een grondgebied. Het zijn nomaden die zich tijdelijk in de gebieden van andere volken vestigen. Het land Kanaän maakt deel uit van de belofte van de Ene aan Abraham. Maar voor het volk het land zal bezitten, zullen er nog enkele generaties overheen gaan.

Het Hebreeuwse volk dat we stilaan Israëlieten mogen noemen, heeft een andere verhaal dan dat van de omliggende volken. Het is een verhaal dat verbonden is metesau,jakob,acht generaties,na de dood van isaak,opslitsen,vreemdeling,te gast,het beloofde land,israëlieten,verbonden met de ene,god aan de kant van mensen die snakken naar recht,universeel en tijdloze rechtvaardigheid,zelfrealisatie,bezitsdrang staat universeel samenleven in de weg,verhalen met lessen,mens en het bovennatuurlijke een unieke God. Deze God hebben we in de vorige verhalen leren kennen als de God die vooral aan de kant staat van de mensen in ellende die snakken naar rechtmatige mogelijkheden geboden door de schepping. Deze vreemdelingen in de wereld waar ze ook mogen wonen, onderscheiden zich van machthebbers die andere volken onderdrukken. De krachtlijnen van het verbond dat Jahweh aangaat met dat uitverkoren volk zijn gefundeerd op rechtvaardigheid in de breedste zin. Het is een rechtvaardigheid die binnen gemeenschappen en binnen bepaalde tijdsperiodes dient beleefd te worden maar die tegelijk universeel en tijdloos is. Omdat dit indruist tegen de evidente logica van de mens, die zich sterk aangetrokken voelt tot de materie en de zelfrealisatie zelfs ten koste van anderen, moet er ondervonden worden dat dit niet het "goede leven" is. Het streven naar bezit, macht en eer overstijgt echter voor velen de normale drang om te overleven. Het overleven wordt een individuele drang die niet gedeeld wordt met de andere mensen hoewel universeel samenleven meer kansen geeft. Mensen worden echter besneden van hart door hun levenservaringen en deze van hun voorouders. De Schrift bewaart zorgvuldig deze verhalen die we in hun eigenheid moeten begrijpen. Pas als alle elementen in de geërfde veelzijdige verhalen gesitueerd kunnen worden krijgen ze zin. Ze worden zingevend voor het leven van vandaag door de lessen uit het verleden. Ze kunnen ons besnijden van hart en ons inzicht geven dat er een betere weg is, Deze weg en de waarheden van de Bijbel zouden bepalend kunnen zijn voor onze manier van leven, voor het omgaan met alles wat ons gegeven is: de wereld met de natuur en de mensen. De God van de Bijbel is immers een god van leven die aanstuurt op goed leven. Deze levenswijze zorgt voor minder spanning en meer vrede als ze universeel als leidraad gevolgd wordt.

Nu gaat het over Jakob verduidelijkt de schrijver en dit nadat we de geschiedenis van Esau, de oudste zoon van Isaak, aan de hand van de opsomming van de stammen van zijn volk voorgeschoteld kregen. Omdat Jakob de erfgenaam is van het ideeëngoed van het verbond, wordt het verhaal van zijn stam uitgebreid behandeld. De verhalen van het volk van de Ene geven ons meer inzicht in de verhouding van de mensen tot het bovennatuurlijke en dat is de bedoeling van de Schrift.

 

1 Genesis 35,29.

2 Genesis 36,6-7.

06 september 2017

Het nageslacht van Esau zijn de stamhoofden van Edom.

De stamboom van Esau werd heel nauwkeurig uitgewerkt en dit geeft ons zicht op alle kleinzonen en zonen die behoren tot de actieve generatie op het moment dat de stam naar Edom trok. Om het voor iedereen duidelijk te maken want dit is een belangrijk gegeven voor een maatschappij waar stammen en stammenverbonden bepalend zijn voor het samenleven. Genesis 36,15-19: 15 Dit zijn de stamhoofden van de zonen van Esau. De zonen van Elifaz, Esaus eerstgeborene, zijn de stamhoofden Teman, Omar, Sefo, Kenaz, 16 Korach, Gatam en Amalek; deze zonen van Ada zijn de stamhoofden van Elifaz in Edom. 17 Zonen van Esaus zoon Reüel zijn de stamhoofden Nachat, Zerach, Samma en Mizza; deze zonen van Esaus vrouw Basemat zijn de stamhoofden van Reüel in Edom. 18 Zonen van Esaus vrouw Oholibama zijn de stamhoofden Jeüs, Jalam en Korach; dit zijn de stamhoofden van Esaus vrouw Oholibama, dochter van Ana. 19 Dat zijn dus de zonen van Esau of Edom, en dat zijn hun stamhoofden. Verzen 15 en 16 geven ons nog eens de zonen van Elifaz. De aandachtige lezer zal zien dat de naam van Gatam naar achteren schuift en dat er ook een Korach bij Elifaz tussengevoegd wordt. Wat het totaal aan kinderen van Elifaz op zeven brengt. Dit zijn nu stamhoofden in Edom geboren zijn uit de zoon van Esau bij Ada. Op volgorde worden ook de zonen van de tweede zoon van Esau, Reüel, opgenoemd. Dit stemt volledig overeen met vers 13 en ook deze zonen die Reüel, de zoon die Esau had bij Basemat, krijgen de status van stamhoofd. De zonen die Esau had bij Oholibama zijn meteen stamhoofden. Er worden geen kleinkinderen vermeld van Jeüs, Jalam en Korach. Zij zijn de actieve generatie bij het binnentrekken in Edom en bij de verdeling van het land van Seïr. Samen zijn al die zonen en kleinzonen van Esau stamhoofden in Edom.stam en verbond,stamhoofden,reüel,jeüs,jalam,korach,oholibama,esau,edom,ana,gatam,elifaz,kinderen en kleinkinderen,seïr,ruben,bilha

Edom heeft een stammenverbond van veertien stammen. Dat is geen definitieve samenstelling want af en toe zijn er veranderingen in die overeenkomsten. Dit komt door spanningen die ontstaan tussen stammen over grond, bezit, afgunst of eerroof. Als de regels van het samenleven geschonden worden kan loyauteit in vijandschap veranderen. Door hoog oplopende ruzies kunnen gewapende conflicten ook tot gevolg hebben dat sommige stammen uitgemoord worden. Het verhaal van Sichem kan ons als voorbeeld dienen1. Andere stammen smelten samen door huwelijken en veranderen van naam omdat er andere sterke mannen opstaan. Esau is een voorbeeld van het samenvoegen van een aantal familietakken die van buiten de eigen stam komen door zijn huwelijken.

Het tweemaal voorkomen van de naam Korach2 wordt door de Joodse bijbelinterpretatie gebruikt om de stam van Esau in een minder goed daglicht te stellen. Zonder basis in de Bijbeltekst wordt beweerd dat de Korach, de zoon van Elifaz, intiem geweest zou zijn met de jongere Oholibama, de vrouw van Esau. Zo willen ze bevooroordeeld aantonen dat er in het geslacht van Esau familieproblemen waren en dat er incest was. Was dit bedoeld om een tegengewicht te geven aan wat Ruben, de zoon van Jakob, uitrichtte met Bilha3, de dienares van Rachel en bijvrouw van Jakob?

 

1 Genesis 34.

2 Genesis 36, 16 en 18.

3 Genesis 35,22.

30 augustus 2017

Een verklaring voor mensen die de andere logica hanteren zoals Esau.

Net als bij Lot wordt ook een gelijkaardige verklaring gegeven van het uiteengaan van de kinderen van Isaak. Het is in wederzijds akkoord dat ze uit elkaar gaan. Niet in geschil maar om praktische redenen splitsen de wegen van de tweeling. Dit is een andere visie dan deze die in vorige teksten aan bod kwam1. Genesis 35,7-8: 7 Hun bezit was zo groot, dat zij niet bij elkaar konden blijven; het gebied waar ze rondzwierven, kon hen en hun kudden niet onderhouden. 8 Esau, ofwel Edom, vestigde zich in het Seïrgebergte. Geen sprake van afstand van het eerstgeboorterecht of van de zegen van Isaak voor Jakob. Een louter materiële overweging rechtvaardigt het wegtrekken van Esau. Dit zat er aan te komen want verschillende elementen zoals het orakel dat Rebekka droomde, de uiterlijke eigenschappen die de pasgeboren Esau toegeschreven werd en de communicatie in de verhalen over hem.

Kanaän wordt hier ook beschreven als het land waar ze rondzwierven. Het Hebreeuws gebruikt de term “magor” en dit betekent rondtrekken als vreemdelingen. Dit werkwoord is gelijk aan het zelfstandig naamwoord “magor” en dit betekent vrees. Hieruit kunnen we afleiden dat hun verblijf in Kanaän niet zonder problemen is en dat ze rekening moeten houden met de bevolking, die daar een vaste woonplaats heeft. Dit kwam al duidelijker aan bod in het verhaal8 30 a Bijbel 932 a.jpg van Abraham met Lot. Er was onvoldoende plaats voor hen als nomaden want er woonden toen ook Kanaänieten en Perizzieten in het land2. Deze situatie is een paar generaties verder nog niet veel gewijzigd want bij de huwelijk van Esau met vrouwen aan Kanaän is er sprake van nog andere stammen. De Hethieten en de Chiwwieten komen in die teksten dan naar voren als belangrijke bewoners van de streek. De naam Kanaänieten slaat op de bewoners van het land en onder diezelfde noemer zijn er de meer dan tien stammen die bedoeld worden in de Bijbel. Het is niet altijd duidelijk welke van dit tiental stammen3, die er woonden, de schrijver precies bedoelt. Feit is dat Kanaän op het moment dat de erfenis van Isaak openvalt geen bezit van de Hebreeuwen is. Het ene stukje land dat zij tot nu in bezit hebben genomen is de begraafplaats van Makpela, gekocht door Abraham. Dit gegeven kan ook de keuze van Esau bepaald hebben. Esau had zich sterk gemaakt als stam in Kanaän ondermeer door zijn huwelijken met vrouwen uit heersende stammen. Esau heeft ondertussen ondervonden in zijn veroveringstochten dat het Seïrgebergte en de streken eromheen gemakkelijk in te nemen gebieden waren die daar bovenop nog veel mogelijkheden boden. De schaars beschikbare weiden voor rondtrekkende nomaden in Kanaän waren niets vergeleken met wat de natuur bood rond het Seïrgebegte. Esau die ook Edom had als bijnaam ging zich daar vestigen en gaf zijn toenaam aan deze landstreek. Het bezit van dit land bood hem meer zekerheid dan de belofte van de Ene aan Abraham. Esau koos voor een materieel bezit op een zestigtal kilometer gelegen van Hebron boven een verbond over een land en een volk met een goddelijk karakter.

 

1 o.a. Genesis 32, 3 en Genesis 33,14-16.

2 Genesis 13,7b.

3 De oorspronkelijke niet Semitische stammen, de stammen die binnenvielen vanuit het noorden of de afstammelingen van de zoon van Cham, Kanaän, uit Genesis 10,15; 23,3.5.7.10.16.20; 25,10; 27,46; 49,32.