27 januari 2017

Esau te laat voor de zegen.

Het had Isaak goed gesmaakt en hij had zijn belofte in ruil voor de feestmaaltijd esau te laat,hoopvol naar toekomst kijken geeft rust,medelijden van esau,berekendheid van esau,esau ziet een andere toekomst voor ogen,isaak door angst overvallen,hevig schrikken,unieke zegengehouden. Nu kon hij met een hoopvol zicht op de toekomst en met een volle maag rustig achteroverleunen en een dutje doen. Jakob ruimt de schotels met de restjes op en verdwijnt van het toneel. Genesis 27,30-33: 30 Juist toen Isaak over Jakob deze zegen had uitgesproken en Jakob net was weggegaan bij zijn vader Isaak, kwam zijn broer Esau van de jacht terug. 31 Ook hij maakte een smakelijk maal. Toen hij het binnenbracht, zei hij tegen zijn vader: ‘Kom overeind, vader, en eet van het wildbraad van uw zoon; dan zult u de kracht krijgen om mij uw zegen te geven.’ 32 Zijn vader Isaak vroeg: ‘Wie ben je?’ Hij antwoordde: ‘Ik ben uw zoon, uw eerstgeborene, Esau.’ 33 Isaak schrok hevig en riep uit: ‘Maar wie was dan degene die dat andere stuk wild had geschoten en het mij gebracht heeft? Juist voordat jij binnenkwam heb ik daarvan gegeten. Hem heb ik mijn zegen gegeven en die zegen zal hij ook houden.’ Esau had medelijden met zijn vader en in ontzag voor hem was hij op jacht gegaan om hem nog eens voor hij definitief inslaapt, een stukje wild te kunnen klaarmaken. Het werd zo stilaan tijd dat zijn oude vader een stap opzij zette en de leiding van de stam overliet aan een jongere kracht. Dat moment zat er aan te komen want Isaak had Esau beloofd zijn zegen te geven als hij op kracht was gekomen door een lekkere maaltijd. Esau had al enige tijd plannen voor de toekomst en zag een nauwe samenwerking met het nageslacht van Chet in Kanaän als een van de mogelijkheden. Dit zou de nomadenstam van Abraham in korte tijd door huwelijken met de plaatselijke bevolking vaste voet geven in die streek. De streek van Berseba leek hem te bekrompen. Hij zag de wereld en zijn jachtgebied veel ruimer dan deze beperkte vruchtbare vallei. Hij zou een machtige heerser worden. Esau verlangde nu meer dan ooit naar de zegen en toen hij thuis kwam van de jacht, maakte hij een wildschotel zoals zijn vader die graag lustte. Alle ingrediënten stonden in handbereik en de klus was snel geklaard.

Hij bracht het maal naar zijn vader die languit lag te rusten. Hij schudde zijn vader wakker en bood hem het wildgebraad aan. Hij liet niet na ook nog eens te esau te laat,hoopvol naar toekomst kijken geeft rust,medelijden van esau,berekendheid van esau,esau ziet een andere toekomst voor ogen,isaak door angst overvallen,hevig schrikken,unieke zegenherinneren aan de beloofde zegen. Gestoord in zijn slaap vroeg Isaak wat er opeens gebeurde. Esau antwoordt meteen dat hij zijn oudste zoon is. De reden dat hij zijn vader wakker maakt, vertelt hij ook. De wildschotel is klaar omdat Isaak op krachten zou komen om de zegen te kunnen geven. Isaak denkt wellicht dat hij aan het dromen is. Hij heeft nog maar net gegeten. Om de situatie te kunnen inschatten, vraagt hij wie hem net heeft wakker geschud. Ik ben je eerstgeborene, zegt Esau, om heel duidelijk te zijn en om nog eens te herinneren aan de zegen die hij verwachtte.

Isaak verschiet zeer erg en krabbelt recht. De Hebreeuwse term “charad” betekent hevig schrikken, beven en door angst overvallen worden. Terwijl hij zichzelf bevraagt wat er wel kan gebeurd zijn, wordt Esau ingelicht dat er hem iemand voor was met een gebraad. Isaak geeft hem te kennen dat hij de zegen al gegeven heeft. Deze zegen is niet vatbaar voor herhaling. Wie hem heeft gekregen, krijgt onherroepelijk de rechten van de eerstgeborene. Zoals de wetten van Meden en Perzen is daar niets meer aan te wijzigen. Hij zal die zegen houden laat Isaak weten aan Esau.