25 augustus 2017

Diverse goden in de stam van Esau.

Uit de vorige verzen is duidelijk dat Esau minstens twee vrouwen van Kanaän en één dochter van Ismaël had. Net zoals de vrouwen van Jakob vermeld werden met hun zonen gebeurt dat hier ook voor het de vrouwen en de zonen van Esau. De geboorte van de zonen bepalen de volgorde van vermelding van de vrouwen van Esau. Genesis 36,4: 4 Ada schonk Esau Elifaz; Basemat schonk hem Reüel. Elifaz is de eerstgeboren zoon van Esau en Reüel is zijn tweede zoon. Het valt op dat de namen van de twee eerste zonen een verwijzing naar “El” in zich hebben. Elifaz betekent dat mijn Heer zuiver goud is en Reüel is vertaald vriend van God of aanroeper van God. Met deze verwijzingen kunnen we veel kanten uit. We hebben echter ondervonden dat de godsnaam “El” meestal gebruikt werd als niet eenduidig de god van de Hebreeuwen bedoeld werd. El of Elohiem, die zelfs een meervoudsvorm kan zijn, staan eerder als algemeen begrip bij communicatie tussen twee verschillende stammen met een andere denken over het bovennatuurlijke. Elke stam had immers zijn eigen godheid. Anderzijds merken we dat Elohim Abraham beloofd had vader te worden van vele volken1. Dit na de persoonlijke belofte van Jahweh aan Abraham in Genesis 12,1-3. De belofte van Elohim zorgt ervoor dat Israël bij hun terugkeer uit Egypte de Edomieten, een8 25 a  Bijbel 934 b0002.jpg broedervolk, niet zouden aanvallen. Daarom is het belangrijk dat de stamboom van Esau volledig uitgewerkt wordt om klaarheid te geven welke stammen en families tot dat broedervolk behoorden. Dit naast het feit dat door die stamboom de vervulling van de belofte van Elohim wordt bewezen. De namen van de eerste twee zonen van Esau, waarvan we weten dat hij de stamvader is van een ander volk dan dat van Israël, kunnen dus verwijzen naar de godheid of de goden die aanbeden worden door bewoners van Kanaän en door de stam van Ismaël. Dit waren echter niet de bovennatuurlijke wegwijzers voor de Hebreeuwen.

De vertaling van de naam Elifaz, dat de Heer zuiver goud is, zouden we vandaag kunnen verklaren met de bezitsdrang van Esau. Toen werd goud echter nog niet als tegenwaarde van bezit gehanteerd. Daarbij verwijst een eigennaam naar de eigenschap van een persoon en niet naar deze van zijn vader. We zouden eerder kunnen aanvaarden dat Elifaz de taak toebedeeld was van de oudste zoon die het ideeëngoed van de stamgod of goden van de Hethieten moest uitdragen. Ook de naam van de tweede zoon van Esau, Reüel, aanbidder of vriend van God, wijst in die richting. Dus ook de godheden van de stam met Egyptische achtergrond werden zodoende bij de erfgenamen van Esau aanbeden. Deze goden van Kanaän werden echter samen met de vrouwen uit Kanaän gemeden in de navolgers van Abraham. Daarom stuurde Abraham zijn knecht uit om een vrouw te zoeken voor Isaak2 en stuurde Isaak zijn zoon Jakob ook naar Haran3. Vroeger werd ook de Egyptische slavin Hagar samen met haar zoon weggestuurd omdat ook deze denkrichting niet te verenigen was met deze van de stam van Abraham.

 

1 Genesis 17,5-7.

2 Genesis 24,2-4.

3 Genesis 28,1-2.

21 augustus 2017

Een nieuwe natie met een eigen aartsvader.

Dat het gaat om verschillende volken weerklonk al in het orakel van Rebekka. Genesis 25,23: 23 En Jahwe sprak tot haar: `Twee volken zijn het, die u draagt; twee naties die uiteengaan reeds in uw schoot. Een van de twee zal machtiger zijn: de oudste dient de jongste. Deze voorspelde scheiding van de tweeling wordt na de dood van Isaak inderdaad beschreven als een aardrijkskundige realiteit voor de twee stammen. Israël en Edom zijn twee naties. Een bijkomend diepgaand verschil typeert Israël dat nog steeds het beloofde land is, waar Edom het veroverde land is. Ook de zegen van Isaak, van wie we net afscheid hebben genomen, was duidelijk. Genesis 27,39: 39 Daarop nam zijn vader Isaak het woord en zei: `Ver van de vruchtbare grond zul je wonen, ver van de dauw uit de hemel van boven. 40 Van je zwaard zul je leven, en je broers zul je dienen. Maar als je je losrukt, schudt je zijn juk van je nek!' De hemelse dauw die het beloofde land een vruchtbaar land maakt om goed in te leven zal Esau missen. Als hij vertrek uit dat land met hemelse dauw, zal hij als autonome stam, meer zelfs, als autonoom volk kunnen leven. Hij zal zijn broeders niet meer moeten dienen zoals hij Jakob ten dienste stond om hem te beschermen toen hij Kanaän binnenkwam met zijn hele familie en al zijn bezittingen, die hij verworven had in Haran. Van de zorg voor de rest van zijn familie wordt hij ontslagen als hij wegtrekt uit zijn familie. De loyauteit die gebruikelijk was binnen de families van een stam en binnen het verbond van de stammen waarmee men samenleefde werd opgeheven als hij natie,aartsvader,stichter,aardrijkskundige realiteit,twee stammen,veroverd land,beloofde land,esau,isaak,edom,autonome stam,welvaart,materieel goed leven,jahweh is trouw,israël moet leven als besnedene,solidariteit,geen arrogantieergens anders ging wonen. Ook van de Ene krijgt alle kansen die de schepping hem bieden om een materieel goed leven te leiden ongeacht of hij het verbond dat Abraham sloot met Jahweh aanvaardt of niet. Jahweh is onvoorwaardelijk trouw of men hem aanvaard als de Ene of niet. Ook Ismaël mocht dit ervaren1 omwille van de stamvader van vele volken, Abraham. Esau werd zo de voorvader van de natie Edom en van alle stammen die er in de volgende generaties nog zullen komen in dat land.

Israël moet alles nog waar maken om tot een beloofd land te behoren waar men goed leeft als besnedenen van hart. De weg van het volk van de Ene kent immers niet het bezit als oriëntatie maar de rechtvaardigheid en de duurzaamheid.

Deze twee zeer uiteenlopende levensvisies worden in veel verhalen tegenover elkaar gezet. Met een realistische mensenkennis worden de verhalen geschetst over de bezitters, die ten koste van veel vasthouden aan hun bezit. Dit leidt telkens naar conflicten die in de Bijbel zelfs beschreven worden als natuurcatastrofen. De zondvloed en Sodom zijn daarvan de meest voor de hand liggende voorbeelden in Genesis. De verhalen over een zondvloed werden verteld in vele culturen en kregen in de Bijbel een verklaring. De reden van de zondvloed was de ongelijkheid op aarde. Er waren reuzen, de befaamde geweldenaars van de oude tijd die de gewone mensen onderdrukten. Tegelijk wordt in dit verhaal afgerekend met de vele mythologische verhalen die gebruikt werden door de leiders om hun macht met bovennatuurlijke krachten te onderbouwen. Zij kregen als zonen van de goden alle macht over leven en dood in handen. Dit moest ophouden en daarom werd ook hun leven beperkt. Ook gemeenschappen waren zo arrogant en verblind door hun rijkdom geworden dat zij elke solidariteit weigerden. Dergelijke samenlevingen zijn niet houdbaar. Daarom werd Sodom, zoals in de verhalen van de volken verteld werd, als teken snel vernietigd door een tragische catastrofe.

 

1 Genesis 21,13.

18 augustus 2017

Leven bepaald door namen en stambomen.

Er wordt veel aandacht besteed aan de geslachtslijsten van de Hebreeuwen. Zelfs de afstammelingen van de zonen die buiten het verbond vallen, krijgen plaats in de Bijbel met hun stamboom. Ook na de dood van Abraham kreeg Ismaël, om zijn actieve rol in de Bijbelverhalen af te sluiten, zijn stamboom1. Daarmee kregen we een verklaring van de volken uit het nageslacht van Abraham die zich vestigden 8 18 a Bijbel 962 a0002.jpgin het Arabisch schiereiland. Dit is te vergelijken met deze afsluiting van de geschiedenis van Esau, die nog even verscheen in de tekst van het vorige hoofdstuk om zijn vader Isaak te begraven.

Nog net voor de begrafenis van Isaak werden de zonen van Jakob opgesomd per vrouw2. Dit was geen stamboom maar gewoon een lijst van zijn twaalf zonen per vrouw. Bij het nageslacht van Esau gaat de schrijver verder in deze familietak en begint hij daarom met de standaardinleiding in de Bijbel als het gaat over een stamboom. Dit zijn de, “toledoth”, nakomelingen. Genesis 36,1: 1 Dit zijn de nakomelingen van Esau, ook Edom geheten. Nu volgt de stamboom van Esau, die ook zal beginnen met de opsomming van de zonen per vrouw maar die verder reikt over verschillende generaties. Daarmee wordt een verklaring gegeven van de volksstammen die hun oorsprong vonden in Kanaän en zich vermenigvuldigden in Edom. Het waren de kleinkinderen van Esau die zelf geboren was uit Isaak. Het waren dus allemaal nazaten van Abraham die opnieuw bevestigd wordt als vader van vele volken3. Deze stamboom ligt in de verklarende lijn van alle stammen die op dat moment gekend waren en die opgetekend werden in Genesis4. Ook de volken die in Edom woonden en die zich later vermengden met de het geslacht Esau krijgen hun plaats als oorspronkelijke bewoners van de regio van het Seïrgebegte.

Deze stambomen lijken voor ons niet belangrijk maar voor de mensen van toen waren ze levensnoodzakelijk omdat ze duidelijkheid verschaften tot welke stam men behoorde. Dit was van betekenis omdat stammen verbonden afsloten die het leven van elke familie bepaalden. Er heerste in die verbonden een loyauteit tussen de stammen en tegelijk werden ook afspraken gemaakt tussen de stammen om hun samenleven te regelen. Het was dus heel belangrijk voor het individu te weten tot welke familie je behoorde. Overleven als enkeling was in deze tijden en omstandigheden bijna onmogelijk. Deze familierelaties werden daarom duidelijk gemaakt in stambomen. Deze stambomen verwezen ook naar gemeenschappelijke voorouders. Ook was het verhaal over die mythische voorouders betekenisvol. Ze vertelden over de eigenschappen van deze voorouders. Deze kenmerken werden later precies als erfelijke eigenschappen weerspiegeld in het gedrag van de stam zelf5. Vaak werd ook de woonplaats van de stammen gedistilleerd uit of meegegeven in het verhaal van de voorouder. Voor Esau werd dit al aangegeven bij zijn geboorte. Zijn kleur was “admoni” en hij was ruw behaard, “sear”. In deze Hebreeuwse eigenschappen zitten Edom en Seïr reeds verwerkt.

 

1 Genesis 25,12-18.

2 Genesis35,22b-26.

3 Genesis 17,4.

4 Genesis 2,4; 5,1; 6,9; 10,1; 11,10 en 27; 25,12 en 19; en nu 36,1 …

5 Ezechiël 25,12; Obadja 1.