06 september 2017

Het nageslacht van Esau zijn de stamhoofden van Edom.

De stamboom van Esau werd heel nauwkeurig uitgewerkt en dit geeft ons zicht op alle kleinzonen en zonen die behoren tot de actieve generatie op het moment dat de stam naar Edom trok. Om het voor iedereen duidelijk te maken want dit is een belangrijk gegeven voor een maatschappij waar stammen en stammenverbonden bepalend zijn voor het samenleven. Genesis 36,15-19: 15 Dit zijn de stamhoofden van de zonen van Esau. De zonen van Elifaz, Esaus eerstgeborene, zijn de stamhoofden Teman, Omar, Sefo, Kenaz, 16 Korach, Gatam en Amalek; deze zonen van Ada zijn de stamhoofden van Elifaz in Edom. 17 Zonen van Esaus zoon Reüel zijn de stamhoofden Nachat, Zerach, Samma en Mizza; deze zonen van Esaus vrouw Basemat zijn de stamhoofden van Reüel in Edom. 18 Zonen van Esaus vrouw Oholibama zijn de stamhoofden Jeüs, Jalam en Korach; dit zijn de stamhoofden van Esaus vrouw Oholibama, dochter van Ana. 19 Dat zijn dus de zonen van Esau of Edom, en dat zijn hun stamhoofden. Verzen 15 en 16 geven ons nog eens de zonen van Elifaz. De aandachtige lezer zal zien dat de naam van Gatam naar achteren schuift en dat er ook een Korach bij Elifaz tussengevoegd wordt. Wat het totaal aan kinderen van Elifaz op zeven brengt. Dit zijn nu stamhoofden in Edom geboren zijn uit de zoon van Esau bij Ada. Op volgorde worden ook de zonen van de tweede zoon van Esau, Reüel, opgenoemd. Dit stemt volledig overeen met vers 13 en ook deze zonen die Reüel, de zoon die Esau had bij Basemat, krijgen de status van stamhoofd. De zonen die Esau had bij Oholibama zijn meteen stamhoofden. Er worden geen kleinkinderen vermeld van Jeüs, Jalam en Korach. Zij zijn de actieve generatie bij het binnentrekken in Edom en bij de verdeling van het land van Seïr. Samen zijn al die zonen en kleinzonen van Esau stamhoofden in Edom.stam en verbond,stamhoofden,reüel,jeüs,jalam,korach,oholibama,esau,edom,ana,gatam,elifaz,kinderen en kleinkinderen,seïr,ruben,bilha

Edom heeft een stammenverbond van veertien stammen. Dat is geen definitieve samenstelling want af en toe zijn er veranderingen in die overeenkomsten. Dit komt door spanningen die ontstaan tussen stammen over grond, bezit, afgunst of eerroof. Als de regels van het samenleven geschonden worden kan loyauteit in vijandschap veranderen. Door hoog oplopende ruzies kunnen gewapende conflicten ook tot gevolg hebben dat sommige stammen uitgemoord worden. Het verhaal van Sichem kan ons als voorbeeld dienen1. Andere stammen smelten samen door huwelijken en veranderen van naam omdat er andere sterke mannen opstaan. Esau is een voorbeeld van het samenvoegen van een aantal familietakken die van buiten de eigen stam komen door zijn huwelijken.

Het tweemaal voorkomen van de naam Korach2 wordt door de Joodse bijbelinterpretatie gebruikt om de stam van Esau in een minder goed daglicht te stellen. Zonder basis in de Bijbeltekst wordt beweerd dat de Korach, de zoon van Elifaz, intiem geweest zou zijn met de jongere Oholibama, de vrouw van Esau. Zo willen ze bevooroordeeld aantonen dat er in het geslacht van Esau familieproblemen waren en dat er incest was. Was dit bedoeld om een tegengewicht te geven aan wat Ruben, de zoon van Jakob, uitrichtte met Bilha3, de dienares van Rachel en bijvrouw van Jakob?

 

1 Genesis 34.

2 Genesis 36, 16 en 18.

3 Genesis 35,22.

28 augustus 2017

Esau en Jakob wonen in Kanaän maar niet bij hun vader Isaak.

De belofte van Elohim van een groot nageslacht over alle volken heen wordt ook in het huwelijk van Esau met Oholibama voorgezet. Genesis 36,5: en Oholibama schonk hem Jeüs, Jalam en Korach. Dat zijn de zonen van Esau, die in Kanaän geboren werden. Als derde en laatste vrouw van Esau in de lijst van het nageslacht schenkt Oholibama hem drie zonen. Hun namen zijn Jeüs, Jalam en Korach vertaald uit het Hebreeuws raadgever of de Heer komt te hulp, hij die verborgen is en de kale. De verklaring van Jeüs zou kunnen wijzen in de richting dat haar vruchtbaarheid te danken is aan de Heer. De schoot van Oholibama wordt geopend door de Heer en zo geeft ze de meeste zonen aan Edom. Dit maakt Esau een belangrijke voorvader. Anderzijds kan de naam van Korach, de kale, ook in verband staan met de berg, Chalaq wat in verband staat met effen kaal, die naast de Seïr ligt en die weinig vegetatie heeft. De verborgene kan ook wijzen op het bewonen van grotten, die in het kalkgebergte van de Seïr te vinden waren. Zodoende is het wellicht mogelijk dat de namen van de afstammelingen meer te maken hebben met de streek waar ze gaan wonen.

Esau heeft dus vijf zonen die allen geboren zijn in Kanaän. Het geslacht van Jakob is dan veel groter met zijn twaalf zonen waarvan gezegd wordt dat ze geboren zijn in Haran. Hoewel Benjamin daar een uitzondering op vormt. Mogelijks wordt hier de uitdrukking “geboren worden” gelijkgesteld met het onder de invloed staan van de cultuur van Mesopotamië. Dan zouden de zonen van Esau onder de invloed gestaan hebben van de cultuur van Kanaän en deze was verachtelijk in de ogen van het geslacht van Israël dat erfgenaam was van het verbond van Abraham met de Ene.

8 28 a Bijbel 970 a0002.jpgDat dit de zonen van Esau in Kanaän zijn laat ons begrijpen dat Esau lange tijd in Kanaän verbleef toen zijn broer Jakob weggetrokken was naar Paddan-Haram. Dat neemt niet weg dat Esau regelmatig wegtrok naar Edom om daar te jagen en er de bewoners te onderwerpen. Hij was aangetrokken door die streken rond en in het Seïrgebergte omdat daar veel wild, groen en bossen waren en omdat de bevolking niet erg ontwikkeld was. Ze beschikten niet over een doeltreffende afweer tegen de manschappen van Esau en werden onderworpen aan de machtige Esau. Met zijn manschappen had hij controle over heel streek en dat weten we doordat hij bescherming aanbood aan Jakob toen hij Kanaän binnenkwam. Het is echter wel te betwijfelen dat de thuisbasis van Esau Hebron zou geweest zijn. Bij zijn ouders bestond een zekere afkeer voor zijn verbintenissen met het volk van Kanaän. Deze spanning tussen de twee stammen vond zijn oorsprong in het verhaal van Noach die zijn zoon Cham de laan uitstuurde. Cham had immers weinig respect voor zijn vader, Noach, en dreef de spot met zijn zatte vader, die naakt op de grond lag na zijn eerste overdaad aan zijn lekkere zelfgemaakte wijn1. Cham was de vader van Kanaän die op zijn beurt stamvader was van de bewoners van Kanaän. In de tijd dat Rebekka leefde had ze Isaak nog eens op het hart gedrukt dat het geen leven was samen met die Hettitische vrouwen uit Kanaän2. Anderzijds kon Isaak het wel goed stellen met zijn oudste zoon3. Hij was fier op Esau omdat hij zo ondernemend was en omdat hij successen boekte in de jacht. Zelf was Isaak niet erg ondernemend en hij zag in Esau wellicht de man die hij nooit zelf is kunnen zijn. Nu Rebekka overleden was en zelfs haar voedster, Debora, stierf nadat ze overgelopen was naar de stam van Jakob, was er niemand die opkwam voor Jakob. Daarom is het niet uitgesloten dat Esau meer contact had met zijn vader en hem af en toe eens verwende met een bezoekje en een lekker stuk wildvees. Ook over vermoedelijke bezoeken van Jakob aan zijn vader Isaak wordt niets verteld in de verhalen. Het zou verbazingwekkend zijn dat Jakob nu hij eerst in Sichem en later ten zuiden van Bethlehem woonde zijn vader nooit zou bezocht hebben. Het is zeker ook niet uitgesloten dat de broers contact hadden met elkaar bij hun vader en dat het niet alleen het moment dat hun vader begraven werd dat ze elkaar voor het eerst terugzagen. Allen samen gaan wonen in Hebron, Kirjat-Arba, met hun steeds groter wordende families was geen goede keuze. Daarom verbleef Jakob met zijn stam ten zuiden van Efrata nabij Bethlehem iets voorbij Migdal-eder en woonde Esau zonder twijfel in Berseba in het zuiden van Israël met zijn twee vrouwen uit Kanaän en met de dochter van Ismaël. Berseba ligt trouwens ook dichter bij Edom en bij de woonplaats van de derde vrouw van Esau, de dochter van Ismaël.

 

1 Genesis 9,18-25.

2 Genesis 27,46.

3 Genesis 25,28.

10 oktober 2011

Psalmen Inleiding 2

psalmen,psalm,eredienst in de tempel,persoonlijke ervaringrustige periode,alexander de grote,Maleachi,asaf,salomo,david,korach,babylonische ballingschap,bundeling van gebeden,mozes,halleluja,amen,Veel psalmen horen thuis bij de eredienst in de tempel van Jeruzalem zowel deze van Salomo als de tweede tempel. Van veel psalmen kunnen we zeggen dat ze ontspruiten uit persoonlijke ervaringen en omstandigheden van de schrijver. Het is heel moeilijk om vast te stellen wanneer de psalmen geschreven zijn. We kunnen schatten dat de bloeitijd van de psalmen zowat halverwege de rustige periode een honderd jaar voor Alexander de Grote en een honderd jaar na de laatste profeet Maleachi kan gelegen hebben. De volgorde zegt niets over de periode waarin ze ontstaan zijn. Je zou kunnen denken dat je uit de namen die boven de gedichten staan kunt afleiden hoe oud ze zijn. Maar wie heeft die namen er boven gezet, wanneer is dat gebeurd en werd er niemand bevoordeeld in het toeschrijven van bepaalde psalmen? De aanduiding bij sommige (3-9, 11-32) psalmen dat ze door David geschreven zijn wijzen naar gebeurtenissen uit Davids leven zoals we lezen in het boek 2 Samuel 1,17-27 en 1 Kronieken 16,7-36. De oudste psalmen zijn waarschijnlijk ergens tussen 1000 en 586 v. Chr. geschreven en werden gebruikt in de tempel van Salomo. Andere auteurs zouden Mozes, Asaf (50, 73-83)  en Ezra na de Babylonische ballingschap uit de tijd van de tweede tempel (na 515 v.Chr.) geweest kunnen zijn. Nog enkele andere auteurs worden genoemd zoals de zonen van Korach, die er 11psalmen,psalm,eredienst in de tempel,persoonlijke ervaringrustige periode,alexander de grote,Maleachi,asaf,salomo,david,korach,babylonische ballingschap,bundeling van gebeden,mozes,halleluja,amen, componeerden, waarvan een psalm aan Heman toegeschreven wordt). Ook wordt ene Ethan met 1 psalm vermeld. We weten wel dat de familie Korach genoemd wordt als zanger van psalm 42, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 84, 85, 87, en 88.
Het boek als bundeling ligt nog dichter bij onze jaartelling (200-150 v. Chr.).
De Hebreeën verdelen dit psalmenboek in vijf delen. Het eerste deel loopt tot en met psalm 41 dat eindigt met een “amen ja amen”. Dit eerste deel zou psalmen bevatten die voornamelijk toegeschreven zijn aan David.
Het tweede deel eindigt ook met dat amen in de psalm 72 net als het derde deel in psalm 89. Bij deze 31 psalmen van het tweede deel zouden er 18 van David zijn. Salomo krijgt er ook eentje toegewezen en de rest komt van onbekende auteurs. Het derde deel bevat maar 17 psalmen. Het vierde deel met zijn 17 psalmen, waarvan de eerste psalm (90) aan Mozes toegeschreven wordt, heeft amen Halleluja tot eind in psalm 106 en het laatste en vijfde deel eindigt met psalm 150 ook met een halleluja net als de vijf laatste psalmen.

 

1 De Septuagint was immers de Griekse vertaling van de Hebreeuwse boeken. In de Vulgata, de Latijnse vertaling van de Septuagint, zijn de psalmen 10 en 11 samengevoegd, waardoor de indeling van de psalmen afwijkt. Toch blijft het totaal 150 psalmen,doordat psalm 147 in tweeën gedeeld wordt. Vandaar dat soms de nummering verschilt in verschillende vertalingen. Nu wordt deze van de Hebreeuwse Bijbel toegepast maar door dat de opschriften meegaan in de verzentelling zit daar soms wat verschil op.