12 september 2017

Seïr kan groeien door de kennis Israël.

Nu komt Ana, de vierde van de zeven zonen van Seïr, een broer van Sibon, aan bod. In het lijstje van zijn zonen duikt verrassend de naam van een dochter op. Genesis 36,25-28: 25 Zonen van Ana zijn Dison en Oholibama, eigenlijk Ana's dochter. 26 Zonen van Dison zijn Chemdan, Esban, Jitran en Keran. 27 Zonen van Eser zijn Bilhan, Zaawan en Akan. 28 Zonen van Disan zijn Us en Aran. De naam Dison een zoon van Ana verwijst naar antilope. Deze naam werd al gebruikt in vers 21 voor de broer van Ana. Dit is opnieuw een dierennaam uit de omgeving van de Chorieten, die gebruikt wordt als naam voor een persoon. Dan wordt Oholibama genoemd als tweede zoon van Ana. Dit is dezelfde naam als de derde vrouw van Esau die uitgelegd werd als "mijn hoge tent" Wat er ook zou kunnen op wijzen dat zij woonde in het gebergte. Hier meer bepaald het Seïrgebergte. De gelijkenis met de naam merkt de schrijver wellicht ook op en hij verbetert door er op te wijzen dat het eigenlijk een dochter is. We hebben al gemerkt dat belangrijke vrouwen ook een plaats krijgen in de geslachtlijsten van de Bijbel1. Oholibama is inderdaad de vrouw van Esau en is belangrijk in de zin dat ze de schakel vormt tussen de Chorieten en de stam van Esau die nu de gezamenlijke naam van Edomieten zullen krijgen. De naam van de vader van Oholibama is Ana en dit betekent een antwoord geven, getuigen of aankondigen. In de eerste plaats betekent het een gegeven antwoord op een gebed in de zin dat Ana een antwoord geeft op de belofte aan Abraham als vader van vele volken. Hij levert immers een dochter aan Esau. Daardoor zal dus een nieuw volk ontstaan. In die zin kan ook aankondigen begrepen. Er wordt een ana,dison,oholibama,chemdan,esban,us,aran,antilope,seïrgebergte,huwelijk buiten de stam,jitran,keran,verstandig,overvloed,harp,bilhan,zaawan,akan,onrust,droefenis,wilde geit,jagersvolk,stammenverbond edomnieuw volk aangekondigd.

Nu is Dison, de antiloop, de vijfde zoon van Seïr uit vers 21 aan de beurt. Die Dison een oom van de broer van Oholibama, die ook Dison noemt, heeft vier zonen Chemdan, Esban, Jitran en Keran. Chemdan wordt ook Hemdan of Amram maar ook Chamram2 genoemd. Zijn naam zit in de sfeer van het opgewonden zijn, het gisten en het rood aanlopen. De naam wordt wel eens in verband gebracht met het smeden van metaal maar betekent ook aangenaam. Esban kan dan weer doorgaan als verstandig. Jitran staat voor overvloed en Keran voor harp. Opmerkelijk komen er hier enkel positieve kenmerken aan bod voor deze familietak. Dit zijn zonen waarmee kan samengeleefd worden, een familie die waardevol is in een stammenverband.

De zonen van Eser, de zesde van de zeven zonen van Seïr, zijn Bilhan, Zaawan en Akan. Ook de laatse zoon krijgt op een andere plaats3 in de Bijbel de licht afwijkende naam van Jaakan. De oudste Bilhan is bescheiden van het Hebreeuwse "bahal" trillen van schrik betekent. Zaawan is de onrustige terwijl de naaminhoud van Jakan ellende en droefenis uitstraalt. We zouden kunnen denken dat deze familietak gedomineerd werd dor de andere families.

De laatste en zevende zoon van Seïr, Disan, heeft twee zonen. Us of Uz betekent raadplegen of advies vragen. Deze naam verwijst ook naar een afkomst uit Aram4. De tweede zoon is Aran en betekent wilde geit of kracht. Afgeleid van het werkwoord "ranan" zou het ook schreeuwer kunnen beteken. De betekenissen van de namen zijn ook niet steeds eenduidig wat soms een waardevolle beoordeling in de weg kan staan. Maar algemeen genomen hebben we gemerkt dat veel namen verwijzen naar dieren en dat verklapt veel over de geaardheid van de Chorieten en over hun leefwereld. De meerderheid van de namen wijzen naar wilde dieren en daarom kunnen we besluiten dat dit een volk van jagers was. Ze waren geen herders en ook geen landbouwers en daarom weten we dat hun rondtrekken als jagers of plukkers nood had aan inlichtingen van de ervaren ouderen voor het doorgeven van hun kennis aan de jongeren. Ook Esau was een jager maar hij kwam uit een stam die landbouw en veeteelt kende en die dus omwille van de interne regelingen wel over vaste regels moesten beschikken. De meerwaarde van de stam van Esau doet ons realiseren dat een samensmelting met de Chorieten de aanleiding was tot een nieuwe samenleving met een grotere spanwijdte. De afzonderlijke stammen van de Chorieten vielen nu onder het stammenverbond van de Edomieten.

 

1 Genesis 22,20-23.

2 1 Kronieken 1,41.

3 1 Kronieken 1,42.

4 Genesis 10,23.

05 september 2017

Dit zijn kleinzonen en zonen van Esau.

Het blijft bij tien kleinzonen die een vermelding krijgen in de stamboom van Esau. Bij de zonen van Oholibama worden geen kleinzonen vermeld. Genesis 36,14: 14 Zonen van Esaus vrouw Oholibama, de dochter van Ana, de zoon van Sibon, zijn Jeüs, Jalam en Korach. Deze tak van de stamboom is de jongste en we mogen vermoeden dat de kleinkinderen die hij heeft van zijn oudste zonen nagenoeg even oud zijn als de kinderen die Esau heeft bij zijn latere huwelijk met Oholibama terwijl hij zijn intrek neemt in de streken van het Seïrgebergte. Toch gaan we ook hier een generatie verder in de afstamming maar dan in omgekeerde richting. De grootvader van Oholibama, Sibon, is een terugblik naar het verleden en brengt een nieuw perspectief in de stamboom. De vertaling van deze naam is "hyena". In het eerste vers van dit hoofdstuk werd al verteld dat Sibon een Chiwwiet was. Net als de Chiwwieten van Sichem had de stam van Sibon in hun beweging naar het zuiden ook gebied veroverd. Het is mogelijk dat deze Chiwwitische stam via de woestijn richting Seïr trok. Esau nam deze stam die ondertussen in de bergen woonde door zijn huwelijk met Oholibama op in zijn clan. Abraham werd het land beloofd door Jahweh waar onder andere ook de Chiwwieten woonden1. Het ging daar over de Chiwwieten die in Kanaän woonden. De Chiwwieten, die elders woonden, vielen niet onder deze belofte. De Chiwwieten die in Edom woonden werden door het huwelijk met Oholibama symbolisch opgenomen in het volk van Edom. Esau had nog geen contact met de Chiwwieten toen zijn moeder Rebekka nog leefde. Hij huwde toen met Hettitische vrouwen2 staat er te lezen. In het begin van dit hoofdstuk staat dat Esau huwde met Kananitische vrouwen. De opsomming daarna doet ons onterecht vermoeden dat ook Oholibama daartoe behoorde. Dit huwelijk is echter zeker na de uitspraak van Rebekka gekomen en zelfs na het kleinzonen van esau,oholibama,ana,sibon,seïrgebergte,hyena,chiwwiiet,opnemen in het volk van edom,hettitische vrouw,berseba,veroveringen van esauhuwelijk met Machalat, die later de naam Basemat kreeg. Dat de kinderen van de vrouwen van Esau in Kanaän geboren werden bewijst niet dat hij die vrouwen ook in Kanaän zou gevonden hebben. Het is alvast zeker dat hij Basemat een dochter van Ismaël niet in Kanaän gezocht had. Dit zal evengoed gelden voor Oholibama. Het zou ons niet verbazen dat vrouwen van Esau samen met zijn stamgenoten in het veilige Berseba woonden en dat ze daar in het zuiden van Kanaän ook bevallen zijn van hun kinderen. Voor de kinderen van Oholibama is dit niet zeker. Esau zelf trok rond met zijn manschappen op jacht en veroverde ondertussen gebieden in en rond het Seïrgebergte. Voor de dood van Isaak was Berseba de thuisbasis van de clan van Esau. Daar nam zijn nageslacht uitbreiding over een periode van meer dan twintig jaar. Dit kan ook het leeftijdsverschil zijn tussen zijn kinderen. Zijn oudste zonen kunnen dus gemakkelijk een generatie verschillen met zijn jongste zonen die hij bij Oholibama verwekte. Hij heeft dus kleinkinderen die even oud zijn als de zonen van Oholibama. Nu hij weggetrokken is uit Kanaän en in Edom gaat wonen met zijn hele stam, is de tijd aangebroken om iedere stam te omschrijven, bij naam te noemen en een plaats te geven in het nieuwe land.

 

1 Genesis 15,18-20. Zie voetnoot 3 na bijdrage: Een verklaring voor mensen die de andere logica hanteren zoals Esau.

2 Genesis 26,34.

30 augustus 2017

Een verklaring voor mensen die de andere logica hanteren zoals Esau.

Net als bij Lot wordt ook een gelijkaardige verklaring gegeven van het uiteengaan van de kinderen van Isaak. Het is in wederzijds akkoord dat ze uit elkaar gaan. Niet in geschil maar om praktische redenen splitsen de wegen van de tweeling. Dit is een andere visie dan deze die in vorige teksten aan bod kwam1. Genesis 35,7-8: 7 Hun bezit was zo groot, dat zij niet bij elkaar konden blijven; het gebied waar ze rondzwierven, kon hen en hun kudden niet onderhouden. 8 Esau, ofwel Edom, vestigde zich in het Seïrgebergte. Geen sprake van afstand van het eerstgeboorterecht of van de zegen van Isaak voor Jakob. Een louter materiële overweging rechtvaardigt het wegtrekken van Esau. Dit zat er aan te komen want verschillende elementen zoals het orakel dat Rebekka droomde, de uiterlijke eigenschappen die de pasgeboren Esau toegeschreven werd en de communicatie in de verhalen over hem.

Kanaän wordt hier ook beschreven als het land waar ze rondzwierven. Het Hebreeuws gebruikt de term “magor” en dit betekent rondtrekken als vreemdelingen. Dit werkwoord is gelijk aan het zelfstandig naamwoord “magor” en dit betekent vrees. Hieruit kunnen we afleiden dat hun verblijf in Kanaän niet zonder problemen is en dat ze rekening moeten houden met de bevolking, die daar een vaste woonplaats heeft. Dit kwam al duidelijker aan bod in het verhaal8 30 a Bijbel 932 a.jpg van Abraham met Lot. Er was onvoldoende plaats voor hen als nomaden want er woonden toen ook Kanaänieten en Perizzieten in het land2. Deze situatie is een paar generaties verder nog niet veel gewijzigd want bij de huwelijk van Esau met vrouwen aan Kanaän is er sprake van nog andere stammen. De Hethieten en de Chiwwieten komen in die teksten dan naar voren als belangrijke bewoners van de streek. De naam Kanaänieten slaat op de bewoners van het land en onder diezelfde noemer zijn er de meer dan tien stammen die bedoeld worden in de Bijbel. Het is niet altijd duidelijk welke van dit tiental stammen3, die er woonden, de schrijver precies bedoelt. Feit is dat Kanaän op het moment dat de erfenis van Isaak openvalt geen bezit van de Hebreeuwen is. Het ene stukje land dat zij tot nu in bezit hebben genomen is de begraafplaats van Makpela, gekocht door Abraham. Dit gegeven kan ook de keuze van Esau bepaald hebben. Esau had zich sterk gemaakt als stam in Kanaän ondermeer door zijn huwelijken met vrouwen uit heersende stammen. Esau heeft ondertussen ondervonden in zijn veroveringstochten dat het Seïrgebergte en de streken eromheen gemakkelijk in te nemen gebieden waren die daar bovenop nog veel mogelijkheden boden. De schaars beschikbare weiden voor rondtrekkende nomaden in Kanaän waren niets vergeleken met wat de natuur bood rond het Seïrgebegte. Esau die ook Edom had als bijnaam ging zich daar vestigen en gaf zijn toenaam aan deze landstreek. Het bezit van dit land bood hem meer zekerheid dan de belofte van de Ene aan Abraham. Esau koos voor een materieel bezit op een zestigtal kilometer gelegen van Hebron boven een verbond over een land en een volk met een goddelijk karakter.

 

1 o.a. Genesis 32, 3 en Genesis 33,14-16.

2 Genesis 13,7b.

3 De oorspronkelijke niet Semitische stammen, de stammen die binnenvielen vanuit het noorden of de afstammelingen van de zoon van Cham, Kanaän, uit Genesis 10,15; 23,3.5.7.10.16.20; 25,10; 27,46; 49,32.