18 september 2017

De stamhoofden van Edom die de leiding namen na de dood van koning Hadad.

De jaren vliegen voorbij en namen van de leiders in Edom veranderen per generatie. De hertogen, nu elf in getal, kiezen geen koning meer en nemen nu zelf elk afzonderlijk het leiderschap zal waar over de stammen van de Edomieten. Genesis 36,40-44: 40 Dit zijn de namen van Esaus stamhoofden, gerangschikt naar geslacht, woonplaats en naam: Timna, Alwa, Jetet, 41 Oholibama, Ela, Pinon, 42 Kenaz, Teman, Mibsar, 43 Magdiël en Iram. Dat zijn de stamhoofden van Edom met de woonplaatsen die ze in het land bezetten. Tot zover de stam van Esau, de vader van de Edomieten. Voor de mensen van die tijd volgt er een belangrijke opsommingen van stammen die in hun nabijheid wonen.

Timna1 betekent terughouden, vasthouden of beteugelen. De naam van deze hertog doet ons denken aan een bijvrouw van Elifaz, die de moeder van Amalek was. De stam die daar uit voort groeide waren de Amalekieten en deze stond slecht aangeschreven bij Israël. Misschien is het net daardoor dat alleen de naam van zijn moeder aangehaald wordt als eerste hertog, familie of gebied na een periode van koningen. Dit doet ons vermoeden dat er de Edomieten aan vooruitgang ingeboet hadden.

Nu we ook de betekenis van de naam Alwa van de tweede stam vertalen als ongerechtigheid mogen we veronderstellen dat het systeem van de rechtspraak dat onder de koningen bestond plaats maakte voor een maatschappij zonder rechtvaardigheid. Ook de verstedelijking lijkt stopgezet als we de twee volgende namen vertalen. Jetet betekent tentpin en Oholibama2 heeft haar tent op een hogeedom,hadad,hertogen,verbrokkeling edom,stamhoofden,timna,alwa,jetet,oholobama,ela,pinon,kenaz,teman,mibsar,magdiël,iram,onrecht,einde verstedelijking,godseik,elah,kopermijn,jagen,de heer is een geschenk,burger,niet eenduidig,familieclan,eigenschap van stam,relatie met andere stammen plaats staan. Zowel met de namen als met de beschaving gaan we precies enkele generaties terug. Ela een veelgebruikte Hebreeuwse naam betekent terebintboom, eik of godseik,"elah" in het Hebreeuws, en herinnert ons aan heilige plaatsen3. Pinon vertaald als kopermijn is dan wellicht eerder een aanduiding van een plaats waar een bepaalde stam woont. Met de naam Kenaz4 wordt teruggegrepen naar het jagen en naar een naam uit de vorige generaties. Ook de naam Teman4 die zuiden betekent, verwijst naar een van de zonen van Elifaz, een broer van Kenaz uit de eerste dagen van Edom.

Mibsar is dan een versterkte stad. De naam Magdiël is een getuigenis dat de Heer zijn beste geschenk is en hem tot eer strekt. Hij is een prins van de Heer, iemand de bovennatuurlijke bescherming lijkt te hebben. En de laatste naam in deze lijst van elf hertogen, "alluwph" in het Hebreeuws, is Iram en deze naam is vertaald "burger van een stad". De verschillende namen van de stam van Esau wijzen op verschillende eigenschappen van de bevolkingsgroepen die vertegenwoordigd zijn in Edom, het land van vader Esau. De eenheid en de eenduidige welvaart van onder de koningen is ver te zoeken. Toch is het belangrijk om te weten wie de Edomieten zijn, welke hun oorsprong1, 2 en 4 is, waar ze wonen en wat de verschuivingen zijn in het aantal5 stammen. Opmerkelijk is ook dat geen enkele hertog van in de tijd van de koningen opnieuw genoemd wordt en dat is een voldoende aanleiding om te vermoeden dat er zware onderlinge twisten geweest zijn tussen de verschillende familieclans en stammen na de laatste koning.

Deze ruime uitweiding over de geslachtslijst van Seïr en van de koningen van Edom lijkt in onze ogen niet belangrijk omdat wij in de organisatie van de westerse maatschappij steeds minder belang hechten aan familiebanden. Voor de oosterse mens lag dit anders. Het was vroeger zeker belangrijk te weten tot welke familie iemand behoorde, onder welke stam deze of gene familie ingedeeld was en welke stam de leiding had in een stammenverbond. De eigenschappen van deze stammen komen naar voor uit de namen en verhalen. Met deze gegevens worden de relaties tussen de volken en hun onderlinge verhoudingen bepaald. Dit thema zal nog meer dan eens aan bod komen in de Schrift als het over huwelijken, onderlinge verhoudingen, conflicten of oorlogen gaat. Vandaar de vele geslachtslijsten en stambomen in de geschiedenis van het Hebreeuwse volk.

 

1 Genesis 36,12.

2 Genesis 36,2.5.14 en 18.

3 Genesis 12,6; Genesis 13,18; Genesis 35,4 en 8.

4 Genesis 36,15

5 7 stamhoofden van vers 15 tot 19; acht koningen van vers 32 tot 39; elf hertogen van vers 40 tot 43.

06 september 2017

Het nageslacht van Esau zijn de stamhoofden van Edom.

De stamboom van Esau werd heel nauwkeurig uitgewerkt en dit geeft ons zicht op alle kleinzonen en zonen die behoren tot de actieve generatie op het moment dat de stam naar Edom trok. Om het voor iedereen duidelijk te maken want dit is een belangrijk gegeven voor een maatschappij waar stammen en stammenverbonden bepalend zijn voor het samenleven. Genesis 36,15-19: 15 Dit zijn de stamhoofden van de zonen van Esau. De zonen van Elifaz, Esaus eerstgeborene, zijn de stamhoofden Teman, Omar, Sefo, Kenaz, 16 Korach, Gatam en Amalek; deze zonen van Ada zijn de stamhoofden van Elifaz in Edom. 17 Zonen van Esaus zoon Reüel zijn de stamhoofden Nachat, Zerach, Samma en Mizza; deze zonen van Esaus vrouw Basemat zijn de stamhoofden van Reüel in Edom. 18 Zonen van Esaus vrouw Oholibama zijn de stamhoofden Jeüs, Jalam en Korach; dit zijn de stamhoofden van Esaus vrouw Oholibama, dochter van Ana. 19 Dat zijn dus de zonen van Esau of Edom, en dat zijn hun stamhoofden. Verzen 15 en 16 geven ons nog eens de zonen van Elifaz. De aandachtige lezer zal zien dat de naam van Gatam naar achteren schuift en dat er ook een Korach bij Elifaz tussengevoegd wordt. Wat het totaal aan kinderen van Elifaz op zeven brengt. Dit zijn nu stamhoofden in Edom geboren zijn uit de zoon van Esau bij Ada. Op volgorde worden ook de zonen van de tweede zoon van Esau, Reüel, opgenoemd. Dit stemt volledig overeen met vers 13 en ook deze zonen die Reüel, de zoon die Esau had bij Basemat, krijgen de status van stamhoofd. De zonen die Esau had bij Oholibama zijn meteen stamhoofden. Er worden geen kleinkinderen vermeld van Jeüs, Jalam en Korach. Zij zijn de actieve generatie bij het binnentrekken in Edom en bij de verdeling van het land van Seïr. Samen zijn al die zonen en kleinzonen van Esau stamhoofden in Edom.stam en verbond,stamhoofden,reüel,jeüs,jalam,korach,oholibama,esau,edom,ana,gatam,elifaz,kinderen en kleinkinderen,seïr,ruben,bilha

Edom heeft een stammenverbond van veertien stammen. Dat is geen definitieve samenstelling want af en toe zijn er veranderingen in die overeenkomsten. Dit komt door spanningen die ontstaan tussen stammen over grond, bezit, afgunst of eerroof. Als de regels van het samenleven geschonden worden kan loyauteit in vijandschap veranderen. Door hoog oplopende ruzies kunnen gewapende conflicten ook tot gevolg hebben dat sommige stammen uitgemoord worden. Het verhaal van Sichem kan ons als voorbeeld dienen1. Andere stammen smelten samen door huwelijken en veranderen van naam omdat er andere sterke mannen opstaan. Esau is een voorbeeld van het samenvoegen van een aantal familietakken die van buiten de eigen stam komen door zijn huwelijken.

Het tweemaal voorkomen van de naam Korach2 wordt door de Joodse bijbelinterpretatie gebruikt om de stam van Esau in een minder goed daglicht te stellen. Zonder basis in de Bijbeltekst wordt beweerd dat de Korach, de zoon van Elifaz, intiem geweest zou zijn met de jongere Oholibama, de vrouw van Esau. Zo willen ze bevooroordeeld aantonen dat er in het geslacht van Esau familieproblemen waren en dat er incest was. Was dit bedoeld om een tegengewicht te geven aan wat Ruben, de zoon van Jakob, uitrichtte met Bilha3, de dienares van Rachel en bijvrouw van Jakob?

 

1 Genesis 34.

2 Genesis 36, 16 en 18.

3 Genesis 35,22.