31 januari 2017

De gevraagde zegen wordt eerder een uitwijzing.

Het heersen over mens en natuur op een goddelijke manier is niet voor iedereen heersen op een goddelijke manier,orakel,rgeling verhouding tussen tweelingbroers,voorgaan als eersteling,esau gewapend komt op voor zichzelf,geen barmhartige god nodig,vertrekken uit beloofde land,huismanevident. Daardoor behoren sommigen niet tot dat volk met het besneden hart en wonen ze niet in dat beloofde land. Genesis 27,37-40: 37 Isaak antwoordde en zei tegen Esau: ‘Ik heb hem nu eenmaal tot heerser over jou aangesteld, ik heb al zijn broers tot zijn dienstknechten gemaakt en koren en most aan hem gegeven. Wat kan ik nog doen voor jou, mijn zoon?’ 38 Maar Esau zei tegen zijn vader: ‘Was dat dan uw enige zegen, vader? Vader, geef mij toch ook een zegen!’ En hij begon luid te jammeren. 39 Daarop nam zijn vader Isaak het woord en zei: ‘Ver van de vruchtbare grond zul je wonen, ver van de dauw uit de hemel van boven.

In de lijn van het orakel, dat Rebekka te horen kreeg, schets hij de verhouding tussen de twee broers1. Esau denkt in materiële termen en denkt bij de zegen aan grond en bezit die als erfenis aan Jakob werden gegeven. Er blijft in dat denksysteem niets over voor Esau. Het woord vertaald door “heerser” in onze tekst, die we bespreken, komt van “gebir”. In de Naardense Bijbel vertaalt Oussoren het met “gebieder”. Dit alles is afgeleid van het werkwoord “gabar” dat evengoed, in overdrachtelijke zin, voorgaan of het voorbeeld zijn kan betekenen als sterker, groter of machtiger zijn.

Opnieuw dringt Esau aan om een zegen te krijgen van zijn vader. Opnieuw horen we hem luid jammeren. Niet meer het Hebreeuws “tseaqah” dat ook naar woede verwees maar het “bakah” dat meer wenen en jammeren is. Het is zondejammer dat hij zich afgesloten voelt van de zegen. Vroeger dacht hij anders over zijn eerstgeboorterecht en was het minder waard dan een kom soep. Zijn recht leek hem nu onvervreemdbaar. Hij leefde buiten de universele genade en had el Shadday niet nodig als beschermer of als barmhartige God. Hij was gewapend en kon opkomen voor zijn eigen recht en hoefde dan ook geen rekening te houden met de anderen. Hij hoefde niet besneden te zijn binnen een verbond. Met zo’n zicht op het leven kon hij dan ook geen eersteling zijn. Isaak ziet dat in en begrijpt de Esau niet de geschikte man is. Hij verloor zijn blindheid door zich niet verder te laten leiden door zijn honger naar waardering die hij liet uitdrukken met een schotel wildgebraad. De waardering van zij oudste zoon is nu omgeslagen in een luide eis om gezegend te worden. Eigenlijk bleek waardering onbeschaamde berekening heersen op een goddelijke manier,orakel,rgeling verhouding tussen tweelingbroers,voorgaan als eersteling,esau gewapend komt op voor zichzelf,geen barmhartige god nodig,vertrekken uit beloofde land,huismanvan de kant van Esau.

Isaak sprak tot hem dat hij ver van de vruchtbare grond zou wonen en dat er geen hemelse dauw zou vallen op zijn grond. Esau zou moeten vechten voor zijn bestaan en als hij onder de heerschappij van zijn broer onderuit wil, zal hij moeten vertrekken uit dat beloofde land. Deze zegen klinkt eerder als een vloek. Het Seïrgebergte in Edom is echter ook vruchtbaar en het regent daar ook. Maar de dauw is er niet hemels. Het is gewoon condens van vochtige lucht. Toch is er een uitweg die Isaak voorstelt aan zijn oudste zoon. Het is zijn keuze om buiten de invloed te gaan wonen van de besnedenen van hart. Hij kan vertrekken van de grond die beloofd werd aan Jakob. Maar het zwaard wijst naar het overleven in de wildernis, het terrein van Esau. Vroeger had hij ook geen interesse om in de nabijheid van de tenten te blijven, om aan landbouw of veeteelt te doen binnen de leefgemeenschap van de Hebreeuwen. Edom was het gebied waar hij zou wonen veraf van de glinsterende vettige vruchtbare gronden met de hemelse dauw. Ver van de goddelijke inspiratie in het beloofde land.

 

1 Genesis 25,23.