22 januari 2018

Nog wat graan kopen.

De hongersnood houdt zeven jaar aan zoals Jozef kon voorspellen aan de hand van de droom van farao. Ook de minder gunstig gelegen streken zoals Palestina hadden het hard te verduren. De herders waren gewoon rond te trekken met hun kudden en lieten de graslanden herstellen voor ze er terug kwamen. Deze natuurlijke en duurzame kringloop stond nu ook onder druk door de schrale winden1 die het gras tijdens de groei verdorden. Het deel van Palestina dat buiten het bevloeiingsgebied van de Jordaan ligt, is afhankelijk van de weinige regen die komt uit het bassin van de Middellandse Zee. Door dezelfde wind, de Sirocco, die zorgde voor de schrale oogsten in Egypte droogden ook daar gewassen en gras uit. Het waren moeilijke tijden voor de stam van Jakob, de zonen van Israël. De opbrengsten van de natuur stonden op een laag pitje in het beloofde land. Genesis 43,1-3: 1 De hongersnood bleef het land zwaar teisteren. 2 Zodra zij het graan uit Egypte opgemaakt hadden zei hun vader: ‘Jullie moeten nog eens proberen wat voedsel te kopen.’ 3 Juda antwoordde: Die man heeft ons uitdrukkelijk gewaarschuwd: “Kom mij niet onder ogen zonder uw broer.” Aartsvader Jakob ziet de graanvoorraden die zijn negen zonen voor heel de familie hadden meegebracht uit Egypte slinken. Hij geeft zijn zonen het advies nog eens graan te gaan kopen in Egypte omdat de opbrengst van hun eigen teelten en van hun veestapel niet meer voldoende groot is om de steeds groter wordende stam te voeden. Er is sprake van een beetje graan, “meat” in het Hebreeuws. De streek van Hebron was gekend als redelijk vruchtbaar. Er waren wijngaarden, boomgaarden2 en veel grasvelden. Het terrein was er echter niet zo effen en vrij van stenen als in de valleien bevloeid door rivieren. De graanoogst in de valleivlakten buiten de onmiddellijke omgeving vanPalestina,hongersnood,farao,Jordaan,Sirocco,een beetje graan,Jozef,Jakob,Benjamin,domme eed van Ruben,Juda neemt verantwoordelijkheid,levenbservaring van Juda, Hebron was wellicht ook getroffenen door de schrale winden die de hele streek teisterden. Er was dus gebrek aan graan maar er was wel ander voedsel te beschikking.  Dat er sprake is van een beetje heeft te maken met het pleidooi dat Jakob opbouwt. We weten echter niet hoeveel graan ze meehadden bij na hun eerste tocht maar en ook niet voor hoe lang die voorraad volstond. Jakob herinnert zich ongetwijfeld de eis van Jozef om Benjamin mee te brengen bij hun volgende tocht om graan te kopen. Hij denkt zijn zonen aan het verstand te brengen dat het voor een beetje graan toch echt niet nodig zal zijn om Benjamin mee te zenden.

De idiote eed van Ruben heeft Jakob helemaal niet kunnen overtuigen en daarbij heeft hij vanzelfsprekend geen vertrouwen meer in zijn oudste zoon nadat hij reeds twee broers niet teruggebracht naar Jakob in Hebron. Juda, die al zelf al een grote familiestam heeft en niet meer bij zijn vader woont, voelt zich geroepen om de leiding van zijn broers waar te nemen. Hij neemt het woord op een moment dat ze allen samen zijn en spreekt zijn vader aan. Hij herinnert Jakob aan de eis van de Egyptische meester. Ze moesten Benjamin meebrengen om de betrouwbaarheid van hun woorden te bewijzen maar dat vertelt Juda er niet bij3. Juda spreekt ook niet over het lot van Simeon want deze zoon heeft net als Levi en Ruben het leven van zijn vader al voldoende lastig gemaakt. Juda is de vierde en laatste zoon die Jakob heeft bij zijn vrouw Lea. Juda had al wat levenservaring opgedaan4. Nadat hij huwde met een Kananitische liep alles fout met de zonen uit dat huwelijk. Hij had een goede vrouw uitgekozen voor zijn zonen maar in die huwelijken zat geen toekomst. Zonder het goed te beseffen verwekte Juda zelf een tweeling bij de jonge Tamar, de vrouw die hij voor zijn zonen had geselecteerd. De veranderingen in het leven van Juda zorgen voor een ommekeer en een nieuwe gerichtheid naar de stam van zijn vader. We weten immers dat Tamar van een hoog moreel gehalte is en Juda subtiel ook naar de juiste beslissing loodste in zijn rechtspleging.

 

1 Genesis 41,6 en Sirocco is het Arabische of Aramees woord voor oostelijk, maar toch staat de naam voor een zuidelijke wind. Het was eerder een hete zuidoostelijke schrale wind uit de woestijn. Zie bijdrage: Een tweede droom dezelfde nacht is even verontrustend.

2 Genesis 13,18.

3 Genesis 42,20.

4 Genesis 38.

19 januari 2018

Ruben doet een onverstandige belofte.

Zoals het in grote gezinnen er meestal aan toe gaat is de oudste verantwoordelijk voor de jongeren. Zo was Ruben de oudste zoon van Jakob en droeg hij bij afwezigheid van zijn vader de verantwoordelijkheid voor zijn jongere broers. Het was ook hij die Jozef probeerde te beschermen en die de bedoeling had om Jozef te redden uit de put en terug te brengen naar zijn vader, Jakob. Als dit niet gelukt was, ging hij echter mee in het bedrog over de doodsoorzaak van Jozef. Het kwaad was toen al gebeurd. Hij had het niet kunnen verhinderen en wou daarom ook zijn verantwoordelijkheid ter zijde schuiven. Hij heeft zijn vader niet getroost door te ontkennen dat Jozef verscheurd werd door een wild dier maar meegegeven was met de Midjanieten als slaaf. Ongetwijfeld zou Jakob alles op alles gezet hebben, om zijn zoon Jozef terug te halen. Deze keer wil hij zijn vader al bij voorbaat overtuigen van zijn goede bedoelingen. Om te bewijzen dat hij de bescherming van Benjamin ter harte zou nemen probeert Ruben zijn vader te overtuigen met een bizarre garantie. Genesis 42,37-38: 37 Maar Ruben zei tegen zijn vader: ‘U mag mijn beide zonen doden als ik Benjamin niet bij u terugbreng. Vertrouw hem aan mij toe, en ik zal hem bij u terugbrengen.’ 38 Maar hij antwoordde: ‘Mijn zoon gaat niet met jullie mee; zijn broer is al dood, en hij is de enige die ik nog over heb. Wanneer hem onderweg een ongeluk overkomt, zouden jullie de grijsaard die ik ben jammerend in het dodenrijk laten neerdalen.’ De inhoud van de vertaling die weergeeft dat Jakob de twee zonen van Ruben mag doden als hij Benjamin niet zou terugbrengen naar zijn vader is niet erg logisch.Belofte van Ruben,bedrog met het bebloede kleed,met Midjanieten als slaaf,zonen doden,kleinkinderen vermoorden,eed op hoofd van twee zonen,Benjamin zoon van zijn voorspoed,Rachel,einde van een groot volk,zending in Betel,Israël,El Shadday, Zou een grootvader zijn kleinkinderen vermoorden omdat zijn oudste zoon de belofte niet nakomt zijn jongst zoon te beschermen. Ruben spreekt eerder een eed uit op de hoofden van twee van zijn zonen1 zoals Jozef ook bij het leven van zijn farao gezworen had.

Jakob gaat niet in op het onzinnig gepraat van Ruben. Ruben heeft immers de bescherming van Jozef ook niet in alle omstandigheden kunnen waarmaken. De aartsvader weet dat de gevaren onderweg niet te onderschatten zijn en wat in het laag liggende Egypte gebeurt, vertrouwt hij al evenmin. Jakob wil onder geen enkele beding Benjamin, de zoon van zijn voorspoed, verliezen. Hij is immers de volle broer van Jozef, die al niet meer is, en is daardoor de laatste zoon die Jakob rest van zijn vrouw Rachel van wie hij veel hield. Als hem iets zou overkomen is al mijn welzijn weg en heeft mijn leven geen zin meer.

Alles zou vergaan in schimmige, vreugdeloze toestand waar geen shalom mogelijk is. Jakob denkt dat het verlies van Benjamin aan Egypte moet bekeken worden als een mislukking van zijn taak als aartsvader van een groot volk dat het land van Kanaän beloofd is. Dit betekent voor Jakob het einde van al zijn idealen als kleinzoon en erfgenaam van het verbond van Abraham en de Ene, het falen van zijn zending uit Betel als Israël. Hij denkt dat met het verlies van Benjamin, de zoon van zijn voorspoed, de strijd voor de Ene eindigt. Het leven van Jozef voor hij onderkoning was, gaf echter het bewijs dat zelfs in tegenspoed El Shadday een schild biedt en barmhartig kansen geeft om te leven als besnedene van hart.

 

1 Genesis 46,9.

18 januari 2018

Het vertrouwen van Jakob in zijn zonen is zeer laag.

Jakob werd door zijn zonen niet verteld dat het geld om het voedsel te kopen bij een van de zonen in de tas van het proviand voor de lastdieren werd gevonden tijdens hun eerste oponthoud om te overnachten1. Nu zijn ze thuis en na hu kort en oppervlakkig verslag lossen ze de vracht van hun lastdieren. Genesis 42,35-38: 35 Toen zij hun zakken leegmaakten, vond ieder zijn buidel met geld in zijn zak; en toen zij en hun vader de buidels met geld zagen, werden zij bang. 36 Hun vader Jakob zei tegen hen: ‘Jullie maken mij kinderloos. Jozef is weg, Simeon is weg, en nu willen jullie Benjamin meenemen. Dat mij dat allemaal moet overkomen!’ Jakob staat erbij terwijl ze bij de verdeling van het voedsel over de stammen, merken dat hun geldbuidels met het zilver terugvonden tussen het graan. Graan kopen in Egypte en niet betalen is helemaal vreemd en vader Jakob vertrouwt zijn zonen niet meer. Zelf schrikken de zonen op dat iedereen zijn geld terug heeft. Precies dezelfde hoeveelheid als ze per stam uitgegeven hadden zat in de zakken netjesJozef,Jakob,Israël,vinden nog meer zilver,Simeon,Benjamin,graan kopen en niet betalen,nog meer onheil,zoon van Rachel,wangedrag van zijn zonen,Sichem,Ruben,Bilha,Levi,Simeon, verdeeld per stam. Jakob is bang omdat hij denkt dat zijn zonen het graan gestolen hebben. De negen zonen zijn dan op hun beurt bang omdat ze geen verklaring hebben over hoe dat geld weer in hun zakken terechtkwam. Ze vrezen dat dit deel uitmaakt van de bovennatuurlijke straf voor het vergieten van het bloed van hun broer Jozef en dat er hen nog meer onheil boven het hoofd hangt.

Jakob verwijt zijn negen zonen dat Jozef weg is en dat nu ook Simeon niet naar huis gekomen is. Bij het wegblijven van Jozef hebben jullie mij verteld dat een boosaardig dier hem heeft opgegeten, en van Simeon beweert ge nu dat hij door een boosaardige meester wordt gegijzeld. Die Egyptische meester, die jullie afschilderen als een boosaardige en harteloze mens, heeft jullie toch laten terugkomen met het voedsel dat onze redding is. Het weerwoord van Jakob dat hij kinderloos wordt, lijkt op een beschuldiging maar het is op zijn minst een uitdrukking van zijn wantrouwen. Als Benjamin niet zou terugkomen heeft hij immers geen kind meer van zijn geliefde vrouw Rachel. Hij heeft bijgevolg veel vragen bij het meegeven van Benjamin, zijn jongste zoon, naar Egypte. Jakob vraagt zich af welk leed zijn zonen hem nog zullen aandoen, welke lasten hij nog zal moeten dragen als vader. In zijn herinnering woekert nog het beeld van het wangedrag van zijn zonen bij het uitmoorden van de mannelijke bevolking van Sichem waarvoor ze een list2 hadden opgezet. Jakob en zijn stam kwam door deze laffe moordpartij in moeilijkheden bij de andere stammen van de regio3. Jakob weet ook nog heel goed dat men hem vertelde dat Ruben, zijn oudste, het bed gedeeld had met zijn slavin Bilha. Dit zijn alle ervaringen die een vader niet kunnen overtuigen over de betrouwbaarheid van zijn zonen en die hem sterk doet twijfelen aan hun goede bedoelingen. Als hij ten slotte nu ook gezien heeft dat bij het uitladen van het graan ook nog de gevulde beurzen waren teruggekomen slaat hem de angst om het hart.

Het zou niemand verwonderen dat Jakob weigert om Benjamin mee te geven naar Egypte zelfs al is het om Simeon vrij. Hij heeft in zijn antwoord “het wegzijn” van Simeon op dezelfde hoogte gezet als dat van Jozef. Beiden zijn weg, afgeleid van het werkwoord “ayin”4. Het afscheid van Simeon leek hem even onherroepelijk.

 

1 Genesis 42,28.

2 Genesis 34,15.

3 Genesis 34,30a.

4 Genesis 5,24.

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende