05 november 2013

De milieufilosofie

De milieufilosofie

Gelijklopend met de milieubeweging is ook de milieufilosofie ontstaan die zich richt op de relatie tussen mens en milieu. Dat in vele facetten. De milieuvervuiling wordt onder de loep genomen en dit al van in de jaren 70 van de vorige eeuw. Wetenschap, technologie en economie worden aangewezen als oorzaken.5 11 A milieufilosofie.jpg

Men stelt zich vragen bij de hele ontwikkelingstheorie, waar de mens de top is, de heerser over de natuur. Andere culturen staan wel eens model zoals de Indiaanse (natuurvolkeren en oervolkeren hebben iets in hun cultuur dat wij zijn kwijtgeraakt). De holistische benadering (alles deel van een groot geheel) werkt aan een nieuwe manier van leven. Enkele denkers zoals Etienne Vermeersch met zijn referaat over de bio-ethiek en zijn essay “de ogen van de panda”, Wouter Achterberg, Murray Bookchin (1921-2006), de groene anarchist en Peter Singer, die “Animal Liberation” schreef, werpen zich op als boegbeelden voor die beweging, die vele paden bewandelt.

Permacultuur groeit uit tot een levensopvatting

5 11 B Bill Mollison en David Holmgren.jpgPermacultuur was in het begin rond de jaren 70 van vorige eeuw een landbouwsysteem waardoor de bodem niet uitgeput werd en ook niet vergiftigd werd door chemicaliën. Het concept steunt op een langdurige en weloverwogen observatie van de natuur. Men schrijft deze nieuwe manier van landbouw toe aan de Australiërs, Bill Mollison en David Holmgren. Snel had men door dat landbouw geen losstaand systeem was en dat het verweven is met de gemeenschap van mensen. Vanuit de praktijk ontstaat een manier van denken. Dat is anders dan mooie theorieën die niet werkbaar zijn. Stabiliteit, diversiteit en duurzaamheid werden doorgetrokken naar de menselijke leefwereld. Bij het succesvol toepassen van het landbouwsysteem waren alle levensvormen begunstigd. Vele toepassingen op diverse5 11 C PERMACULTUUR.jpg schalen en in diverse gebieden maakten woestijn - en stadsgebieden maar ook uitgeputte gronden zelfs van platgebrande bossen werden weer vruchtbaar. Ook privétuinen, boerderijen en hele regio’s kennen biodiversiteit, zuiver water, sociale rechtvaardigheid, vrede en overvloed. Ecosystemen werden hersteld en opgebouwd met wat de natuur voor toonde en wat de mens nabootste in functionele patronen.

De blijvende impact van de permacultuur moet overtuigen tegen het moderne bijgeloof van de vrije markt economie en van alle nieuwe en oude vormen van religiositeit en het hele arsenaal aan levensbeschouwelijke strekkingen die zich opdringen. Aan de gevestigde religies om te ontdekken dat de schepping meer is dan een verhaal maar een instrument is dat een rechtvaardige samenleving mogelijk maakt. Zo komen we weer bij de schepping het eerste verhaal uit onze Bijbel. 

04 november 2013

Jürgen Habermas

Jürgen Habermas (1929) ziet vandaag een religieus revival in een postseculiere wereld tot leven komen. Habermas ziet de godsdienst als een niet verdwijnend verschijnsel. Een 4 11 A Jürgen Habermas.jpgwereld zonder godsdienst stelt hij gelijk aan een terugval in de achterlijkheid. In tegenstelling tot kardinaal Joseph Ratzinger (ex-paus Benedictus XVI) ontkent hij wel dat de democratische rechtsstaat een fundament nodig heeft, dat voorafgaat aan de democratie zelf onder de vorm van een goddelijke sanctie. Anderzijds stelt hij dat in de religie (zie Bergrede) morele gevoeligheden van mededogen en broederlijkheid bewaard zijn gebleven, die ook krachtig kunnen verwoord worden. Het is niet erg duidelijk of Habermas de religie aanvaardt uit overtuiging dan wel omwille van het maatschappelijk nut. Vooral in een tijdsgeest die geen metafysische visie aanvaardt, gaat hij omzichtig om met dit gegeven. Toch maakt hij duidelijk dat de godsdienstige openbaringen niet meer de basis kunnen vormen voor alle moraal en ethiek. Daarnaast maakt hij ook duidelijk dat ook de rede haar grenzen kent. De rede is te veel in dienst gekomen van technologische en instrumentele beheersing en kan daardoor niet meer de basis vormen van een kritische maatschappijvisie.

Het middenveld is de zone waar de religieuze intuïtie haar invloed moet aanwenden om de gevoelige punten in de kwetsbare zone van de menselijke samenleving naar de normatieve overheid te stuwen. Deze invloed moet in weerwil van het verlichtingsfundamentalisme gerespecteerd en mogelijk blijven. De opmars van de conservatieve groepen binnen veel religieuze strekkingen is dan andere kant die zich afzet tegen verlichting en4 11 B habermas en ratzinger Benedictus.jpg multiculturalisme. Beiden extreme stellingen moeten in een durende dialoog elkaar corrigeren zonder het risico te nemen elkaar te ontbinden. In de postseculiere maatschappij moet zich een wederzijdse tolerantie ontwikkelen van religieuze groepen en seculiere groepen in het middenveld. We mogen niet onderschatten wat de invloed van de joodse ethiek van rechtvaardigheid en de christelijke ethiek van de liefde geweest is in onze samenleving. Tot op heden is er nog geen maatschappelijk alternatief voor het religieuze denken dat in staat is tot het voortdurend kritisch herinterpreteren van de sociale vraagstukken die zich steeds opnieuw stellen. De filosofie en de sociologie kunnen geen religieuze overwegingen opnemen maar wel beschrijven welke invloed ervan uitgaat op het maatschappelijk bestel. Habermas ziet eerder een pragmatisch samengaan van verlichting en religie dan een oppositie.

01 november 2013

Jacques Derrida

Jacques Derrida (1930-2004) wordt beschouwd als de grondlegger van deconstructie. Hij 1 11 A Jacques Derrida.jpgwordt net als enkele van zijn tijdgenoten aan het denken gezet door Ferdinand de Saussure. Ze reageren tegen zijn tekenleer die vaststelt dat de mens ondergeschikt is aan de taal. de Saussure die zich hoofdzakelijk met taal bezighoudt geeft de aanzet tot de structuralistische taaltheorie. Hij bekijkt het spreken van het individu (la parole) en maakt dat ondergeschikt aan het taalsysteem (la langue). Dat taalsysteem is onafhankelijk van het individu die dat systeem niet kan scheppen noch wijzigen. Taal is een systeem van klanken waaraan conventioneel betekenissen zijn toegevoegd binnen een bepaalde cultuur. Het individu moet dat systeem correct leren hanteren als hij wil communiceren met de anderen. Taal speelt dan ook een centrale rol in de samenleving. De tekenleer van de Saussure, die dateert van het begin van de 20e eeuw (1916), vormt een bron van inspiratie voor enkele Franse filosofen.

14 10 D Ceci n'est pas une pipe Merleau-Ponty.jpgDerrida echter ontdekt dat er een nuance tussen denken en schrijven of spreken, bestaat. Wat niet gezegd of geschreven werd en toch begrepen werd. Dit schrijven of denken in de marge, het ontrafelen van tekst, heeft veel gelijkenis qua gedachtegang met het beroemde schilderij werk van René Magritte “Ceci n'est pas une pipe”. De basisgedachte is dat zowel taal als beeld manipuleerbare grootheden zijn. De relatie tussen het signaal (taal of beeld) en de referent ligt niet vast maar wordt bepaald door de context, de politieke overtuiging en de vooroordelen van zender en ontvanger.

Derrida wordt met Foucault, Lacan en Lyotard gerekend tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de stroming in Franse filosofie die de antisubjectfilosofie genoemd wordt. Deze filosofie is een reactie op het traditionele eenheid denken ook wel identiteitsfilosofie genoemd. De antisubjectfilosofie verwerpt het idee dat de individuele mens als enige grondslag kan dienen voor het filosofisch denken. Dat de mens de waarheid in pacht zou hebben of via de wetenschap zou kunnen krijgen, 1 11 B Foucault.jpgvinden zij een grenzeloze overschatting van de kwaliteiten die toegeschreven worden aan het feit dat mensen kunnen denken. Foucault komt tot deze stellingen door zijn studie over de1 11 C Lacan.JPG samenhang tussen taal en uiterlijkheid. Lacan komt met zijn psychoanalyse over het individuele spreken, dat hij situeert binnen de taal, tot de vaststelling dat imaginatie en symboliek geen vat hebben op de reële orde van de buitenwereld en dat het onderbewuste is gestructureerd zoals de taal. Lyotard legt een relatie tussen het pragmatisch 1 11 D Lyotard.jpgsamengaan van de verhalende kennis en wetenschappelijke kennis waardoor een legitimatie beoogd wordt van de inhoud. Elke maatschappelijke en wetenschappelijke afbakening heeft zijn eigen regime, zijn discours. Dit discours wordt gehanteerd door de specialisten op elk vlak, van elk regime, en gehoord door hen die aan de passieve kant staan van die taaluiting. Elk regime heeft zijn eigen specifieke visie op het universum. Met hun opvatting reageren ze onder andere op het strikte humanisme van Merleau-Ponty, Sartre en anderen waar alles voortvloeit uit het individu, het subject.

De aandacht van Derrida ging ook naar de pijlers van wet en macht die het leven van de mensen mee bepalen. In “Force de loi” (1994) zoekt hij naar de mystieke fundamenten van de politieke gezagsstructuur en in “Spectres de Marx” (1993) ontleedt hij het marxisme als aanzet tot de democratie. In zijn vele spreekbeurten en latere geschriften heeft hij het over actuele onderwerpen als globalisering, terreur en asielverlening.

Globalisering brengen veranderingen mee die ruimte geven aan nieuwe beoordelingssystemen zoals de mensenrechten en het Internationaal Strafhof. Deze verschuivingen beperken de impact van de naties. Ook de concepten oorlog en vijand verliezen hun oude betekenissen in relatie tot de naties. Andere verschijnselen zoals terreur, milities steken de kop op en zijn moeilijk te bedwingen zoals in de Koude Oorlog internationale conflicten met kernwapens werden beteugeld of door nationale orde machten. Het nieuwe geweld past niet meer in de patronen van oorlogsvoering en het recht op oorlog. De bedreiging en het aantal vijanden wordt onbeperkt en zijn al dan niet gesteund door schurkenstaten. Derrida ziet een oplossing in geloof en kennis. Een geloof dat mensen aan elkaar toevertrouwt en hen heel, gezond en veilig laat leven in eigenliefde en naastenliefde met een open deur naar de anderen met of zonder papieren.

De kern van de deconstructie is een kritiek op Platonisme, die wordt bepaald door de overtuiging dat het bestaan is gestructureerd in termen van tegenstellingen (dualistisch denken) en dat er een waardeverhouding, een hiërarchie, toegekend wordt. Het onzichtbare bovennatuurlijke wordt boven het zichtbare wereldse gesteld. Na Nietzsche was ook door de fenomenologen deze denktrant op de korrel genomen. Het empirisme zit in dezelfde hoek met de nadruk op de waarneming die de basis is van de kennis. wat het empirisch denken argumenteert. Het immanente zou dan gereduceerd worden tot het eigen binnenste gevoel.

Het idee dat iedere uiterlijk voorkomen of elke ervaring tijdelijk is, belaadt deze ook met de bagage van het verleden en de verwachting van de toekomst. We kunnen zelf niet goed inschatten wat de invloed en de hiërarchie is van al die facetten op onze beslissingen. Hier schept Derrida ook ruimte voor de invloed van de wetten van de politiek en de moraal van de religie. Kracht van wet moet volgens hem wel beantwoorden aan het geïnterpreteerde rechtvaardig oordeel. Dit vonnis wordt uit de gecodeerde regel gerukt en geplaatst in een grotere context. Dit heeft tot gevolg dat geen geweld kan gebruikt worden om de letter van de wet te laten zegevieren. Alleen rechtvaardige besluiten leiden naar een leefbare toekomst.

Zo komt Derrida uit op de dwingende verplichting om de horizon van de kennis steeds maar verder uit te breiden. Beslissen gebeurt in de schermerzone tussen het weten, de kennis, en de wetten gericht naar een geordende of religieuze toekomst. Deconstructie is bijgevolg een manier van denken die nooit af is en waar steeds moet herdacht, opnieuw gedacht, worden met de bedoeling steeds dichter bij de onmogelijke absolute rechtvaardigheid te komen.

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende