15 augustus 2013

Zoroastrisme

Het Zoroastrisme werd gesticht door Zarathustra of Zoroaster in Perzië. Over het jaartal g 40 bis Ahuramazda.jpgwaarin dat gebeurde lopen de meningen uiteen. Het moet tussen 1500 en 600 v. Chr. liggen. Men veronderstelt dat voor de schriftelijke traditie een mondelinge traditie bestond zoals bij enkele andere religies. Het wordt ook wel het Mazdeïsme genoemd naar hun god  Ahoera [wezen] Mazda [wijs], de goede god. De zon en het vuur staan symbool voor de heilige kracht van Ahoera Mazda, voor de zuiverheid, de waarheid en rechtschapenheid. Ze zij ook de bron van alle energie is. Zoroaster ontwierp een nieuwe visie die monotheïstisch was en die de strijd tussen goed en kwaad liet afspelen gedurende het leven van elke mens. Elk individu heeft de keuze tussen het volgen van het goede of het kwade. Na het leven komt een persoonlijk oordeel met als inzet het leven na de dood. Op het einde van de tijden zou de goedheid overwinnen. Dan komt er ook een universeel oordeel over iedereen die verrezen is met de vuurproef. De opvatting over een leven na dit leven is nieuw en heeft zonder twijfel veel religies geïnspireerd. Enerzijds is het een religie die de evolutie in het menselijk denken volgt maar anderzijds moeten we erkennen dat wellicht Zarathustra een totaal nieuwe visies introduceert die te lezen is in de later te boek gestelde Avesta. Hij kon evenwel niet alle goden verdrijven uit de verhaaltradities en deelde deze dan op in een soort goede en kwade engelen. Zo rekent hij af met de goden, de deava’s, uit het erfgoed van de Ariërs, de veda, die ondertussen overgenomen waren tot zelfs in India bij de Hindoes. Met name wordt Indra afgewezen en moest vernietigd worden als demon. Als we de taalkundige betekenis van naderbij bekijken moeten we toegeven dat deava sterkt gelijkt op deus, devine. Dit beklemtoont nog eens de breuk die Zarathustra teweegbrengt door die goden als demonen te bestempelen en ze te bestrijden. Dit moet te maken hebben met een breuk tussen de religies die geïnspireerd waren door de Veda’s en de Avesta.

Er is maar een God die aanbidding verdient en dat is Ahoera Mazda. Hun vuurtempels verwijzen naar de vuurrituelen en niet naar de aanbidding van zon of vuur. Het is een God die zoals in de Semitische monotheïstische godsdiensten voorgesteld wordt als de schepper, bron van al het goede, hij die alles weet, alles kan en overal aanwezig is als onveranderlijk wezen. Samengevat lezen we over de schepper, Ahoera Mazda, die een wijze meester was die boven in goedheid en licht leefde. De wijze Heer schiep het universum. De stenen constructie van de hemel, het water, de aarde, de dieren, de planten en de mens waren door Ahura Mazda geschapen. De zes heilige onsterfelijkheden,g 40 bis 2 Vuur en zonne rituelen Zoroaster rechts.jpg aspecten, Amesha Spentas zijn als de zonnestralen die optreden als uitdragers van de eigenschappen van  Ahura Mazda. Het zijn Vohu Manah (goede gedachten en goed doel), Asha Vahishta (waarheid en rechtvaardigheid), Spenta Ameraiti (heilige aanbidding, sereniteit en vriendelijkheid), Khashathra Vairya (macht and rechtvaardig bestuur), Hauravatat (genezing en gezondheid), en Ameretat (lang leven en onsterfelijkheid).  Als zevende, laatste en belangrijkste de levenskracht voor alle zichtbare scheppingen kwam het vuur. Vandaar de vuurrituelen die ook verwijzen naar de aspecten van Ahura Mazda.

Er bestaat een verhaal dat aarde zweefde in het midden, in de vorm van een ei. De slechte geest, Angra Mainyu, schond echter de schepping en hij schudde het ei, zodat er aardbevingen, ziekten en alle slechte dingen ontstonden. Zo werden ook goed en kwaad in de wereld vermengd. Angra Mainyu probeer de goede schepping te bezoedelen door ziektes, dood en vervuiling. Ahura Mazda probeert dat tegen te gaan. Dus er is een soort voortdurende strijd in de kosmos tussen goed en kwaad. Uiteindelijk zal na die vermenging bij de eindtijd goed en kwaad weer gesplitst worden door de ultieme loutering van het vuur.

16:45 Gepost door De nieuwe filosoof van Oudenburg in gedachten, Genesis | Permalink | Commentaren (0)

14 augustus 2013

Jaïnisme

jaïnisme,God is een zuivere onveranderlijke ziel,nanta Gnana,kennis in Darshan,leraar staat centraal,leraar is een verlosser,tempels voor de leraren gebouwd,Punjab,geen begin of einde voor het heelal,grote zorg voor de natuur,geweldloosheid en vegetarisme,ahisma,Mahatma Ghandi,jiva,de dromen van koningin Trishala,geboorte van prins Vardhaman,Jaïnisme kent als religieuze stroming geen God die alles geschapen heeft. Alles bestaat en God is een onveranderlijke zuivere ziel die Ananta Gnana, oneindige kennis, heeft. Die kennis straalt uit in Darshan, waarneming, in Bewustzijn, Chaitanya en in Sukh, geluk. Niet de God staat centraal maar hun leraren die inzichten aanbieden en die zo de mens verheffen. Het is voor die verlossers dat er meestal in de Indiase deelstaat Punjab tempels gebouwd werden. Voor hen kent het heelal geen begin en geen einde. Wellicht komt daaruit hun enorme zorg voor de natuur. Daarin gaan ze verder dan de vegetariërs omdat ze ook geen wortelgroenten willen eten. Ze willen in hun geweldloze houding, ahisma, respect tonen voor alle levende wezens. Die geweldloosheid geldt nietjaïnisme,God is een zuivere onveranderlijke ziel,nanta Gnana,kennis in Darshan,leraar staat centraal,leraar is een verlosser,tempels voor de leraren gebouwd,Punjab,geen begin of einde voor het heelal,grote zorg voor de natuur,geweldloosheid en vegetarisme,ahisma,Mahatma Ghandi,jiva,de dromen van koningin Trishala,geboorte van prins Vardhaman, alleen in daden maar ook in denken en Mahatma Ghandi kende ook die houding tegenover ieder levend wezen dat een ziel (jiva) heeft. We kennen hun manier van schoonvegen van de weg die ze gaan om ook maar geen klein insectje te vertrappen. Omwille van hun eerbied voor elk leven kunnen ze ook ’s nachts niet eten, drinken of rondtrekken wat hun actieradius erg beperkt en kunnen ze niet elk beroep uitoefenen. Hun asceten zijn gehouden aan vijf grote beloften: waarheid, celibaat, de algemene geweldloosheid, het verbod op diefstal en ze moeten een onthecht leven leiden.

Ne de bevruchting zag koningin Trishala, de moeder van de Heer Mahavir, veertien voorspoedige dromen. Het ging over de olifant, de os, de leeuw, de godin Laxmi, de bloemenslinger, de volle maan, de zon, de grote vlag, de zilveren urne, het lotusmeer, de melkzee, de hemelse vlieger, de hoop voor de gems en het vuur dat niet bestemd was om te roken.

De koningin Trishala zag een brand die niet moest roken, den intens vuur met een jaïnisme,God is een zuivere onveranderlijke ziel,nanta Gnana,kennis in Darshan,leraar staat centraal,leraar is een verlosser,tempels voor de leraren gebouwd,Punjab,geen begin of einde voor het heelal,grote zorg voor de natuur,geweldloosheid en vegetarisme,ahisma,Mahatma Ghandi,jiva,de dromen van koningin Trishala,geboorte van prins Vardhaman,stralende gloed. Op het vuur dat met vele vlammen brandde, waren boterolie en honing uitgegoten.

De droom wijst er op dat haar zoon boven alle andere wijzen zal uitblinken in wijsheid.

Na die veertien prachtige dromen wordt de koningin wakker en ze was vol verbazing over wat ze gezien had. Ze had nog nooit dergelijke dromen gehad en ging haar dromen vertellen aan koning Siddharth. De koning riep zijn waarzeggers die unaniem waren. Ze verklaarden dat de koningin zou gezegend worden met een edele zoon. De dromen voorspelden ook een groot geestelijk rijk dat onder de leiding zou staan van haar kind en zo zou koningin Trishala gewaardeerd worden als universele moeder.

Na negen maand en veertien dagen bracht koningin Trishala een zoon ter wereld die ze de naam Vardhaman droeg wat steeds meer betekende. Onmiddellijk na de geboorte van Prins Vardhaman kwam Indra de koning van de hemel samen met alle andere goden en godinnen. Heel de stad samen met Siddharth en Trishala werden onder hypnose gebracht. Indra nam de baby mee naar een hoge berg en waste het kind en sprak de gebeden uit van de Bruhat Shanti tijdens de eerste badceremonie van de nieuwe verlosser. Nadat de absolute kennis losgelaten werd prins Vardhaman, de Heer Mahavir, de vierentwintigste en laatste verlosser van de Jaïngodsdienst.

13 augustus 2013

Confucianisme: levensvisie zonder opperwezen, ziel of hiernamaals

In het Confucianisme is er ook geen behoefte aan een scheppingsverhaal want de visie vanConfucius,confusianisme,meester Kong,persoonlijke deugd,maatschappelijke verhoudingen,doe niet aan een ander wat je zelf niet wil,ideeën van Confucius later op papier gezet,iedereen moet zich vervolmaken,objectieve norm telt niet deugd wel,li de rituelen spruiten uit de innerlijke beschaving,geen kennis van bovenwereldse zaken,kennis kan van de ouderen komen,respect voor ouderen,opvoeding,onderwijs,disciplin, meester Kong (551 tot 479 v. Chr.) beperkt zich tot de maatschappelijke verhoudingen en de persoonlijke deugd in de samenleving. Een wijs oordeel als lid van de samenleving is bepalend voor een deugdelijk gedrag. Een van de grote inzichten die tot de grootste deugden moeten leiden is gelijkaardig aan de wet of leefregel in andere levensopvattingen: “Doe niet aan een ander wat je zelf niet wil.” Net als in het Taoïsme is de leer gericht naar gedrag en de sociale omgang. Confucius zelf heeft zijn inzichten net zoals Socrates of Jezus Christus niet op papier gezet. Voor de beste benadering van de visies van Confucius grijpt men meestal terug naar “De Gesprekken”, het oudste geschrift dat zijn oorsprong ongeveer een eeuw na zijn dood had. Zijn leer of visie gaat uit van de opvatting dat ieder individu de opdracht heeft om zichzelf te vervolmaken en te ontdekken waaruit die vervolmaking bestaat. Zo kan het beleven van alle deugden tot een Confucius,confusianisme,meester Kong,persoonlijke deugd,maatschappelijke verhoudingen,doe niet aan een ander wat je zelf niet wil,ideeën van Confucius later op papier gezet,iedereen moet zich vervolmaken,objectieve norm telt niet deugd wel,li de rituelen spruiten uit de innerlijke beschaving,geen kennis van bovenwereldse zaken,kennis kan van de ouderen komen,respect voor ouderen,opvoeding,onderwijs,disciplin,tweede natuur leiden. Het vervolmaken komt door de morele opvoeding die moet leiden tot een morele vervolmaking. Bij Confucius concentreert alles zich rond de deugden en spelen objectieve normen met betrekking tot handelen geen rol. De hoogste deugd is de medemenselijkheid die moet spruiten uit de innerlijke beschaving van waaruit rekening wordt gehouden met andere personen. Deze innerlijke beschavingsvorm hangt samen met de “li”, een begrip dat in de context van het klassieke confucianisme vertaald kan worden met de “rituelen”, omgangsformaliteiten.

De hemel heeft voor Confucius geen morele autoriteit en is zeker geen argument voor de deugden toch is dat begrip uit respect voor de oudere visies niet ontkend. Dit halen we uit “De Gesprekken”: 7,20 “Confucius sprak niet over bovennatuurlijke verschijnselen, macht, wanorde en goden” en 7,19 “ Ik ben niet met kennis geboren. Ik ben toegewijd aan de oudheid en zoek snel kennis. Latere benaderingen in het confucianisme zoals deze van Zhu Xi geven wel een belangrijke rol aan de hemel.

De invloedrijke Confucius zelf legde de nadruk op de persoonlijke en bestuurlijke moraal, orde, en respect voor de meerdere. Hij won vooral aan populariteit door de krachtige volkseigen traditionele Chinese standpunten zoals het respect voor afstamming en maatschappelijke structuur.

De onpeilbare bron van het bestaan

Als er een begin is geweest, is er een tijd voor het begin geweest. En een tijd voor de tijd die voor de tijd van dat begin is geweest. Als er bestaan is, moet er niet-bestaan zijn geweest. En als er een tijd is geweest dat er niets bestond, moet er een tijd daarvoor zijnConfucius,confusianisme,meester Kong,persoonlijke deugd,maatschappelijke verhoudingen,doe niet aan een ander wat je zelf niet wil,ideeën van Confucius later op papier gezet,iedereen moet zich vervolmaken,objectieve norm telt niet deugd wel,li de rituelen spruiten uit de innerlijke beschaving,geen kennis van bovenwereldse zaken,kennis kan van de ouderen komen,respect voor ouderen,opvoeding,onderwijs,disciplin, geweest - toen zelfs niets niet bestond. Toen niets opeens tot bestaan kwam, kunnen we wel vaststellen of dat tot de categorie van bestaan of van niet-bestaan behoorde? Zelfs de woorden die ik zojuist heb geuit - ik kan niet zeggen of ze echt zijn geuit of niet. De oudere geschriften van de  Tao en de Itjing  aanvaardt hij deze als de bron van het weten, de kennis. Dit primitieve weten moet gecultiveerd worden tot een moreel inzicht dat de basis is van het sociaal gedrag, van de maatschappelijke en de staatsstructuur. De uiterlijke ritus werd ook door een innerlijke cultus versterkt. De Gesprekken 4,16: Een edel mens doet moeite om te ontdekken wat juist is, een lagere mens voor wat lonend is. Zo moet een adellijke persoon zich uiteindelijk edel gedragen. Opvoeding, onderwijs en discipline krijgen nu veel meer ruimte in de Chinese maatschappij en dat is een bijkomende verdienste van Confucius.

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende